Preek van vorige Week

Preek van ds. David van Veen over Psalm 126 en Genesis 28: 10 – 29: 1
De Veste Gouda, 22 november 2020

Jacobs familiegeschiedenis is een ingewikkelde kluwen. Het eindigt er in ieder geval mee dat Jacob nu op de vlucht is. Hij heeft de zegen van zijn vader gestolen van zijn broer. Ten koste van alles! Want Jacob heeft niets meer, is niets meer. Vervreemd van zichzelf en zijn familie. Zou hij hen ooit nog terugzien? Jacob is in ballingschap. Uitgeput valt hij neer langs de weg. Want zo staat er: de zon was ondergegaan. En dat staat er niet zomaar. Pas in hoofdstuk 32, als Jacob geworsteld heeft met God en met mensen, daar bij de rivier de Jabok, staat er dat de zon weer opging. Dan pas. Maar hier is de zon ondergegaan over zijn leven. Het is donker en geen horizon is meer te zien. En ach, we kunnen ons wel verplaatsen in Jacob, want ook wij weten dat de zon soms ondergaat over het leven. En juist deze dagen van Corona kleuren onze wereld soms extra donker. Ervaringen van verlies, ziekte en dood zijn overal om ons heen en overal worden we eraan herinnerd. Als we elkaar zien met mondkapjes. Als we onze winkelwagentjes afnemen. Als we gesloten deuren zien van zorg- en verpleeghuizen. Als we de blik zien van hen die zorgen, maar soms zo moe en moedeloos zijn. We zijn ruw overvallen door de dood op de stoep.  Net als bij Jacob is de zon ook in ons leven soms ondergegaan. En ook wij hebben net als hij aan het leven verloren, onze liefde, onze geliefden. Ook wij kijken om en rouwen om wat niet meer is. Ook wij moeten vaak leven met gebroken en verbroken relaties om welke reden dan ook. Geen moeder meer. Geen kind meer. Geen vader meer. Geen partner meer. Gezinnen die braken. Het leven is dan net als bij Jacob een woestijn waar zelfs je tranen opdrogen. Want de zon was ondergegaan.  
 
En Jacob pakt een steen, gebruikt dat als hoofdkussen en valt in slaap. En Jacob droomt. En tegen dromen kun je heel verschillend aankijken. De meeste dromen zijn bedrog zingt immers de populaire volkszanger. Anderzijds zeggen sommigen psychologen juist dat je in dromen je leven verwerkt. Dat levert soms ook een inzicht op, want in een droom komt er soms ‘zomaar’ iets bovendrijven vanuit je onderbewuste. Dromen hebben dan dus iets te vertellen, al gaat dat vertellen in een andere taal dan overdag. Een taal die ook verhaalt dat er meer is tussen aarde en hemel, dat de werkelijkheid niet in één zin is te vangen. Mij verwondert het altijd dat ongeveer de helft van mensen die ik spreek nadat zij iemand aan de dood hebben verloren nog een bijzondere droom hebben. Soms als een laatste afscheid, soms als een gevoel van een hele sterke aanwezigheid van die ander. Zo’n droom kan zo waar zijn, dat je anders ontwaakt. Nee, dromen laten zien dat er meer is tussen hemel en aarde en verbinden soms hemel en aarde op een bijzondere manier. Dat overkomt ook Jacob zo horen we. In de droom van Jacob worden hemel en aarde zelfs letterlijk met elkaar verbonden. Een ladder staat opgesteld op de aarde tot helemaal in de hemel en daarlangs zag hij Gods engelen omhooggaan en afdalen. God spreekt Jacob zegenrijk toe. Een prachtige droom die Jacob zelf ook overrompelt. Niet zo gek, want zijn familierelaas en zijn vlucht, had je hier toch eerder een nachtmerrie verwacht van een God die hem met priemende vinger zou veroordelen. Maar niets dus van dat alles. Dat er wat te zien valt in die droom van Jacob hoor je terug in de letterlijke tekst van dit gedeelte. Daar staat: Hij droomt: ziedaar, een ladder, geposteerd op het aardland, zijn hoofd reikend tot aan de hemel; ziedaar: engelen van God opstijgend en neerdalend daarover; en ziedaar: boven hem de Ene geposteerd. Drie keer: Ziedaar. Er is dus wat te zien! Zo’n droom van Jacob moet je dus eigenlijk zien en daarom willen we dat nu samen gaan doen. Ik wil met u namelijk gaan kijken naar een schilderij van Chagall over deze droom van Jacob.