Preek van vorige Week

Preek van ds. David van Veen over Genesis 3: 1 – 11 en Mattheus 25: 31 – 46 
De Veste Gouda, 3 november 2019 
 
Een aantal jaren geleden besloot een aantal moeders in Reeuwijk dat het wel leuk zou zijn om ook in Reeuwijk het feest van Sint-Maarten te gaan vieren. Dat de kinderen in bepaalde straten langs de deuren zouden gaan, liedjes zouden zingen en daarvoor dan beloond zouden worden met snoepgoed. Het snoepgoed zou gesponsord worden door de Jumbo en die deed er ook gelijk een lampionnetje bij. Toen ik hoorde van dit idee heb ik met hen contact opgenomen en gevraagd of het niet een idee zou zijn om de optocht in de kerk te beginnen. Naast het praktische argument dat we dan droog zouden staan als het zou regenen, deed ik hen ook het voorstel dat ik kort iets zou vertellen over Sint-Maarten. Bovendien zouden we dan ook een paar liedjes kunnen oefenen die de kinderen dan langs de deuren ten gehore konden brengen. Ze hadden er nog niet zo over nagedacht, maar vonden het wel een goed idee. An sich natuurlijk wel wonderlijk, want hoe kun je nu een ritueel introduceren als je daarvan niet de achtergrond kent? Dat krijgen van snoep in ruil voor het zingen van een lied, dat wederzijds delen, dat komt toch ergens vandaan? Ik bespeur dat echter wel vaker dat mensen, wellicht zelfs heimelijk, een behoefte voelen aan rituelen, aan iets gemeenschappelijks delen, aan betekenisgeving, maar eigenlijk niet meer weten waar te zoeken of hoe je dat eigenlijk doet…. Denk bijvoorbeeld ook maar aan de behoefte om onze overledenen te gedenken. Hoe geef je dat vorm? Hoe geef je dat diepte? Daar kun je toch meer betekenis in leggen dan alleen bijvoorbeeld het luisteren naar een liedje? De kerk is wat dat betreft schatbewaarder van een enorme traditie van verhalen en rituelen, van vrouwen en mannen die als voorgangers deskundige ritueelbegeleiders zijn, van een liturgie die er niet zo maar is, maar gestoeld is op een eeuwenlange ervaring.  
 
Enfin, terug naar St Maarten in Reeuwijk. Het werd een groot succes. De kerkzaal zal vol met veel mensen die ik normaliter niet op zondag zag. Het verhaal van Sint-Maarten klonk en probeerden we te vertalen naar de werkelijkheid van vandaag. De eerste keer koppelden we dat bijvoorbeeld aan de vluchtelingen die toen in de gymzaal werden opgevangen en letterlijk de kleren kregen van vele Reeuwijkers. Het was bijzonder dat men zich opeens besefte dat we daarmee in een hele oude traditie stapte die terugging op een Bijbels verhaal. Een verhaal als van de barmhartige Samaritaan, een verhaal als dat van Sint-Maarten die zijn halve mantel weggeeft. Sint-Maarten die ‘s nachts in het gezicht van de bedelaar het gezicht van Christus ontwaart en zo droomt over wat de evangelist ons ook vandaag weer voorhoudt, alles wat je voor hen hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan. Het gaat er niet alleen om wat je gelooft, blijkbaar gaat het er vooral om wat je doet. Daar komt het op aan. En in het gelaat van die ander, kun je dan het gelaat van de Eeuwige zelf ontwaren. Sterker nog: pas in het gelaat van die ander worden wij mens, worden wij aangesproken, worden wij onszelf. 
 
De schilder Ruud Bartlema heeft die werken van barmhartigheid ook geschilderd. We kijken naar het werk de naakten kleden dat op de volgende manier toegelicht wordt:  
“In de grauwe kleuren van het tekort aan de primaire levensbehoeften is in dit schilderij werk van de naakten kleden in beeld gebracht. Als gehuld in de vale sluier van de werkelijkheid zijn twee mensen bezig om een aantal naakte gestalten van kleren te voorzien. Achter hen staan nog eens een aantal naakte figuren die ook wachten om op hun beurt kleren te ontvangen. Bij nader toezien vormen de naakte mensen een lichaam. Het lichaam van Christus. Deze kijkt zelf met intense belangstelling en liefde naar dit wonderlijke tafereel. Het is of uit zijn mond iets gehoord wordt als ‘Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van Mijn minste broeders (en zusters) hebt gedaan, hebt gij het ook aan Mij gedaan..... ’Het aureool van Christus wordt zichtbaar in degene die de naakten bekleedt, maar vooral ook in die naakte mensen zelf. De stralenkrans van de Christusgestalte is in dit schilderij een echo van de zon, die in een diepblauw veld linksboven schijnt. “ Wat we wel proeven in dit werk is dat het niet alleen maar gaat om het kleden van naakten. Nee, iemand kleden, een mantel om iemand heen slaan, is ook een gebaar van iemand geborgenheid geven. Naakt-zijn is niet alleen soms letterlijk naakt-zijn, waarvoor we bijvoorbeeld een kledinginzameling kunnen doen, nee, naakt-zijn staat ook voor kwetsbaar zijn. In die zin zou je ‘naakten kleden’ ook kunnen verstaan met ‘er zijn voor kwetsbare mensen’. Dat was vroeger ook al zo. Toen werd naaktheid vaak geassocieerd met mensen die psychisch in de war waren. Simpelweg, omdat zij vaak aan hun lot over gelaten werden en niet voor zichzelf zorgden. Tegenwoordig zouden we dat ook decorumverlies kunnen noemen. Vaak zie je dat bijvoorbeeld bij dementie; als mensen steeds minder voor zichzelf kunnen zorgen en afhankelijk zijn van anderen die hen kleden en wassen. Kwetsbaar ben je dus als je letterlijk naakt bent en je geen bescherming hebt tegen de wind, regen en kou, tegen de harde grond onder je voeten. Maar naaktheid staat ook voor kwetsbaar zijn in een meer figuurlijke zin, en überhaupt is het jezelf spreekwoordelijk bloot geven, is niet iets dat wij als mensen gemakkelijk doen. Terwijl dat bij kinderen vaak nog heel anders is. Die zijn zich van geen kwaad bewust, zijn open en onbevangen. Voor kinderen is bloot vaak heel gewoon, terwijl veel volwassen al verkrampen als het er over gaat. 
 
Die ambivalentie rondom naakt-zijn zie je ook terug in de geschiedenis. U ziet hier bijvoorbeeld het beroemde fresco van Masaccio die het verhaal uit Genesis verbeeld waarvan wij lazen. Het fresco is uit circa 1425, maar in de 16e eeuw vond men dit naakt zo weerzinwekkend dat men vijgenbladeren over de geslachtsdelen van Adam en Eva schilderde. Dit is tot 1980 zo gebleven toen het fresco weer in zijn originele staat is hersteld. Maar het kan nog wonderlijker. In 'Musées secrets', een documentaire uit 2008, vertelt kunstenaar Jean-Jacques Lebel dat hij een uitnodiging kreeg om in het Vaticaan werken te zien die gewoonlijk niet getoond worden, waaronder een aantal meubels met tientallen laden. Maar wat zat er in die laden? Het waren laden vol mannelijke geslachtsdelen afkomstig van marmeren beelden die in de loop van de geschiedenis van een passend marmeren vijgenblad voorzien waren. Maar uit schuldgevoel over dit vandalisme had het Vaticaan de marmeren penissen niet weggegooid. Er werden etiketten opgeplakt waarop staat bij welk beeld ze hoorden en ze verdwenen in deze laden. U hoort het: met naaktheid hebben wij een ambivalente verhouding. Enerzijds staat het voor puurheid, openheid, kinderlijk onschuld en kwetsbaarheid, anderzijds roept het schaamte op, als iets dat bedekt moet worden, symboliseert het kwetsbare en gekwetste mensen die onze mantels behoeven. 
 
En eigenlijk zie je dat al in dit genesisverhaal zelf gebeuren. In die paradijselijke begintoestand worden Adam en Eva bijna neergezet als twee blote kinderen die zich van geen kwaad bewust zijn. Dan echter komt het kwaad in hun wereld, kunnen zij kiezen of wel voor het goede of wel voor het kwade. Ze moeten zich verantwoorden, zijn verantwoordelijk en moeten vervolgens op eigen benen leren staan. Zo zijn er uitleggers die dit verhaal duiden als de geboorte van het menselijk bewustzijn. De mens wordt zich immers bewust van een keuze, van goed en kwaad – hun ogen gingen open staat er –, maar ze zien ook opeens hun eigen kwetsbaarheid. Ze merkten dat ze naakt zijn en bedekten zich met vijgenbladeren. De kinderlijke onschuld zijn zij voorbij. Ze staan nu op eigen benen, letterlijk, ze staan op zichzelf, bewust van hun verschillen, hun samenleven zal vanaf nu een keuze zijn. En nogmaals er is ook een hele mooie kant, het maakt ons tot mensen en gelukkig zijn er mensen wij wie wij ons zelf wel bloot durven geven, waar wij onze kwetsbaarheid laten zien en vertrouwen op de ander bij we wie echt onszelf kunnen zijn. Soms is dat zelfs paradijselijk. Kwetsbaar durven zijn, jezelf blootgeven aan een ander die onvoorwaardelijk van jou houdt. Het is een groot goed en het doet onze ziel thuiskomen. Toch wordt ook vaak die kwetsbaarheid geschaad, vertrouwen misbruikt en hebben mensen deuren dichtgegooid om ze nooit meer te openen. Ik denk aan huwelijken die op de klippen liepen, waar geliefden vijanden werden, aan kinderen wiens onschuld misbruikt werd, aan mensen die alleen nog maar maskers opzetten om hun kwetsbaarheid te maskeren, die in gesprekken, of op Facebook een beeld van zichzelf verkopen zonder zichzelf ooit te laten zien. 
 
Ook daarin mogen wij er vooral elkaar zijn, in geduld, in liefde, in een luisterend oor. Wij mogen hen die moesten zwijgen stem geven. Dat we zo leven dat mensen bij ons thuis komen en geloven durven dat liefde en vertrouwen bestaan, in Godsnaam. Dat in een kerk waar wordt dat iedereen er zijn mag, wie je ook bent en waar je ook vandaan komt. In die zin is goed op te merken dat Adam en Eva niet naakt en met hoon overladen de tuin moeten verlaten, zoals menige kerkelijke kunst ons wilde doen geloven. Nee, het is juist heel mooi dat even verderop in vers 21 staat dat God zelf voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen maakte en hen die aantrok. God laat de mens niet zo staan, ook al heeft die mens zichzelf in zijn hemd gezet…. ‘De naakten kleden’ heeft ten slotte ook iets te maken met hoe wij heel concreet in ons dagelijks leven staan, in hoe wij omgaan met elkaar. Want wij doen vaak het omgekeerde, wij zetten iemand vaak in zijn of haar hemd. Feilloos weten we soms iemands zwakke en kwetsbare plek te vinden. Vaak om er zelf beter van te worden, want als wij iemand naar beneden trappen, denken we zelf groter te zijn. De naakten kleden betekent dat wij respectvol met elkaar om proberen te gaan, elkaar niet kleiner maar groter maken, zodat wij mensen aan elkaar groeien mogen. Dat is natuurlijk niet altijd even gemakkelijk, want je komt natuurlijk ook draken van mensen tegen die van alles in je oproepen, mensen die hun kwetsbaarheid hebben begraven, hun naaktheid volledig hebben gemaskeerd en alleen maar een harde façade laten zien. Mensen voor wie de aanval de beste verdediging is en bij het eerste gesprek al een bord in je tuin planten: tot hier en niet verder. In de kern is het natuurlijk triest dat mensen zich zo moeten verstoppen, terwijl ze vaak onbewust verlangen naar zoveel liefde. Misschien kent u zulke mensen wel….Soms kan het dan helpen om zoals het Bijbelwoord ons vandaag aanreikt om ook in zulke mensen Christus te zien. Om met respect met elkaar om te gaan, elkaar niet te kwetsen, maar in de kwetsbaarheid van die ander te blijven geloven, om net als Sint-Maarten, in die ander Christus zelf te blijven zien. 
 
Ook de vader van de Benedictijnen leerde dit zijn monniken al. Bij iedere gast die bij het klooster aanklopt moesten zij zeggen: Goddank. Goddank, want het zou Christus zelf kunnen zijn. En dat zal echt niet altijd gemakkelijk zijn, want zowel in een klooster als in ons leven, kloppen er soms de meest moeilijke mensen op onze deuren, maar zegt vader Benedictus dan: “Laten we dan met totale zachtmoedigheid van een godvruchtig mens en met de bezieling van de liefde onverwijld antwoord geven.”  
 
Wat je hen hebt gedaan, heb je aan Mij gedaan. 
 
Amen