Preek van vorige week

Preek van ds. David van Veen over Genesis 1: 1 - 5 en Lucas 24: 1 – 12 
De Veste Gouda, 5 april 2026

Het is feest. Het feest van Pasen. U zij de glorie. De Heer is waarlijk opgestaan. Vandaag schittert toch het licht van het Christendom, zingen we uitbundig ons halleluja en zullen in menig kerk alle registers van het orgel worden opengetrokken, al dan niet terzijde gestaan door blinkend trompetgeschal. Maar het voelt misschien ook wel een beetje als zingen tegen de klippen op. Want ook vandaag nog zit de wereld gevangen in zoveel duisternis. Machthebbers met hun woeste gebaren voeren de boventoon. Zelfs God wordt gebruikt om hun daden te legitimeren. Alsof Jezus kwam om te heersen in plaats om te dienen. De wereld vergeet dat hij ons de voeten waste ten teken. Laat we daarom vandaag beginnen met een gebed. Dat het woord opstaat dat Thora en Evangelie spreken, dat woord van barmhartigheid en gerechtigheid. Dat wij opstaan, ons bekeren, omkeren naar die bron en van daaruit gaan leven. En misschien hebben we juist daarom vandaag sterke verhalen nodig om ’t boven onszelf uit te zingen, om ons moed binnen te zingen. Toch, als we goed lezen begint ons verhaal zo niet. Verre van dat zelfs. Geen zang uit volle borst, maar taal die stokt door snikken onderbroken. Niet uit ‘een blinkend stromen’ vol licht, maar het is nog nacht als we horen hoe de vrouwen naar het graf van Jezus gaan. Niet met triomfantelijk trompetgeschal, maar nog in een mist van verdriet en ongeloof. Onderweg met geurige olie. Het is het enige dat ze nog voor hem kunnen doen, denken ze. Maar die mist heeft ook hun gedachten verward, want hoe denken ze überhaupt bij Jezus te kunnen komen met deze geurige olie? Zijn graf is immers afgesloten met een grote steen. Het is afgelopen. Jezus had de weg gewezen, maar nu hij er niet meer is, lijkt er ook geen weg meer te zijn om te gaan. En zo is het ook vaak voor ons als wij onze geliefden verliezen aan de dood: een toekomst is dan toch haast niet meer te denken, omdat de mist van pijn en verlies elk zicht lijkt te ontnemen. Maar als de vrouwen aankomen bij zijn graf, zien ze dat de steen voor het graf is weggerold maar toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van Jezus niet. Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Nog meer van streek zou ik zeggen, want ze zijn nu echt alles kwijt, zelfs zijn lichaam is er niet meer. Nog eenmaal wilden ze hem aanraken, hem eer bewijzen, afscheid nemen. Ze zijn letterlijk de weg kwijt. 

Dat is hoe het verhaal begint. En let wel: de vrouwen concluderen hier dus niet op grond van het lege graf dat Jezus is opgestaan. Nee, dat doen ze niet en dat is natuurlijk ook niet te denken. Ook dat kunnen we ons maar al te goed voorstellen. Ook wij kunnen ons dat met onze kritische geest maar moeilijk denken. Nee, daarvoor moet je eerst anders leren kijken. En dat is hier natuurlijk ook een paradox: omdat er iets niet is, is er juist wel iets. Verwijst het lege graf naar de volheid van de opgestane Heer. Zijn afwezigheid naar zijn aanwezigheid. We raken hier dus aan een geheim en een mysterie. En het kost tijd om de werkelijkheid van de levende Heer tot je door te laten dringen zoals ook het licht van die vroege ochtend schemerend begon. Het zijn twee mannen in stralende gewaden die de vrouwen dit nieuwe perspectief aanreiken. Maar eerst maken ze de angst en de vrees van de vrouwen alleen maar groter. Er staat: ‘Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor de ogen’. Ja, want zelfs al is er dan plotseling dat stralende licht dan toch nog moet je opnieuw leren zien, omdat je ogen zo gewend zijn geraakt aan het donker. Een nieuwe toekomst leren zien na het overlijden van een geliefde is ook bij ons niet een knopje dat je even aanzet. Nee, het gaat om een proces, zoals je ogen na een donkere periode moeten wennen aan het licht. Een licht dat blijkbaar eerst zelfs pijn kan doen, voordat je het werkelijk kunt zien, laat staan geloven. De mannen reiken de vrouwen een ander perspectief aan en ze roepen hen wakker met de vraag: Waarom zoekt u de Levende onder de doden? Dat is hier dus de naam van Jezus: de Levende. En dat is waarop hier de focus gelegd wordt, want die levende is niet hier, juist hier niet. Hij is immers uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij gezegd heeft. Deze mannen in stralende gewaden geven dus een nieuwe blikrichting zoals we hen straks opnieuw zullen tegenkomen als Jezus ten hemel is gevaren. Ook dan zijn deze mannen er weer en ook daar stellen ze prikkelend hun vraag: Wat staan jullie toch naar de hemel te kijken? Ook daar brengen ze dus een ander perspectief. Om niet naar de hemel te staren, want het is hier op aarde dat het mag gebeuren. Ook daar zal de ogenschijnlijke leegte die is ontstaan door het afscheid van Jezus opgevuld gaan worden door de volheid van de heilige geest. Maar ook daar kost het tijd. Eerst moeten de schriften opengaan en moet er veel samen gebeden worden. De twee mannen in stralende gewaden geven dus inzicht, wijzen een richting, leren ons zien met andere ogen. Ze veranderen het perspectief: Wat zoeken jullie de Levende bij de doden? Zijn verhaal is niet afgelopen, maar wordt doorverteld en ook jullie worden geroepen om dat te doen. Begin maar bij zijn leerlingen. 

Toch nog even naar die twee mannen in stralende gewaden zelf. We denken natuurlijk aan engelen, zoals ook de andere evangelisten zeggen. En dat klopt want engelen zijn boodschappers van Godswege en dat is toch ook wat hier gebeurt.  Toch noemt Lucas hen ‘mannen in stralende gewaden’ en komen we hen in deze zelfde benaming dus straks na de Hemelvaart van Jezus ook weer tegen. Sytze de Vries wijst erop dat we ze misschien toch ook eerder al zijn tegengekomen en wel op de berg van de verheerlijking waar Jezus, net als later bij zijn Hemelvaart, in een wolk wordt opgenomen waarbij zijn gezicht straalt van heerlijkheid. Het is een hemelse vooruitblik. Maar ook daar waren twee mannen met hem die in hemelse luister verschenen en daar horen we wat hun namen zijn: Het zijn Mozes en Elia. En Mozes en Elia staan op hun beurt weer symbool voor de Wet en de Profeten. Dus zou het zo kunnen zijn dat de evangelist hier spreekt over deze twee mannen in stralende gewaden om juist hier bij het lege graf die herinnering aan Mozes en Elia op te roepen. Alsof hier het antwoord op de vraag “Waar is Jezus te vinden?” luidt: “Te midden van Wet en de profeten.” Net als deze mannen in hun stralende gewaden wijzen de Wet en de Profeten Jezus Messias aan als de gekruisigde die leeft. En dat is precies wat er straks gebeurt als Jezus zich voegt bij de wandelende Emmaüsgangers. Ook daar begint Jezus vanuit de Wet en de Profeten uit te leggen wat de weg was die hij moest gaan. Vanuit de Wet en de Profeten ontstaat dus dat perspectief op Jezus. Dat is de doorgaande lijn. Dat sluit ook aan bij wat de mannen hier bij het graf tegen de vrouwen zeggen. Want waar andere evangelisten vooruitwijzen naar Jezus’ toekomstige aanwezigheid en zij de engelen laten zeggen dat Jezus hen voorgaat naar Galilea, wijst de evangelist Lucas niet vooruit, maar juist terug. Zo zeggen de mannen hier tegen de vrouwen: Herinner u wat hij gezegd heeft. Net zoals bij de wet en de profeten mogen ze stil staan bij de woorden van Jezus. Overigens is het nog beter om hier met ‘gedenken’ te vertalen in plaats van ‘herinneren’. Gedenk wat hij u gezegd heeft. Want gedenken graaft dieper dan herinneren. De mannen verwijzen hier naar de wet en de profeten en naar wat Jezus heeft geleerd en geleefd. Gedenk wat hij u heeft gezegd. 

Nu is ‘gedenken’ een enorm belangrijk begrip binnen de Joodse traditie. Het onderscheid zich van ‘je de geschiedenis te binnen brengen’. Daar zit iets afstandelijks in. Geschiedenis gaat veelal over anderen in een ver verleden. Gedenken wil echter vanuit het verleden de beweging naar de toekomst maken. Zoals we afgelopen week weer hoorden: je moet die oude verhalen zo gedenken alsof jij er zelf bij was, alsof die verhalen over jou gaan. Het verleden gedenken is wat een nieuwe toekomst kan creëren. Ergens raakt dit ook aan wat de boodschap van de opstanding is. Gedenk zijn woorden en zijn leven zo zodat hij vandaag de Levende is. Maak je zijn verhaal eigen. Leef zijn leven. Sta op in zijn geest. En als je gaat leven vanuit de Wet en de Profeten, gaat leven in de geest van Jezus dan kan het je overkomen dat je net als die Emmaüsgangers het zegt: Was ons hart niet brandende in ons? Jezus leeft als ook jij in vuur en vlam komt te staan. Want als je leest en begrijpt, gedenkt en gelooft, kan de vonk overslaan. Dan wordt Jezus Messias vandaag present.  Dan is niet alleen hij de zoon van God, maar worden ook wij kinderen van God. Als wij werkelijk gaan leven vanuit de woorden die hij sprak. Als wij ons zijn nabijheid beseffen waar brood wordt gebroken en wijn wordt gedeeld, voeten gewassen. Dan beginnen onze ogen weer te zien omdat we geloven in hoop en toekomst ondanks onze wereld die steeds meer aan het donker lijkt te wennen. Dan staren we niet naar de hemel en dan zoeken wij de levende niet bij de doden. Laten we daarom juist nu Jezus’ woorden gedenken, te midden van de Wet en de Profeten. Ons herinneren waarom we niet zouden buigen voor andere goden? Waarom we niet begeren wat van een ander is? Waarom we eerbied hebben voor God en mensen? We ons steeds weer zijn boodschap binnenbrengen die ons oproept tot liefde, rechtvaardigheid en barmhartigheid, zelfs wanneer de wereld donker en verwarrend lijkt. Zo deden ook de vrouwen daar vroeg in de morgen. Dan staat er: ‘toen werden ze zijn woorden indachtig.’ Zo gaan de vrouwen terug om het de anderen te verkondigen. Zo vertelden ze het de apostelen wat er was gebeurd. Geen leerlingen, maar het woord apostelen valt dus hier. Maar ook hier is de paradox dat de leerlingen nog lang geen apostelen waren. Want het woord ‘apostel’ is afgeleid van het Griekse woord apostello en dat betekent ‘wegzenden’ en een apostel is dus iemand die gezonden wordt van Godswege. Maar hier willen notabene de apostelen zélf niet luisteren naar de boodschap van de vrouwen. Ze vinden het maar kletspraat en ze geloofden hen niet. Ze bleven zitten waar ze zaten.  

De vrouwen komen er ogenschijnlijk maar bekaaid af in dit verhaal. Het zijn maar praatjesmakers. Toch gaan vrouwen juist voorop in het verhaal van Jezus. En überhaupt zijn het de vrouwen die hier als eersten genoemd worden. Feitelijk zijn zij het die apostelen waren, want de vrouwen zijn de woorden van Jezus indachtig en laten zich zenden, terwijl de mannen blijven zitten waar ze zaten en de woorden van vrouwen maar kletspraat vonden. En apostelen waren ze zeker nog niet. Alleen Petrus staat op en rent naar het graf. Daar aangekomen, bukt hij zich om te kijken, maar ziet alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij weer terug, vol verwondering over wat er gebeurd was. Dat van die linnen doeken wordt genoemd omdat dit benadrukt dat grafroof niet echt voor de hand liggend was. Immers als ze het lijk van Jezus had willen stelen dan hadden ze hem wel met doeken en al meegenomen. Er is dus iets anders aan de hand; er is meer aan de hand. Petrus was daarom vol verwondering over wat er gebeurd was, staat er. Ik vind dat woord ‘verwondering’ hier werkelijk heel goed gekozen. Het raakt namelijk aan het gevoel van een geheim dat je proeft, maar nog niet begrijpt. Verwondering is het open en aandachtig geraakt worden door iets dat groter is dan je eigen begrip. Je wordt opnieuw aangesproken. Er begint iets te resoneren. Bij verwondering is er ook altijd sprake van iets van verrassing. Je verwacht iets niet en je gewone patroon van kijken of denken wordt doorbroken. Je wordt stilgezet, boven jezelf uitgetild, maar je kunt het vaak niet gelijk omvatten. En zouden ook wij zo niet op deze Paasmorgen vooral ‘verwonderd’ kunnen zijn? Verwonderd over de boodschap van dit lege graf dat niet tot ons komt onder luid trompetgeschal maar eerder breekbaar als het zachte ochtendlicht de mist in ons doet optrekken en diep in ons de hoop op leven wakker kust. Dat zijn verhaal verder wordt geschreven als wij ons zijn woorden herinneren, zijn naam gedenken, het ons zo toe-eigenen alsof het over onszelf gaat omdat het over onszelf gaat. Verwondering die ons begrijpen overstijgt en het geheim koestert. 

Klooster

De meeste kloosters zijn gebouwd rondom om een leeg midden. Altijd kom je erlangs. Van de keuken naar de kerk. Van je cel naar de refter. Alleen of samen met anderen. Dit lege midden verwijst naar het geheim van God waaromheen het leven gebouwd mag zijn. Een leegte die een volheid opwekt. Een afwezigheid die een aanwezigheid oproept. Zoals het lege graf verwijst naar de volheid van de opgestane Heer. Zo zullen ook de Emmaüsgangers het ervaren. Want de Levende is niet vast te grijpen maar juist daarom altijd en overal aanwezig. Dat we vandaag ons verwonderen over dit lege graf, dat als het lege midden wil zijn van dat niet te grijpen geheim waaromheen ook ons leven gebouwd mag zijn. Dat op deze plaats nieuw licht mag gaan stromen; nu is verwaaid de donkere nacht. Roep ons nu uit, God, wij zullen ontwaken. 

Amen  

Aansluitend zingen we lied 204: Op deze plaats is nieuw licht gaan stromen van Andries Govaart