De Tien Woorden
De woorden die wij vaak kennen als de Tien Geboden behoren tot de bekendste teksten uit de Bijbel.
Het thema voor 2026 -2028 is: 'De Tien Woorden'
GoudAder is een commisie die lezingen organiseert, die de diepte ingaan. Vanaf september 2026 wordt u een 7e serie lezingen vanuit de Veste aangeboden.
Inleiding jaarthema 2026-2028: De Tien Woorden
Vanaf september start De Veste met een nieuw meerjarig jaarthema: De Tien Woorden. De woorden die wij vaak kennen als de Tien Geboden behoren tot de bekendste teksten uit de Bijbel. Maar zijn het vooral regels, of wijzen zij juist een weg naar vrijheid, menselijkheid en verbondenheid?
Gedurende twee jaar staan we stil bij deze eeuwenoude woorden. In tien periodes verkennen we telkens één van de tien woorden, steeds beginnend met een themaviering. Daarbij zullen de Tien Woorden regelmatig klinken in onze vieringen – een traditie die vroeger vanzelfsprekender was dan nu. We willen deze woorden niet alleen lezen in hun Bijbelse context, maar ook ontdekken wat zij vandaag kunnen betekenen. Wat zeggen zij over vrijheid, waarheid, rust, verlangen, relaties en verantwoordelijkheid? Hoe kunnen deze oude woorden richting geven in een wereld die sterk veranderd is?
Bij het jaarthema hoort een inspiratiedocument dat door ds David van Veen wordt rondgestuurd. Daarin vindt u achtergrondinformatie, boekentips, documentaires en suggesties voor gesprekken, groepen en catechese. We hopen dat dit thema aanleiding geeft tot ontmoeting, verdieping en nieuwe vragen.
Het jaarthema van 2025-2026 was ‘Leven in verbinding’ Hoe kunnen we met God en met elkaar in verbinding komen?
Hoe worden we opnieuw aangesproken? En wat is daarvoor nodig en wat ook niet? Hoe kunnen we ruimtes creëren waarin we leren open te staan voor verbinding — met God én met elkaar? Ruimtes waarin niet alleen het denken centraal staat, maar waarin we ook geraakt worden en de ervaring van echte verbondenheid kunnen opdoen?
De socioloog en filosoof Hartmut Rosa gebruikt hiervoor de term resonantie.
Hierin gaat het om een ontvankelijkheid, een open houding, waarin je een luisterend hart hebt. Rosa stelt dat deze houding van een luisterend hart essentieel is voor onze samenleving en onze democratie. “Democratie betekent niet alleen: ‘Ik heb jou iets te zeggen’, maar ook: ‘Jij hebt mij iets te zeggen. Ik laat me door jou aanspreken.’ Volgens Rosa zijn we in onze moderne samenleving dat luisterend hart meer en meer kwijtgeraakt. We laten ons door de ander niet snel meer aanspreken; die ander lijkt vaak eerder de concurrent of zelfs onze vijand te zijn geworden.
Resonantie vind je misschien nog het meest in de natuur, in kunst en in religie. Kerken, zo stelt Rosa, beschikken juist over een verhaal, een ritueel arsenaal en ruimtes waar die aanspreekbaarheid — dat luisterende hart — geoefend en ervaren kan worden. “In de kerk kunnen we leren luisteren naar boven, naar buiten, en ons laten aanspreken. Dat doorbreekt de vanzelfsprekende tred.” “Waar resonantie ontstaat, waar ik echt stilsta en me verbind met wat me bereikt, transformeer ik. Ik begin de wereld anders te zien en te denken.”
Theologisch begint geloven dan ook bij ontvankelijkheid: ons openstellen, wachten op God, het verwachten van Hem. Ook in de kerk mogen we opnieuw worden aangesproken. Maar in de praktijk schiet die ontvankelijkheid er vaak bij in. In de kerk raken we soms verstrikt in de kramp om de krimp, gaan we harder rennen, meer organiseren — en verliezen we zo het vermogen om aangesproken en geraakt te worden.
Resonantie vergelijkt Rosa wel met het ervaren van muziek. “Zoals het spelen en het ervaren van muziek pas mogelijk worden gemaakt door resonantie tussen speler en instrument, tussen musici onderling en tussen hen en het publiek. Dat vraagt om een open, ontvankelijke houding. “Maar resonantie laat zich niet afdwingen. Ze is per definitie onbeschikbaar. Wat we wél kunnen doen, is ruimte scheppen — oefenplaatsen van ontvankelijkheid creëren. Rosa zegt: “Ik moet uit de agressiemodus stappen, stoppen met denken: Wat levert dit mij op? Wat kan ik controleren? In plaats daarvan moet ik mezelf blootgeven, kwetsbaar zijn. En dat is riskant in een maatschappij die draait om controle en groei.”
Religie biedt volgens Rosa precies de ruimtes waar zo’n houding geoefend kan worden.
“Ze herinnert ons eraan dat er een andere manier van leven mogelijk is dan een die alleen op groei gericht is.” Dat maakt ook duidelijk waarom het als kerk focussen op krimp en groei ons juist kan vervreemden van wat we in geloof kunnen ontvangen. In het christendom draait het er echter om dat we ons laten aanspreken en is ons bestaan in de kern een antwoordrelatie: “Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! Als dat geen oproep tot resonantie is! Religie heeft de kracht, een reservoir aan ideeën en een ritueel arsenaal vol liederen, gebaren, ruimtes, tradities en praktijken, die onze zinnen openen voor wat het betekent om geroepen te worden, om te resoneren.”
Het jaarthema komt terug in lezingen van Goudader en op de Startzondag
Startzondag.