Preek van vorige Week

Preek van ds. David van Veen over Mattheus 16: 13 - 23
De Veste Gouda, 18 februari 2024

Een van mijn hobby’s is lezen. Dat had ik als kind al en was bijna dagelijks in de bibliotheek te vinden. Een beetje rondstruinen langs al die kasten, een boek eruit pakken en zittend op de grond het door te bladeren om te kijken of het wat was om mee naar huis te nemen. Sinds een paar jaar heb ik een E-reader maar daar ging wel een heuse bekering aan vooraf. En nog steeds vind ik vooral een fysiek boek prachtig. Nu heeft Gouda met de Chocoladefabriek een fantastische bibliotheek en voor een klein bedrag kun je daar ook boeken vanuit heel Nederland ophalen en lenen. Die boeken vind je heel makkelijk online in een uitgebreide database. Tegenwoordig ligt wat dat betreft digitaal de wereld aan je voeten. Tijdens mijn studie werkte de universiteitsbibliotheek al op een vergelijkbare manier. Ze hadden toen al een uitgebreid computersysteem en als je het juiste boek had gevonden, vulde je een eigen persoonlijke code in en een uurtje later lag het boek al voor je klaar bij de balie. Ook voor theologiestudenten een prachtig middel zou je denken! Maar stel: je zoekt een boek over Jezus en voor een theologiestudent zou dat toch niet verwonderlijk moeten zijn. Je vult als zoekterm in dat het woord ‘Jezus‘ in de titel moet voorkomen. Ik herinner me dat je toen al bijna 1000 boeken vanuit de universiteitsbibliotheek naar boven kon laten halen. En wat is dan het goede boek? Tegenwoordig levert dezelfde zoekopdracht bij bol.com al zo’n 1800 suggesties op en dat zijn dan enkel nog de relatief nieuwe boeken. Nog moeilijker en uitgebreider wordt het als je in het Engels gaat zoeken of op het woord ‘Christus’. Ik heb ook dat destijds wel eens geprobeerd in de universiteitsbibliotheek.  Ik weet nog dat de computer begon te zuchten en te steunen – het is inmiddels ook heel wat jaartjes geleden-, maar uiteindelijk gaf de computer het op en stond er: werkset te groot. Zoek je dus een boek over Christus of over Jezus dan doe je er dus verstandig aan dit boek te zoeken in een bepaalde context, want het woord Christus of Jezus alleen is blijkbaar niet zomaar los verkrijgbaar. En eigenlijk zou ik nu al ‘amen’ kunnen zeggen en met mijn overweging kunnen stoppen. Want zoals de werkset te groot is om zomaar het juiste boek te vinden over Jezus, zo lijkt de werkset eveneens te groot voor een antwoord op de vraag: Wie is Jezus? Wie is Jezus? – het is een vraag die mensen al bijna tweeduizend jaar bezighoudt, van de eerste discipelen tot Kuitert, van Petrus tot Marianne Thieme die hier over 2 weken een lezing zal houden voor Goudader. Toch hebben we hier reeds een wonderlijk element te pakken, want we stellen ons vaak de vraag: wie is Jezus in plaats van alleen wie was Jezus? Blijkbaar is deze vraag nog steeds actueel, is het een levende vraag, omdat Hij de Levende is. Blijkbaar gaat het om vandaag en niet alleen om gisteren. En ook in onze oren klinkt dus die vraag: wie is Jezus? 

In het evangelie van vandaag staat dat Jezus is weggetrokken, zijn rondtrekken in Galilea zit erop. Hij is naar het noorden, naar Caesarea gegaan. Dan stelt hij de discipelen de vraag: “Wie zeggen de mensen dat ik ben?” Ja, wat de zeggen de mensen eigenlijk? Je beeld wordt immers vaak gevormd door wat je omgeving ervan denkt. En dat is altijd een wonderlijke spanning, want aan de ene kant kun je niet zonder de anderen die je geloof scherpen, waarmee je het gesprek mag voeren, maar aan de andere kant kunnen die anderen ook je mond snoeren. Zo moet je geloven en niet anders. Er wordt gewikt maar soms word je ook gewogen. Wat zeggen de mensen? Dat heeft veel te maken met wat de mensen verwachten. Wat verwachten wij van een God, van een Messias? Moet een God alles kunnen? Moet een God ingrijpen als wij lijden ervaren in onze levens of zien op onze televisies? Wat verwacht een mens van de Messias hier in Gouda en wat verwacht een mens op de vuilnishopen van Mumbai? Wie zeggen de mensen dat ik ben? “Volgens sommige Johannes de Doper, volgens anderen Elia, volgens weer anderen Jeremia of een van de profeten.” Dat zeggen de mensen, vertellen de discipelen hem. Allemaal namen van mensen die voorlopers zijn van de Messias. Van Elia en ook wel van Jeremia werd namelijk verwacht dat zij terug zouden komen om op aarde de komst van Messias aan te kondigen. En nog steeds is er een stoel leeg als de Joden hun geloof vieren, want iedere dag opnieuw zou Elia kunnen terugkeren en aan kunnen kloppen om mee te eten. De antwoorden van de mensen wijzen dus in richting van de Messias, maar zeggen dat Jezus van Nazareth zelf daadwerkelijk de Messias is, dat gaat blijkbaar toch nog een stap te ver. We geloven dat er veel in de tijd kan gebeuren, maar geloven dat er nu iets gebeurt, vandaag iets wonderlijks, geloven dat deze tijd, onze tijd, de tijd is waarop wij wachten dat gaat ons vaak een stap te ver. Nee, ook wij houden Jezus zo in ons geloven liever vaak wat op afstand. Hij is inspirerend vanuit een evangelie van toen, maar vandaag? In het hier en nu? Niet alleen wie was Jezus, maar wie is hij vandaag? Dat zijn vragen die ons soms te dichtbij komen.  En precies daarmee worden we dan ook onmiddellijk geconfronteerd: Jezus bréngt de vraag dichterbij. En jullie, wie ben Ik volgens jullie? En de discipelen kunnen zich niet meer verschuilen achter wat de mensen zeggen. En laten we wel wezen: zij kennen Jezus toch beter dan wie dan ook? Zij trokken immers dag en nacht met hem op. En waar we ons voor kunnen stellen dat de leerlingen toen elkaar misschien wat ongemakkelijk aankeken - want ja, wat moet je nu zelf als antwoord geven op die vraag en wie zeggen jullie dat ik ben? …. – is het Simon die hier naar voren duikt. Impulsief, maar ook vanuit zijn hart, is het hier haantje de voorste die roept. Nog voordat iemand iets heeft kunnen zeggen. En Simon roept zijn belijdenis in het midden van groep uit: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” En Petrus’ belijdenis is niet van horen zeggen, maar komt dus regelrecht uit zijn hart. Die ervaring is zo wonderlijk dat Jezus zegt: Gelukkig ben je, want de mensen hebben je dit niet onthuld, maar mijn Vader in de hemel heeft dat gedaan.” Je zou kunnen zeggen dat het komen tot belijdenis blijkbaar ook nog een andere weg volgt dan die alleen van het hoofd, van de geschiedenis, van de wetenschap, van al die honderden boeken, van wat de mensen zeggen en denken. Dit belijden van Simon komt uit zijn hart, regelrecht vanuit de ervaring met deze man, Jezus van Nazareth. En Jezus zegt het tegen Simon: Vanaf nu zul je Kefas, Petrus, Rots heten. Petrus, op die steenrots zal ik mijn kerk bouwen! Petrus wordt rots genoemd: om deze belijdenis. Gods kerk wordt gebouwd op mensen die belijden en Jezus verstaan. Het gaat dus niet alleen om de persoon van Petrus, maar het gaat om het voorbeeld dat hij stelt door zijn belijden, door zijn toevertrouwen. Op zulke mensen kunnen wij bouwen. Het is die Petrus waarmee wij de komende 40 dagen onderweg zullen zijn. Om zijn verhaal tot ons verhaal te maken. 

En Petrus krijgt vervolgens van Jezus de sleutels in handen. Nu weet ik niet hoe het bij u is, maar sleutels beheersen over het algemeen ons leven. Huisdeuren, auto’s, koffers en kluizen. Zonder sleutel kom je nergens in. En dan heb ik het nog niet over sleutels in het digitale tijdperk. Allemaal zijn we wel eens zo’n onmogelijk wachtwoord een keer vergeten. En dan kom je nergens meer in en word je van alles uitgesloten. Sleutels zijn van ouds niet voor niets een symbool van macht en gezag. Jezus geeft hier Petrus dus een sleutelpositie en daarom zien we Petrus ook altijd met die sleutels worden afgebeeld. Toch moeten we hier ook een plaatje kwijt zien te raken, want Petrus krijgt niet de sleutels van de hemelpoort in handen zoals we nogal eens in oude moppen te horen krijgen. Nee, Petrus krijgt de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen. Petrus krijgt de sleutels van het Koninkrijk van God dat Jezus al drie jaar lang verkondigt en dat hier op deze aarde gestalte mag krijgen. En Jezus verzekert hem ook nog eens dat het dodenrijk dit Koninkrijk er niet onder zal krijgen. Het gaat dus niet zo zeer over de hemel, maar hier op deze aarde moet het gebeuren. “En al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt, zal ook in de hemel ontbonden zijn.” De sleutelrol van Petrus bestaat in het binden en ontbinden op aarde. Maar waar doelt Jezus op? Mattheüs formuleert het heel breed: álles wat je zult binden of ontbinden op aarde zal dat ook in de hemel zijn.  Nu komen de termen binden en ontbinden vaker in de Bijbel voor. Hier, op deze plaats in het Mattheüsevangelie, hebben ze betrekking op het gezag waarmee Gods woord van betekenis mag zijn voor het leven van de mensen. In Jezus’ tijd lag dat gezag bij de Schriftgeleerden en Farizeeën. Hun uitleg had een bindende kracht voor het volk van Israël. Elders in het evangelie verwijt Jezus de Schriftgeleerden dat zij ‘het Rijk der hemelen afsloten voor de mensen’ vanwege hun huichelarij: ze deden niet wat ze anderen voorhielden. Petrus wordt hier door Jezus als het ware tot Wetgeleerde verklaard en de sleutels die Petrus krijgt zijn de woorden van Jezus, die Petrus op zijn beurt verkondigen en uitleggen zal. En die uitleg heeft bindende kracht, ook in de hemel. Hij mag de wil van God volgens Jezus’ bedoelingen uitleggen aan de mensen hier op deze aarde.  

Twee hoofdstukken verder zal Jezus deze woorden over binden en ontbinden herhalen maar ‘t dan zeggen tegen al zijn leerlingen. Het gaat hier dus om een uitlegtraditie, om het doorgeven van de woorden van Jezus en hun betekenis tot op de dag van vandaag. En om het gezag dat daarvan uitgaat. Maar dat gezag is ook terecht wel onder kritiek komen te staan. Dan werd traditie iets wat je klakkeloos moest overnemen. Je mocht onderaan bij het kruisje tekenen. Maar traditie betekent vanuit het Latijn overhandigen, overbrengen. Het woord veronderstelt beweging, een geven en een ontvangen. Naast die soms ook terechte kritiek is het woord traditie ook een beetje een muffig woord geworden. Het ruikt naar vroeger, naar spruitjes, maar voelt daarmee ook vaak achterhaald. In onze moderne maatschappij zijn we toch vooral met nu en de toekomst bezig. We denken dat wij het wel weten, maar we vergeten soms waar we vandaan komen en is bijvoorbeeld geschiedenis niet een heel populair vak. Waar weten waar je vandaan komt, maakt deel uit van waar je naar toegaat. Misschien is in de kerk, in het spoor van Petrus waarop zij gebouwd is, dat besef van de traditie en de waarde daarvan nog wel wat meer terug te vinden. Hier weten we immers dat wij de eersten niet zijn. We staan hier samen voor Gods aangezicht, maar ook hand-in-hand met al die generaties voor ons. En zoals wij met elkaar het geloofsgesprek mogen voeren, kunnen we door de uitlegtraditie van eeuwen ook in gesprek met de christenen van langer geleden. Het is niet alleen de kerk van nu, maar ook de kerk van toen, de kerk van elders. Of zoals we straks aan onze eigen doop zullen denken en opnieuw ons geloof zullen belijden in verbondenheid met de kerk van alle plaatsen en van alle tijden. Dat wordt straks ook prachtig aanschouwelijk gemaakt als de dopeling binnen wordt gedragen door haar tante en overgrootmoeder. Er is een doorgaande lijn, er is een traditie die wordt overgedragen. We zijn de eersten niet, maar mogen bouwen op de traditie van het voorgeslacht. Het gaat over geven en over ontvangen. Maar daarmee is niet alles gezegd en ook ons verhaal krijgt een verrassende wending. Want ‘van hemelhoog’ worden we hier weer prompt met onze voeten op de aarde gezet. Ja, die Petrus dat is een kei van een vent, daar kun je tenminste op bouwen, maar we zijn nog geen drie zinnen verder en dan blijkt deze zelfde Petrus een struikelblok te zijn. Van fundament naar struikelblok. Terwijl Jezus het geprobeerd heeft om het zijn leerlingen uit te leggen. Hij moet naar Jeruzalem waar hem lijden en de dood staat te wachten, want de weg van Jezus van Nazareth loopt anders. Geen revolutie met zwaarden en speren, geen koning die zegevierend binnenrijdt hoog gezeten op zijn paard, maar een revolutie van het hart, rijdend op een ezel.  

Petrus kan en wil dat niet geloven. Na de gelukkigprijzing van Petrus door Jezus, volgt dan de terechtwijzing van Jezus. Van de goede woorden van God die vanuit Petrus kwamen, klinken hier woorden van de Verdraaier. Jezus zegt tegen Petrus: Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen. Na zijn hartstochtelijke belijdenis is Petrus blijkbaar toch weer terug bij ‘wat de mensen zeggen’. En jullie, wie zeggen jullie dat ik ben? Die vraag was toch misschien lastiger dan Petrus dacht. De prachtige belijdenis van Petrus was weliswaar oprecht, maar de inhoud van deze woorden was toch anders dan Petrus misschien verwacht of gewild had. Wat Jezus zegt en bedoeld, is vaak anders dan wat mensen ervan maakten of wilden maken. In die zin moet je de traditie van ‘wat mensen zeggen’ ook niet klakkeloos overnemen. Zelfs een belijdenis kan tot een struikelblok worden. Want als wij zelf niet meer speuren naar de inhoud van de woorden, dan kunnen de meest prachtig woorden, stollen, hard worden als blokken cement. Dan spreken wij, maar zonder na te denken. Dan herkauwen wij slechts de traditie. Wie is Jezus? Ook in onze tijd kunnen wij die vraag alleen beantwoorden in de context van het spreken en handelen van Jezus van Nazareth. Navolging is jezelf in die context plaatsen, want weten wat de weg van Jezus van Nazareth betekent, is vooral ook de weg te gaan. Pas onderweg, op die weg, kunnen wij hem tegenkomen en raken wij vervuld als wij net als de Emmaüsgangers zijn handen herkennen als het brood wordt gebroken. Dan ga je van wie zeggen de mensen dat ik ben, naar wie zeg jij dat ik ben? In de doop van Janne mogen we vandaag weten dat Jezus Messias het fundament van ons levenshuis wil zijn waarop we altijd mogen terugvallen. Staan we hier hand-in-hand met elkaar voor het aangezicht van God: dankbaar voor al die generaties voor ons, voor de geloofstraditie waarin wij staan en waarin nu ook Janne wordt opgenomen. Maar in de doop van Janne komt ook de vraag van Jezus naar voren die ook Janne later zelf zal mogen gaan beantwoorden. Want het is goed, mooi en waardevol om na te denken over de vraag van Jezus “Wie zeggen de mensen dat ik ben? We mogen in gesprek zijn met elkaar en met onze overgeleverde geloofstraditie, maar uiteindelijk kijkt Jezus ook jouzelf aan vraagt ook vandaag: “En jij? Wie zeg jij dat ik ben?” 

Amen