Preek van vorige Week

Preek van ds. David van Veen over Lucas 10: 25 - 37
De Veste Gouda, 15 september 2019

Er was eens een theoloog die vroeg: Wat moet ik doen om in de hemel te komen? Typisch een vraag voor een theoloog, want uit onderzoek blijkt dat nog maar heel weinig mensen in Nederland geloven in een hemel dat ook nog eens van alles kan betekenen. Ook Jezus lijkt het een typische theologenvraag te vinden en speelt de bal dan ook terug naar de vragensteller. “Wie is hier nu de theoloog?” lijkt hij te zeggen tegen de wetgeleerde. Oftewel: als theoloog weet je toch wel wat de Bijbel hierover zegt. En alsof je op een knopje drukt, komt het antwoord van de theoloog er uit rollen en misschien is dat ook wel een beetje het probleem. Hij zegt: “Heb God lief met alles wie je bent en heb je naaste lief als jezelf. “Als een goed theoloog uit die tijd verbindt hij twee teksten uit de Bijbel met elkaar. Eentje uit Leviticus en de andere uit Deuteronomium. Jezus zegt: Dat is juist, maar …. en daar gaat het nu om: doe dat en u zult leven. Het gaat er dus om het ook te doen. Overigens is het interessant dat Jezus niet zegt: en dan zult u het eeuwige leven krijgen. Nee, er staat: dan zult u leven. De blik van Jezus is niet gericht op de hemel, maar op de aarde. Misschien bedoelt hij te zeggen: als je het nu al doet, dan zul je nu al ontdekken wat echt leven is. Niet straks, maar vandaag al.

Maar de theoloog gaat nog even door: Maar wie is dan mijn naaste? Die vraag lijkt een open deur, want als we die vraag snel beantwoorden dan kun je zeggen ‘iedereen’. Iedereen is toch je naaste? Toch als we even verder denken, wordt die vraag wel wat ingewikkelder, want moeten we dan iedereen liefhebben? Wordt dat van ons verwacht en is dat wel reëel? Je krijgt dan snel een soort jaren ’60 gevoel van ‘vrede en liefde’ voor iedereen. Ook al lijkt iedereen je naaste te zijn, dat is niet wat de Bijbel bedoelt met je naaste. In het Hebreeuws kun je het woord ‘rea’ dat naaste betekent ook vertalen met ‘reisgenoot’. Een naaste is in de Bijbel niet zomaar iedereen, maar iemand die je naaste wordt door een bepaalde situatie waarin je op elkaar bent aangewezen. Je naaste is een reisgenoot, iemand die met jou in een bepaalde situatie is. Je naaste is dus niet zomaar iemand die naast je zit in de bus, maar kan wel je naaste worden als er bijvoorbeeld iets gebeurt met de bus, waardoor je op elkaar bent aangewezen. Dan kan een ander je opeens heel dichtbij worden. Iets daarvan wil ik nu laten zien door samen naar een filmpje te kijken. Een meisje met een hoofddoek vraag in het Amsterdamse Vondelpark om een bericht op haar telefoon voor haar te vertalen. Op het moment dat ze doet, zie je plotseling hoe een ander die misschien eerst wel ver weg was opeens nabijkomt, tot naaste wordt, een medemens om om te geven…
 
https://www.youtube.com/watch?v=wn0BUEsHNgg
 
Vroeger werd er in de katholieke kerk op de zondag waarin van het verhaal van de barmhartige Samaritaan werd gelezen, gecollecteerd voor de EHBO. En als teken van dankbaarheid werden er dan aan het einde van de dienst pleisters uitgedeeld. Op zichzelf een aardige actie, maar het is de vraag of het in dit verhaal nu gaat over liefdadigheid, om de vraag: doe je wel of niet goed? Ik denk het niet. Ik denk niet dat Jezus dit verhaal vertelt om ons op te roepen tot liefdadigheid. Niet dat er met liefdadigheid iets mis hoeft ze zijn, want dat kan een mooie en op zichzelf goede daad zijn maar liefdadigheid is altijd wel op ons initiatief, wanneer het ons uitkomt. In dit verhaal dat Jezus vertelt, draait het echter veel meer om de vraag hoe je reageert als je in een situatie plotseling iemands naaste wordt, iemand reisgenoot. Durf je dan ook naast iemand te staan?
 
Terug naar het verhaal. Een man gaat op vakantie. Hij heeft zijn spullen gepakt en is onderweg gegaan. De reis gaat van de hoofdstad Jeruzalem naar een lagergelegen plaats. Het is een duidelijke weg, want het is de enige. Iedereen komt erlangs. De man komt echter niet ver op zijn vakantie. Hij wordt klemgereden en overvallen. En daar ligt hij, gewond, naakt, zonder geld, halfdood. Wat nu? Volgende week maar weer eens collecteren voor de EHBO? Nee en gelukkig, daar komt iemand aan. Gelukkig het is een priester, denk je als kijker. Zelf leun je al wat achterover, want die priester zal wel helpen. Daar zijn ze toch voor. Maar wat gebeurt er? Hij loopt met een boog om de man heen. En de Leviet of zoals u wilt de dominee die even later langs komt, doet precies hetzelfde. Iemands naaste worden is altijd lastig. Liefdadigheid is namelijk in te passen in je agenda, maar iemands naaste worden is vaak onverwacht. Je schema wordt in de war gegooid. Je dag kan er heel anders uit komen te zien. Dat geldt ook voor die priester en die Leviet. Ze zouden letterlijk vieze handen krijgen en daarmee onrein worden. En voordat je dan weer schoon bent en rein dan ben je een halve dag verder. En je kan al die gelovigen toch niet laten wachten in een dienst. En natuurlijk reageren wij: maar dat kan toch helemaal niet, zeker niet als je priester bent of dominee of gelovige……
 
Ooit begon een hoogleraar theologie zijn preekcolleges op een ongebruikelijke manier. Hij roosterde zijn studenten in om te prediken over de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan en op de dag van het college kleedde hij zijn experiment zo aan dat iedere student, één tegelijk, van het ene lokaal naar het andere zou gaan waar hij of zij een preek zou houden. De professor gaf enkele studenten tien minuten om van het ene lokaal naar het andere te gaan; aan anderen gaf hij minder tijd, en dwong hen om zich te haasten om de geplande tijd te halen. Iedere student, één tegelijk moest door een gang lopen en een zwerver passeren, die daar opzettelijk was neergezet, en duidelijk een of andere vorm van hulp nodig had. De resultaten waren verrassend, en boden hun een harde les. Het percentage van die barmhartige mannen en vrouwen die bleven staan om te helpen was buitengewoon laag, vooral voor diegenen die onder druk stonden omdat ze minder tijd hadden. Hoe minder tijd ze hadden hoe minder het er waren die bleven staan om de behoeftige man te helpen. U kunt zich de uitwerking van de klas voorstellen, toen de professor zijn experiment bekend maakte aan de klas van toekomstige geestelijke leiders. Terwijl ze zich haasten om een preek te houden over de barmhartige Samaritaan waren ze de bedelaar voorbijgelopen terwijl ze met de essentie van de gelijkenis bezig waren.
 
Ook al lijkt het ons op het eerste gezicht dus vreemd en onmenselijk dat de priester en de leviet met een boog om de man heenlopen, het beschrijft veel meer de realiteit dan wij vaak denken of willen denken. Ik moest daar onlangs nog aan denken. Ik liep over een brug in Leiden en waar de brug zich verbreedt, vlak voor de Zijlpoort, stond een groot bord van de politie. Op het bord stond een oproep voor getuigen voor de avond daarvoor toen op diezelfde plek een meisje van 18 was verkracht. En getuigen waren er zeker, want je kon onmogelijk anders de brug oversteken. Iets wat het meisje verscheidene mensen ook had zien doen. Onvoorstelbaar denk je dan: je ziet het, maar je doet niets en je loopt er met een grote boog om heen. Toch heeft psychologisch onderzoek bewezen dat dit gedrag het meeste voorkomt. Hoe meer mensen er zijn of langs komen, hoe minder mensen in actie komen. Als anderen niks doen waarom zou ik dan iets doen.. Het is dus helemaal niet natuurlijk of vanzelfsprekend om iemands naaste te worden. Het is veel meer een opdracht dan wij denken, want wij zien liever de werkelijkheid zoals wij willen dat die is en anders kijken we wel even de andere kant op….. De schrijver Abel Herzberg vertelt het verhaal van de kleine Mossie uit de eerste wereldoorlog. Toen de vijand uit de loopgraaf kwam aanstormen, sprong Mossie op en riep: “Pas op, hier liggen mensen”. Vervolgens begon iedereen Mossie uit te lachen.  Er was dus niemand die op de gedachte kwam dat de kleine Mossie de enige was die openlijk zei wat er werkelijk aan de hand was. Wij zien liever de werkelijkheid zoals wij willen dat die is en desnoods kijken we even de andere kant op. Dan verschijnt er opnieuw een man aan de horizon. Hij is ook op reis.  Zou hij zien wat er werkelijkheid aan de hand is? Zou hij reisgenoot durven te worden? Het blijkt iemand van een ander geloof zijn, een Samaritaan. Of een moslim gekleed in een djellaba. De man ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn op de wonden en verbond ze. Vervolgens brengt hij de gewonde man naar een hotel en verzorgt hem. De beweging in de tekst is als volgt: hij ziet, hij wordt bewogen en hij komt in beweging. Dat is blijkbaar de beweging hoe je iemand zijn naaste wordt. Je ziet hem werkelijk, zoals Mossie zag in de loopgraaf, je wordt bewogen en je komt in beweging.
 
Jezus eindigt zijn verhaal met een vraag: Wie is de naaste geworden van de man die is overvallen? En nu moeten we scherp luisteren, want wat Jezus hier doet is cruciaal. Jezus draait namelijk de vraag van de theoloog om. Niet: ‘wie is mijn naaste?’ maar wie zou voor mij een naaste zijn als ik hulp nodig had? Niet: wie moet ik helpen? Maar wie zou mij helpen als ik hulp nodig had? Jezus dwingt de theoloog eigenlijk door de ogen van het slachtoffer te kijken. Als jij dat nou was, wie was jouw naaste geworden? Jezus draait de vraag om, zodat wij ons verplaatsen in die ander. Zou houdt dit verhaal van Jezus ons vandaag de spiegel voor. Wie ben jij in dit verhaal? En natuurlijk wilden wij allereerst het liefst die barmhartige Samaritaan zijn om vervolgens te ontdekken hoe diep het gedrag van die priester in onszelf zit? Liefdadigheid ok, maar dan wel wanneer het ons past in de agenda. Maar Jezus houdt het ons vandaag voor, als je de Barmhartige Samaritaan wilt zijn, dan moet je in dit verhaal eerst die man zijn die daar gewond langs de kant van de weg ligt.
 
Jij bent die man.
Je naaste als jezelf.
 
Amen