Preek van vorige week

Preek van ds. David van Veen over Genesis 3: 7-10a en Mattheus 13: 1- 9, 18 - 23 
De Veste Gouda, 12 juli 2026

Ik hou wel van bloemen, maar echte groene vingers heb ik eerlijk gezegd niet. Tuinieren is geen grote hobby, maar iets wat zo nu en dan gewoon moet. Mijn vroegere buurman reikte mij dat vaak heel subtiel aan: zeg David, zullen we de heg maar weer eens knippen? En meestal was het dan ook echt nodig. Gelukkig is de tuin van ons huidige huis wat overzichtelijker. Maar het hebben van een tuin is ook een genot. Zeker met zomerse temperaturen mag ik er graag buiten zitten. En zelfs in de winter met bijvoorbeeld de levende Adventskalender zitten we met gemeenteleden in de tuin, hoewel de meeste bloemen dan wel zijn vergeten en we ons warmen moeten aan een vuurkorf. Maar het hebben van een tuin, de bloembakken op het balkon of de hoge bomen in de straat die ruizen in de wind: het vergroot vaak onze levensvreugde. Het hebben van een tuin of specifieker een moestuin werd ooit zelfs vanuit de politiek aangeraden. En dan vooral voor de ouderen onder ons. Het was destijds staatsecretaris Klijnsma die het wat ongelukkig zei dat het handig zou zijn als gepensioneerden een moestuin zouden hebben. Want een moestuin kan dan een extraatje zijn, zei ze. Letterlijk dus een appeltje voor de dorst. Naast het feit dat ons pensioen niet van ‘t hebben van een moestuin afhankelijk moet zijn, romantiseerde zij dit beeld ook wel wat, want zo’n moestuin is niet zomaar iets. Een moestuin is een hele investering. Voordat je dat appeltje hebt voor de dorst, is er vaak heel veel tijd, moeite en ook geld in de grond verdwenen.

Want zoals ook de gelijkenis van vandaag wel leert, tuinieren is meer dan een zaadje in de grond stoppen en dan weken later weer eens terugkomen om de vruchten te plukken. Nee, tuinieren, betekent met aandacht en geduld het gezaaide koesteren, bemesten en bewateren, onkruid wieden, snoeien en de vruchten soms beschermen met netten tegen de vogels. Vanmorgen zijn we in de Bijbelse moestuin en met brede gebaren strooit de Zaaier het zaad rond. Jezus legt uit dat dát zaad het woord van het koninkrijk is. En met dat koninkrijk wijst hij op de wereld zoals God die bedoeld heeft. Net zoals in het begin, in die andere tuin, die tuin van Adam en Eva. Toen alles nog goed was tussen mensen en tussen God en mensen. Ja, zegt Jezus: maar zo goed zou het weer kunnen worden. In mijn koninkrijk wordt het weer net zoals in die tuin. Als mensen weer gaan leven zoals God dat bedoeld heeft. Als mensen naar elkaar om zien. Kunnen we daar niet naar toegroeien zegt Jezus? En ik begrijp best dat we klein moeten beginnen, maar weet dat een klein zaadje in de grond, toch een grote boom kan worden. Toch kun je je afvragen of die zaaier in de gelijkenis nu zo goed bezig is. Het zaad komt werkelijk overal terecht. Zelfs op de straat. Had die zaaier het allemaal niet wat preciezer kunnen doen? Alles kan natuurlijk, maar binnen de gelijkenis betekent het dat de Zaaier ruimhartig zaait. Hij wil juist dat het overal terecht komt, want je weet maar nooit…..En ook Jezus maakte geen onderscheid weten we. Ook Hij strooide zijn woorden ruimhartig in het rond aan eenieder die het maar horen wilde. Jezus ging met iedereen om, met rijken, met armen, met hoeren en tollenaars, met Joden en Romeinen, met ouderen maar ook kinderen die mochten komen. Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt Gods Koninkrijk is er voor ons allemaal en het wordt ruimhartig rondgestrooid in de tuinen van ons hart en daar mag dát geloof groeien.

Nu lijkt iedereen wel eens nagedacht te hebben over dat geloof. En vaak is dat nog niet zo makkelijk. Het roept vaak allerlei vragen op. Waarom dan dat christelijke geloof? En als ik nou in Afrika geboren zou zijn, wat zou ik dan geloven?  En er zijn zoveel verschillende geloven op deze wereld en moet je kijken wat ze elkaar allemaal niet in de naam van dat geloof aandoen? Zulk geloof hoef ik niet hoor! Maar aan de andere kant: wat als God er nu wel is? Wat betekent dat dan voor mijn leven en voor daarna? Want is er leven na dit leven? De wereld van het geloof roept altijd de vraag op: en ik? Wat heb ik juist wel of juist niet met het geloof? Ook de gelijkenis laat zien dat er verschillend wordt gereageerd op dat geloof in dat Koninkrijk van God waarvan Jezus hoopt dat groeien gaat . Er is zaad dat onmiddellijk wordt opgegeten door de vogels, zaad dat op een harde rotsgrond terecht komen en zaad dat verstikt wordt door distels. En er is zaad dat groeit en bloeit en uiteindelijk vele vruchten geeft. Er zijn mensen die een oren en ogen dichthouden. God, geloof? Daar heb ik niks mee. Gooi het maar over de schutting. Mensen die hun deur gesloten houden. De vogels hebben het zaad te pakken voordat er ook maar iets gebeurd is.

Het zaad dat op de rotsgrond terecht komt, zijn mensen die aanvankelijk wel enthousiast reageren. Die Jezus is anders dan anders: wel interessant. Maar het blijkt niet meer dan een hype te zijn, de waan van de dag neemt het snel weer over. Prima dat geloof, maar het moet nu boeien, nu iets opleveren, want anders zap ik weer door naar een ander kanaal. Het blijft oppervlakkig, vluchtig. Het kan letterlijk geen wortel schieten. En hoe waar is dit niet in onze maatschappij? Ergens worden we wel geprikkeld. Voelen we wel aan dat het in dat geloof over de echte dingen van leven gaat. We willen eigenlijk best eens de diepte in, om stil te staan bij onszelf, bij God misschien? Maar vluchtig schieten we alweer door naar het volgende. We zappen, scrollen en swipen. En we worden we vooral moe van onszelf.Ook zijn er mensen bij wie het geloof aanvankelijk wel wortel lijkt te schieten. Het zaad groeit en wordt graan. Maar er groeit meer dan dat. Ook de distels groeien, die langzaam weer het graan verstikken. Zoals het groen hier bij de weg dat tussen de nieuwe bomen opschiet en als een dichte haag het zicht op De Veste bijna wegneemt. Zulke onkruid, zulke distels zijn als de zorgen, de angsten, zegt Jezus, maar ook de verleiding van rijkdom. Naar al die zogenaamde belangrijke dingen gaat zoveel van onze energie dat het geloof verstikt wordt. Geen tijd, geen prioriteit. Je verliest er het zicht op. Als laatste zijn er ook mensen waarbij dat koninkrijk van God tot bloei komt. Mensen die bomen geworden zijn, in wiens schaduw ook anderen tot rust kunnen komen. Mensen waarbij het geloof zelfs vrucht heeft gedragen. God van betekenis is geworden in hun leven en daarmee ook in de levens van anderen…. Het is iemand, zegt psalm 1 die blij wordt van het woord van God, die zich erin verdiept, die er dagelijks mee bezig is.

Zo kun je op veel verschillende manieren reageren op dat geloof in God en in zijn Koninkrijk. En daarmee stelt Jezus ook ons vandaag de vraag hoe wij erin staan? Zijn wij ontvankelijk voor zijn woorden? Welke plek kan en mag het geloof in ons leven hebben? Nu is het in mijn optiek de grootste misvatting deze uitleg zo te gebruiken door naar andere mensen te gaan wijzen. Jij bent zo’n gelovige. Jij doet er niks mee. Jij bent oppervlakkig etc. Ik denk dat Jezus dat ook niet bedoeld. Ik denk dat Jezus vooral wil laten zien hoe mensen reageren op het geloof en dat al die reacties vooral ook in onszelf zitten. Soms gaan we ervoor. Soms zegt het ons niks. Soms zijn we vluchtig. Soms gaat al onze aandacht naar andere dingen, zodat het geloof langzaam dreigt te verstikken. Broeder Kefas uit het klooster zegt altijd: onze ziel heeft een gat en het is de vraag waarmee we dat vullen. Every soul has a hole zegt hij. En vullen we dat met trash of treasures? Met troep of met schatten? Misschien is dat ook wel het mooie aan de symboliek van dat tuinieren en van dat zaad dat het allemaal ook niet heel zwart-wit is. Enerzijds kan je zelf snoeien, bemesten, netten spannen tegen de vogels, anderzijds ben je ook afhankelijk van de regen, de zon en de wind. Enerzijds moet je in een tuin geduld hebben, doorzettingsvermogen en hard willen werken, anderzijds moet je ook open staan en gaat het door omstandigheden vaak anders dan je denkt.

Zo is het ook met geloven. In ons leven schijnt soms de zon, maar er soms ook harde regen. Lijkt soms alles vastgevroren of trekt er een storm over die alles loswoelt. Dan weet je het soms niet meer, zit je met de handen in het haar, moet je nieuwe wegen zoeken en soms zelfs overnieuw beginnen….. Aan de andere kant heb je ook iets in de hand. Kun je groeien in het geloof door er met aandacht, geduld en doorzettingsvermogen ruimte en prioriteit aan te geven. Het geloof te voeden, steeds weer opnieuw, zodat het kan groeien, kan bloeien gaan.Dat is ook het mooie aan het geloof. Het is iets dat kan groeien en tot bloei kan komen. Het is een leven lang ontdekken, leren en worstelen. Zoals bij een sport of zoals bij het bespelen van een muziekinstrument. Enerzijds wordt het je gegeven, anderzijds is het ook oefenen, groeien, ontwikkelen. Je speelt niet de eerste dag een vioolconcert van Bach, je dribbelt niet de eerste dag met de bal als Messi.

De stichter van het westerse kloosterleven, Benedictus, leerde dat ook al. Hij noemde het geloof een oefenschool. Iedere dag oefenen we het geloof en proberen we erin te groeien, het tot bloei te laten komen, het vrucht te laten dragen. En weet je hoe ze vroeger een kerkdienst noemde? Een godsdienstoefening. Ook in de kerk oefen je dus je geloof.  Een kerk is een plek waar je je geloof de ruimte geeft, waar je erbij stil staat, je laaft aan de bron van levend water, zodat het wortel kan schieten en tot bloei kan komen. Dat kan in de kerk, maar het kan ook bij een avond van de starters of homo fidens, de koffieochtend of de ochtend van het leerhuis, bij de kinder- en jongerenkerk of bij Sundays. Het kan door een boek te lezen of door een goed gesprek te hebben.Het zijn allemaal tuintjes waardoor je geloof groeien kan. En sommige tuintjes zijn misschien nu wat kwetsbaar en vragen dus om de inzet en begeleiding van ervaren tuinmannen en tuinvrouwen om het ook daar weer tot bloei te kunnen brengen…Maar waarom zou je je af kunnen vragen? Omdat het geloof van betekenis wil zijn, ook voor jouw leven. Omdat God bestaat en ons leven rijker wil maken, omdat er meer is….Omdat ook jij een kind van God mag zijn. Omdat God nog steeds door de tuinen van onze levens loopt en vraagt: Mens, waar ben je toch? Of om het met ons jaarthema van afgelopen jaar te zeggen: Hij loopt door de tuinen van onze levens om ons opnieuw aan te spreken, zodat het tussen God en ons weer resoneren gaat, we zijn golflengte oppakken; om zo opnieuw in verbinding te komen en richting voor ons leven te vinden. Daarom is het: dat God ook door zal gaan met zaaien. Ruimhartig en met grote gebaren. Misschien wordt het tijd dat we weer eens naar die tuin in onze ziel toegaan om te bezien hoe ’t bij ligt? Of het onderhoud nodig heeft? Wat zonnekracht of levend water? Want ook in uw tuin klinkt die stem van God: 'Mens, waar ben je toch?' in de hoop dat we dan antwoorden: hier ben ik, Heer.

Amen