Meditatie

De verloren zoon, 'Bijbelse verhalen verbeeld' , Luc Blomme 


 VERLOREN ZOON

Door ds. David van Veen

Kinderen gaan hun eigen weg, dat moet ook, maar makkelijk is het niet altijd… Opvoeden is loslaten zeggen ze dan wel eens. Kinderen zoeken grenzen op en gaan ze over. 

Een jongste zoon waarover Jezus vertelt, maakt het wel heel bont. Hij verklaart zijn vader dood door nu al zijn erfdeel op te eisen. Hij wil zijn eigen leven leiden, zijn vrijheid ontdekken en de wereld zien. Maar hij vindt zichzelf daar niet; hij verliest zich juist. Hij is van God los. Tussen de varkens komt hij tot zinnen. Hij staat op om terug te gaan naar zijn vader, niet als zoon, maar misschien kan hij als dagloner in dienst komen.  

Dan volgt een ontroerende scene, want terwijl de jongen op blote voeten komt aanstrompelen, ziet hij aan de horizon dat zijn vader al op hem staat te wachten. Zodra de vader hem ziet is hij met ontferming bewogen. Niet wat zou horen, niet zijn boosheid, nee, zijn ontferming is zijn motor. En de vader begint te rennen, omarmt zijn zoon en kust hem. De kern van ons geloof is dat je bij God altijd weer opnieuw mag beginnen. Dat is wat we hier in één beeld zien.  

Dan is het feest. Het leven mag gevierd worden. Maar er is nog een zoon. Hij was nog aan het werk, maar toen hij van het feest hoorde en de reden daarvan wilde hij niet naar binnen gaan. En is het inderdaad wel helemaal eerlijk wat hier gebeurt? Zijn broer krijgt geen standje, geen onvertogen woord, maar gelijk een groots feest, schoenen, een zegelring, het mooiste gewaad   . En ik maar werken, denkt de oudste. Ik moet altijd alles doen, maar wordt dat ooit gezien?  

Ja, hij doet keurig netjes van zijn vader van hem vraagt gehoorzaam en plichtsgetrouw. Maar ziet deze oudste zoon door het zo te stellen zijn vader niet feitelijk als een heer? Een heer die hij trouw dient maar blijkbaar niet ziet als een vader, die zijn zoon alles gunt. De oudste zoon is boos op zijn vader en op zijn broer. In die zin was ook hij van God los. Die oudste zoon kun je ook een verloren zoon noemen. 

Maar ook hij wordt door zijn vader gezocht. En ook hem wordt niets verweten. Teder spreekt de vader hem aan met ‘kind’ en tegenover het ‘ nooit’ van zijn oudste zoon stelt de vader een ‘ altijd’ . Jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is van jou. Wees blij, vier feest, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.  

De gelijkenis heeft een open einde. We weten niet of ook de oudste zoon zich door zijn vader laat omarmen en of ook hij zo weer gevonden zal worden. 

Deze gelijkenis is de laatste van de drie gelijkenissen in dit hoofdstuk. Alle drie gaan over verloren en weer gevonden worden. Dat ene schaap van de honderd, dat ene muntstuk dat kwijtraakte en tenslotte over de twee zonen. De aanleiding van deze gelijkenis vinden we eerder: “Alle tollenaars en zondaars kwamen Jezus opzoeken om naar hem te luisteren. Maar zowel de farizeeën als de Schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’  

Deze verzen vormen de leessleutel. Die tollenaars en zondaars zijn de jongste zonen die een verkwistend en heilloos leven leiden. Juist zij mogen thuis komen in het koninkrijk van God. Maar de farizeeën en Schriftgeleerden, de oudste zonen, hebben daar maar moeite mee en morren tegen elkaar dat Jezus zomaar met tollenaars en zondaars eet. Maar ook zij mogen leren blij te zijn, want wat was verloren, is teruggevonden.  

Als wij deze gelijkenis horen dan kunnen we ons, denk ik wel, met beiden zonen identificeren. Want in ons allen zit die jongste zoon die van God los liever zijn eigen weg gaat. Maar in ons zit natuurlijk ook die oudste zoon, die zichzelf beter vindt dan die ander, klaar zit met zijn oordeel, ontevreden is en vaak verbitterd. We vinden het maar moeilijk om die ruimhartigheid van de Vader te leven. En toch draait het ook daarom in dit verhaal dat je daarom dus net zo goed de gelijkenis van de barmhartige vader kan noemen. Het gaat in deze gelijkenis dus over die zonen, maar draait om de Vader.  

Maar om meer als deze vader te worden zullen we ook de moed moeten hebben om die zonen die ook in onszelf zitten te omarmen. Daarom: keer je om en laat je omarmen door Gods genade. Maar laat ook die farizeeër in je omarmen die vaak zo boos, verbitterd en harteloos kan zijn. Leer kijken met de ogen van de Vader: Alles wat van mij is, is van jou.  

Geplaatst in Protestants KerkNieuws Gouda (14e jaargang, nr.05)