Preek van ds. David van Veen over Jesaja 11: 1 - 10
De Veste Gouda, 7 december 2025
Straks na de viering is er weer Sundays en ga ik met een groep jongeren in gesprek over de bijbel. De methode is vrij eenvoudig. Ik lees hen een verhaal voor uit de Kijkbijbel, waarin de kernverhalen staan die bij ons allemaal wel een belletje doen rinkelen. Vervolgens duiken we samen dieper zo’n verhaal in. Nu lees ik op volgorde uit de Kijkbijbel en ontstond de wat wonderlijke situatie dat ik na de zomer de draad weer met de jongeren oppakte door beginnen te lezen van het kerstverhaal. En natuurlijk is dat een overbekend verhaal maar dat tegelijkertijd zo rijk is dat we vandaag voor de derde keer wel liefst met dit verhaal bezig zullen gaan. Nu zie ik al een beetje mensen kijken die weten dat de dominee ook op andere momenten een beetje in een hoofdstuk kan blijven hangen en altijd weer een interessant draadje op het spoor komt, zoals we bijvoorbeeld na bijna 8 jaar Leerhuis over het Bijbelboek Genesis nu pas aangekomen zijn bij hoofdstuk 34 en dus nog lang niet bij het laatste, vijftigste, hoofdstuk van Genesis. Maar goed, met elkaar zijn we zo wel een soort Bijbelse diepzeeduikers geworden, moet u maar denken. De vorige keer dat ik met Sundays stilstond bij het kerstverhaal, ging het over de evangelist Mattheus. En ik stelde de vraag: stel dat jij het verhaal over Jezus zou moeten beginnen te vertellen, hoe zou je dat dan doen? Duidelijk was dat áls je door een verhaal gegrepen wilde worden, de schrijver zijn best zou moeten doen om op de eerste bladzijde je aandacht al te grijpen door bijvoorbeeld iets spannends te vertellen. Zo zou misschien die figuur van Johannes de Doper een goed begin kunnen zijn als we hem schilderen als een woeste wildeman die opkomt uit de woestijn in zijn kamelenharenmantel met de laatste sprinkhaan nog tussen zijn tanden. Maar ja, zo begint Marcus al. Mattheus moest dus wat anders.
En Mattheus kiest er vervolgens voor om zijn evangelie te beginnen door de stamboom van Jezus te beschrijven. Of te wel met één grote opsomming van namen die de cadans volgen van ‘Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jacob, Jacob verwekte Juda en zijn broers, Juda verwerkte etc., etc.’ Niet een heel enerverend en pakkend begin zou je zo zeggen. Sterker nog: als een predikant dit vroeger al eens bepreekte dan noemde hij de eerste namen en zei dan: etc., etc. tot met vers 17 om vervolgens weer verder te lezen. En ik zei als een predikant dit vroeger bepreekte, want in de praktijk werd dit begin van Mattheus veel vaker overgeslagen. Niet alleen omdat wat saai is, maar het had er ook mee te maken dat de stamboom feitelijk niet klopt. Zo komt bijvoorbeeld de stamboom uiteindelijk bij Jozef uit maar die was nu net niet de biologische vader van Jezus. Bovendien komen we in de mannelijke lijn ook vier vrouwennamen tegen die verwijzen naar vrouwen die of wel vreemdeling waren of waar seksualiteit een rol speelde zoals bij Rachab de prostitué of zoals bij Tamar die zwanger raakt van haar schoonvader. Toch, als we hier bijbels diepzeeduiken dan blijkt dat Mattheus dit niet zonder reden heeft gedaan. Want als deze vrouwen er niet geweest waren, was die stamboom er niet geweest. Mattheus zegt feitelijk: Gods’ weg gaat dus anders dan wij mensen vaak denken en bovendien door deze vrouwen zo expliciet te noemen, kun je hierin al een verwijzing zien naar dat ook Jezus later zelf mensen die aan de rand staan, waar een verhaal aan zit, weer in het midden wil zetten. Ook die mensen doen ertoe in de ogen van Jezus. Tot slot is het ook een legitimatie van de vijfde vrouw die Mattheus noemt, namelijk Maria. Ook Maria stond aan de rand van de samenleving als meisje dat ongehuwd zwanger was van een ander dan haar verloofde. Ook aan haar zat een moeilijk verhaal. Daarnaast heeft Mattheus de namen van de stamboom van Jezus zo gekneed dat het er een drieslag ontstaat van 14 generaties. 14 generaties van Abraham tot David, 14 generaties van David tot de ballingschap en van de Babylonische ballingschap tot Christus 14 generaties. Daarnaast komt het getal 14 nog op een andere manier terug, want in het Hebreeuws zijn letters ook cijfers. Je kunt iets dus lezen als woord, maar ook als een cijferreeks en dan gaat het alleen om de medeklinkers. Dus David is DVD en de D heeft als getalswaarde 4 en V als getalswaarde 6. Tellen we de naam David dus op komen we ook op het getal 14. Of te wel: de stamboom die Mattheus neer heeft geschreven, zingt op alle vlakken en in alle tonen en getallen zoals ook wij nog steeds zingen: Stille nacht heilige nacht, Davids zoon lang verwacht. Zo sluit Mattheus dus aan bij de verwachting dat de Messias die zou komen een zoon van David zal zijn en dat dit voor Mattheus natuurlijk deze Jezus is. En de tekst waarbij deze gedachte van Mattheus aansluit, heeft u zojuist gehoord in de woorden van de profeet Jesaja die zegt: Maar uit de stronk van Isai schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. Ook hier horen we weer van een stamboom die begint bij Isai, de stam, die de vader was van David, de scheut, die koning van Israël zou worden. Ik heb met een ouderenkerstfeest hiervan wel eens een schilderij laten zien, van Jan Mostaert…