Enfin, het is die ambivalentie die we, denk ik wel, na kunnen voelen. Want ook in onze maatschappij kunnen wij niet zonder beelden. Willen we een boodschap overbrengen dan zijn de beelden vaak krachtiger dan woorden. Denkt u maar aan uw telefoon, uw iPad, uw computer en televisie. Maar tegelijkertijd als een beeld – en dat kan ook een denkbeeld zijn – in goud wordt gegoten, dan wordt het ook snel problematisch. En zo’n gouden kalf kan natuurlijk van alles zijn. Een beeld, een denkbeeld, een verhaal, een idee, zelfs een mens zijn die een hoop, een verlangen personifieert. Een figuur die de mensen vooruitgaat. In de volksmond vaak ‘de sterke man’ die het antwoord lijkt te zijn op onze behoefte aan houvast. Iemand die zich steeds weer in het middelpunt weet te zetten. En natuurlijk denk ik in deze dagen dan ook aan president Trump. En dan niet alleen vanwege zijn voorliefde voor alles wat goud blinkt, maar ook vanwege de komende midterms-verkiezingen die feitelijk gaan over het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, over republikeinen en democraten, maar nu gedomineerd worden door de president zelf. Zijn naam, zijn gezicht, zijn beloften, zijn dreigingen, zijn vijanden: hij staat voortdurend in alles centraal en iedereen danst om hem heen. En let wel: het kalf in het verhaal is niet uit steen gehouwen of in beton gegoten maar is gegoten in goud. Het is dus gemaakt van het goud dat de mensen zelf aangeleverd hebben. Alles wat waardevol is, hebben ze ingeleverd waardoor ze feitelijk ook zichzelf inleveren, uitleveren en alleen nog maar voor dit gouden kalf op de knieën gaan. En nogmaals dat gouden kalf kan van alles zijn. Dat kan geld zijn. Een leider. Een natie. Een ideologie. Het succes willen hebben. De Markt met een hoofdletter. U hoeft het journaal maar te kijken of de krant open te slaan en hoe ziet overal gouden kalveren staan, overal mensen die op de knieën gaan, die zich uit hebben geleverd aan wat het hoogste zou zijn, het belangrijkste, het sterkste, voor wie of wat je alles wilt opgeven.
“Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.” zegt dan onze God. Nu snap ik dat dit ook niet gelijk zo tolerant klinkt. Is God dan niet een volgend gouden kalf? Ja, ik denk dat dit risico bestaat als we God opsluiten in onze denkbeelden. Als we vergeten dat God altijd anders is. Als we God in onze broekzak denken te hebben. Dan kan dit gebod zelfs religieus geweld oproepen doordat mensen zeggen: Onze God is de enige. Maar hierbij is ‘t goed ons te realiseren dat we hier de Joodse telling van de tien woorden volgen. En dat de blikrichting van die tien woorden bepaald wordt door het eerste woord namelijk: Ik ben de Heer uw God die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. ‘God is onze bevrijder. Dat is voor mij een kernzin uit het Bijbelse denken. God is onze bevrijder. Daar begint het mee. Hij heeft ons bevrijd uit de slavernij en het tweede gebod waarschuwt vervolgens dat we ons dus niet opnieuw tot slaven moeten laten maken door andere Goden te vereren. En natuurlijk, dat zijn mooie zinnen op die stenen tafelen, maar in de praktijk blijkt dat mensen zich toch elke keer weer laten knechten, elke keer weer op de knieën gaan voor hun zelfgemaakte goden. En ook in ons verhaal duurt het het volk allemaal te lang, ze worden ongeduldig en zeggen tegen Aaron: ‘Maak een god voor ons, want wat er gebeurd is met Mozes die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.’ Het volk heeft dus geen geduld, Mozes is te lang weg en je weet het maar nooit nu. Want als Mozes weg is, is misschien de God van Mozes ook wel weg. En de mensen zamelen hun goud in en Aaron maakt voor hen een gouden kalf die de plek van die God van Mozes maar moet innemen. En het meest pijnlijke is misschien wel dat Aaron zonder slag of stoot gelijk goud begint in te zamelen. Geen discussie, geen verzet, helemaal niks van dat alles. En het volk viert feest en danst uitbundig rondom deze gouden stier. Zo treft Mozes hen dus aan. Hij die net van God de tien woorden heeft ontvangen waarop staat geschreven: “Vereer geen andere goden en maak geen afgodsbeelden en kniel vooral voor zulke beelden niet neer. Vereer ze niet.” En dat is nu precies wat er wel gebeurt, hier, recht voor zijn ogen, dansende mensen die eer betuigen aan een gouden kalf. En vervolgens gooit Mozes de stenen tafelen dan ook stuk.
De rabbijnen leggen dat moment op twee manieren uit. De eerste uitleg is dat Mozes de stenen tafelen snel stuk gooit zodat het volk nog niet op die tien geboden aangesproken kan worden door God. Dat is een uitleg met een zekere glimlach van een slimme Mozes die gelijk vooruitdenkt en voor zijn volk opkomt zoals we ook horen als hij later God overtuigt toch minder toornig te zijn. Mozes zegt daar: “Wilt u zeggen dat De Egyptenaren zeggen: Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten? Denk toch aan uw beloften aan Abraham, Isaac en Jacob.” De tweede uitleg past ook bij het verhaal en vooral bij het karakter van Mozes waarin hij juist woedend wordt en daarom de stenen tafelen stukgooit. Even ben je weg en wordt het geduld van het volk op de proef gesteld en onmiddellijk dwalen ze af en leveren zich uit aan zovele andere goden. Zo snel kan het gaan. Godsdiensthistorisch zijn er sporen aan te wijzen dat het hier in het gouden kalf gaat om de God van de vruchtbaarheid zoals je wel vaker tegenkwam bij naburige godsdiensten van het Oude Israël. Maar waar het natuurlijk vooral om gaat, is dat het gouden kalf voor vele afgoden kan staan zoals ik net al aanstipte. Het gouden kalf is een metafoor geworden voor alle absolute waarheden, overtuigingen, ideologieën waaraan mensen zich in angst aan vastklampen en aan uitleveren. Het gouden kalf kan staan voor je onderwerping aan prestatie, aan macht, aan lust. De overeenkomst in al deze beelden is in ieder geval dat afgoden de neiging hebben de mensen tot slaaf te maken tot op de dag van vandaag. Tegenwoordig handig gebruikmakend van sociale media en nauwkeurige algoritmen. En dat terwijl de God van de Bijbel juist gericht is op onze bevrijding uit die slavernij en in dat tweede god tot ons zegt: Word nou toch niet opnieuw slaaf, lever je niet uit aan wat jouw leven wil beheersen. En dat kunnen ook beelden van jezelf zijn. Beelden waarin je jezelf op een voetstuk zet. “Ik ben beter dan anderen. Ik heb meer bereikt. Ik verdien meer.“ Maar ook beelden die jezelf juist naar beneden halen: “Ik kan niets. Ik beantwoord niet aan wat anderen van mij verwachten.” God zegt dus misschien ook wel: leg jezelf, leg anderen niet vast in denkbeelden en vooroordelen. Ook daarvan mag je bevrijd worden. Lever jezelf niet uit. Kniel niet. Sta op. Leef als een bevrijd mens. Jij, ja, maar daarmee ook anderen. Het is daarom misschien goed om je eens af te vragen wat jou in je leven bepaalt, waar jij je misschien wel onbewust aan uitlevert, dat wat altijd jouw agenda bepaalt? Waar jij gevangen zit in je vooroordelen? Waar zetten denkbeelden anderen of jouzelf feitelijk op slot? En hoe doen we dat als samenleving? Wie zijn de afgoden in onze wereld? Aan wie leveren we ons zomaar uit?
Tot slot wil ik toch nog even verder lezen in ons 2e gebod. En daar staat een gedeelte dat moeilijker voelt en dat we misschien maar liever overslaan. Dat ook wij soms op de knieën vallen voor de denkbeelden van onze tijd en dat er ook in en aan ons veel is dat bevrijd zou kunnen worden, dat kunnen we wellicht nu wel meevoelen, maar wat moeten we met: ‘Want ik de Heer, uw God, duld geen andere Goden naast mij. Na-ijverig/ jaloers wordt hier soms ook vertaald. En dan gaat het verder: Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.” Is God jaloers? Nee. Dat is een oer-misverstand. Alsof God ons het geluk niet zo gunnen. God kan alleen niet dulden dat wij mensen zich door wat anders laat leiden. Na-ijverig is een ouderwets woord en betekent zoiets als ‘niet onverschillig kunnen zijn’. God kan niet onverschillig zijn, zoals ook Jezus niet onverschillig was. Wat de mensen doen, het doet hem iets, het beroert hem lezen we in al die verhalen. ‘Impassioned’ vertalen de Engelsen. Hartstochtelijk zouden wij zeggen. Maar lezen we hier dan dat deze hartstochtelijkheid van God erin resulteert dat God ons straft? En niet alleen ons, maar ook onze kinderen? “Voor de schuld van ouders laat ik de kinderen boeten…” Het is niet zo verwonderlijk dat we dit gedeelte meestal maar liever overslaan… Toch kunnen we het ook anders horen. Het werkwoord dat hier in het Hebreeuws wordt genoemd PaKaT, wordt inderdaad gebruikelijk vertaald met straffen/doen boeten/vergelden. Als wij tegen God kiezen, hem haten, zoals de tekst zegt, dan laat God de mens over aan de gevolgen van zijn eigen misstappen. Dan zijn we terug bij ‘in den beginne’, toen het nog chaos af. Interessant is hier dat er staat tot in het derde en het vierde geslacht. Dat omhelst dus een hele familie zoals wij die kennen. Met grootouders, kleinkinderen en soms ook achterkleinkinderen. En psychologisch is het in ieder geval waar dat kinderen soms de rekening moeten betalen van wat hun ouders hebben gedaan of hebben nagelaten. Soms zit iets in een familiestructuur opgesloten en wordt ‘t soms bijna onbewust overgedragen aan de volgende generatie. Wantrouwen, schuld of angsten van ouders hebben effect op hun kinderen. Kind van de rekening zijn noemen we dat. We zien dat zelfs bij in het groot bij volken gebeuren.
Maar los van dat het psychologisch zo werkt, moeten we denk ik dat ‘doen boeten tot in het 3e of 4e geslacht’ toch net even anders verstaan. Er zit namelijk nog een betekenislaag in dat Hebreeuwse woord PaKaT. Dat is het woord ‘bezoeken’ zoals dat nog in de oude vertaling van dit tweede woord klonk. “Ik ben een na-ijverig God die onrecht van vaders aan zonen bezoekt. “Vergeving en verzoening is namelijk wat God liever doet en precies die laag zit ook in dat woord PaKaT, in dat bezoeken. Dat horen we bijvoorbeeld in Exodus 3: 16 bij die brandende braambos waar God zegt dat hij het volk bezocht heeft en gezien heeft wat het volk in Egypte wordt aangedaan. En dat God zich dat lot aantrekt. Dat bezoeken van God heeft dus iets van “Ik kom eens kijken hoe het gaat.” Het is bezoek uit bezorgdheid. Het is een teken van bewogenheid. Kortom: het gaat hier niet om een strafexpeditie van God, maar God komt op huisbezoek. Zo van: het zal toch niet waar zijn dat de kinderen dezelfde misstappen begaan. Hij zal toch niet waar zijn dat ze Mij haten! Dat kan God niet onverschillig laten. Maar als ze mij liefhebben, zegt God en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.” God bezoekt dus het derde en vierde geslacht van hen die hem haten, maar die hem liefhebben, hem vertrouwen, bewijst hij zijn liefde, zijn vertrouwen tot in het duizendste geslacht! Duizend is een overmaat, zoals we van psalm 100 zongen: elk nieuw geslacht ervaart zijn trouw. Er is dus herstel van relaties mogelijk. Ook al zijn wij soms het kind van de rekening van onze ouders, het kan tegelijkertijd elke generatie keren. Vertrouwen is altijd sterker dan wantrouwen. En wij worden dus uitgedaagd dat vertrouwen van God te vertrouwen, om ook in onszelf die oerkracht te laten spreken. Misschien in onze dagen meer als ooit tevoren. En als we dat doen dan gaat er iets bewegen. Dan kunnen we voorbij ons wantrouwen gaan leven. Dan vullen we God niet op met ons goud waarin we onszelf uitleveren en leggen we elkaar en onszelf niet vast in onze vooroordelen en denkbeelden. Dan lopen wij niet slaafs meer aan achter die zogenaamde groten der aarden, de allesweters en de beterweters. Dan leveren we onszelf niet meer uit aan de algoritmes die steeds harder hun marsmuziek laten roffelen.
Nee, wij zullen niet knielen, ons niet zullen uitleveren, maar zullen blijven opstaan om als bevrijde mensen te leven omdat we weten en geloven dat ook wij geschapen zijn naar Zijn beeld waarmee wij ook de anderen zien die ook beeld van God zijn en zo allemaal anders verwijzen naar die Ene oneindige God die onze bevrijder is. Opdat wij bevrijd zullen leven. Opdat we anderen in vrijheid laten leven. Adem van God: vernieuw ons bestaan.
Amen