Preek van vorige Week

Preek van ds. David van Veen over een hertaling van psalm 139 en Marcus 5: 22 - 43
De Veste Gouda, 8 juli 2018

Lieve mensen,
 
Vorige week gingen wij met de kinderen de weg van het ganzenbord in de kinderdienst. Het ganzenbord gaat natuurlijk eigenlijk de weg van het leven. Een weg die je gaat van jong tot oud. Misschien dat daarom zoveel mensen bij tijd en wijle nog weleens een spelletje ganzenbord spelen. In deze viering stapten de oudste kinderen van de basisschool over, over van basisschool naar de middelbare school, over van de nevendienst naar de tweede helft. Kinderen die voor de drempel staan van groei naar volwassenheid. In de lezingen van vandaag gaat het ook over een meisje dat op de drempel staat van die groei naar volwassenheid. Het is het dochtertje van Jairus. Het verhaal van de bloeivloeiende vrouw lijkt er op het eerste gezicht niet zoveel mee te maken te hebben en de verhalen worden dan ook vaak los gezien en los gelezen. Maar het is hier de schijn die bedriegt want juist in dit wonderlijke verhaal gaan we ook die van weg van jong naar oud, komen de lente en de herfst van het leven als het ware samen. De lente als het dochtertje van Jairus, die op de drempel staat van het nieuwe volwassen leven en de bloedvloeiende vrouw, die als de herfst het leven steeds verder lijkt los te moeten laten.

De twee verhalen horen wel degelijk bij elkaar, ze zijn als het ware elkaars tegenbeeld en zelfs in de structuur komen we dat tegen. Waar de bloedvloeiende vrouw van arts tot arts gaat en alles zelf onderneemt, is het dochtertje van Jairus overgeleverd aan de activiteit van haar vader. Waar de bloedvloeiende vrouw Jezus zelf op zoekt, moet het dochtertje van Jairus wachten tot Jezus zelf bij haar komt. Waar de bloedvloeiende vrouw Jezus onopgemerkt wil aanraken, neemt Jezus het dochtertje heel duidelijk bij de hand. Waar de bloedvloeiende vrouw zichzelf een weg door de mensenmassa moet heen banen, kan Jezus pas bij het dochtertje van Jairus komen als hij alle omstanders en wenenden eruit gegooid heeft. Ook het getal 12 verbindt de vrouwen. Want het dochtertje van Jairus is twaalf en in het Jodendom wordt een meisje bij die leeftijd volwassen als ze begint te menstrueren. En van de bloedvloeiende vrouw horen we dat ze al 12 jaren rondloopt met haar kwaal. En bloed is in het Jodendom het symbool van het leven zelf. Dus de ene vrouw verliest het leven al twaalf jaren lang, terwijl het meisje aan dat leven net niet kan lijken te gaan beginnen. Kortom: deze twee verhalen die vaak los van elkaar gezien worden, hebben eigenlijk alles met elkaar te maken en zijn elkaars tegenbeeld. En jong of oud, lente of herfst, beiden worden door Jezus’ aanraking bevrijdt en mogen opstaan om een ander leven te gaan leiden.
 
We zoomen nu in op de vrouwen zelf. Allereerst de bloedvloeiende vrouw. Terwijl de overste van de synagoge Jairus bij Jezus komt en hem smeekt zijn stervende dochtertje de handen op te leggen, wordt Jezus opgehouden door een vrouw, die hem vanachter aanraakte bij zijn bovenmantel. De vrouw bloedt al 12 jaren lang. Het leven stroomt letterlijk uit haar weg en ze heeft al haar geld gestoken in het dokteren om daarvan af te komen. We kunnen ons misschien wel voorstellen hoe zij steeds heen en weer geslingerd is geweest tussen hoop, verwachting en weer de teleurstelling. Ook velen onder ons kennen het gevecht met ziekte en onzekerheid. Het sloopt je. Naast haar ziekte werd deze vrouw ook nog als onrein beschouwt. En iedereen die haar aanraakte, werd verontreinigd. Deze vrouw was dus een wandelend taboe. De mensen zagen haar liever gaan dan komen. Door haar ziekte was de vrouw geïsoleerd geraakt, eenzaam, een onaanraakbare. Jezus doorbreekt dat. Jezus maakt openbaar dat hij aangeraakt is. Daarin zien we dat Jezus ook op een andere manier met de wet omgaat, want iemand die aangeraakt was door een onreine kon pas zelf weer rein worden nadat er een lam geofferd was. Maar Jezus gaat in tegen de cultus en kiest blijkbaar voor het perspectief van het slachtoffer. Hij vraagt: “wie heeft mij aangeraakt”? De vrouw staat te rillen als een rietje. Ze weet dat hij het weet. Is dit een openbare terechtstelling door Jezus? Moet Jezus er nu zo de nadruk op leggen, juist bij deze vrouw? Maar dan gebeurt het en in onze Bijbelvertaling is dat notabene gewoon weg vertaald. Jezus zegt: Dochter, dit geloof van jou heeft je gered. Ga heen in vrede en wees gezond, vrij van je kwaal’. De onaanzienlijke is gezien. De onaanraakbare aangeraakt. Maar vooral: Jezus noemt haar dochter. Geen anonieme geïsoleerde vrouw. Geen vrouw met een ziekte. Maar ze is een dochter van Israël. Zij hoort erbij en daarom maakt Jezus het openbaar, want iedereen mag het weten.
 
Dan het dochtertje van Jairus. Het kind ligt op sterven. En Jairus rent de longen uit zijn lijf om haar te redden en Jezus te vragen zijn handen op haar te leggen. En Jezus gaat met hem mee. Maar Jezus wordt dus opgehouden. Fijn voor die vrouw dat ze van haar kwaal af is, maar nu is wel het meisje dood. En alle woorden houden op als je je kind moet verliezen aan de dood. Maar weer verbaast Jezus de omstanders. “Wees niet bevreesd”, zegt hij tegen Jairus, “blijf vertrouwen.” Dezelfde woorden die hij even tevoren nog tegen de leerlingen zei toen de golven van de angst en dood over hen heensloegen, in die boot in de storm. “Wees niet bevreesd, blijf vertrouwen.” Bij het huis gekomen, zegt hij tegen de mensen die stonden te huilen: “Ze is niet gestorven, ze slaapt.”  Maar de mensen lachen hem uit. Jezus gooit ze allemaal het huis uit en dan klinken die woorden: Talitha Koem, meisje, sta op, meisje, word wakker. En het meisje staat op, begint heen en weer te lopen en Jezus zegt dat ze haar te eten moeten geven. Expliciet wordt erbij vermeld dat het meisje twaalf jaar oud was. We weten inmiddels dat dit de leeftijd was, waarop een meisje volwassen werd. De leeftijd waarop zij de grote wereld zal betreden. Wij zouden zeggen: tijd voor de tweede helft, tijd voor de middelbare school. Gelukkig dus dat de lente hier niet in de knop is gestorven, maar ten volle mag ontluiken en tot bloei gaat komen.
 
Toch is er misschien ook nog wel iets meer aan de hand. Net zoals de bloedvloeiende vrouw bevrijd werd doordat zij ‘dochter’ genoemd wordt, is er met dit dochtertje van Jairus ook zoiets aan de hand.  Daarmee geven we, zeg maar, een meer psychologische duiding van dit verhaal. Het dochtertje van Jairus heeft geen naam. Zij is het dochtertje van Jairus. En in deze benaming ligt mogelijk het gehele probleem al opgesloten. Ze is namelijk het dochtertje van… En dan ook nog eens het dochtertje van de overste van de synagoge, een publiek figuur. Ze groeit op in een glazen huis. Vader Jairus is bezorgd. Ja, natuurlijk, want zijn dochtertje was ziek, maar zou het ook kunnen zijn dat vader Jairus overbezorgd was? Want vaders en dochters die opeens snel volwassen worden, dat is vaak voor die vaders nog niet zo eenvoudig… Het lijkt er wel wat op dat hij haar het liefst klein wilde houden en zo eigenlijk de stap naar volwassenheid onthoudt. Iets wat alle ouders leren moeten, met vallen en opstaan, want je wilt voor je kinderen zorgen, maar je moet ze ook loslaten. Sterker nog: dat is de paradox van de liefde. Jairus moet leren dat hij haar slechts vast kan houden, als hij haar zal kunnen loslaten. Iets zwaarder aangezet: Alleen als zij aan haar vader sterft, zal Jairus dochter leven. En ook wijzelf zijn allemaal dochters en zonen van, dus ook wij weten dat het niet altijd eenvoudig is om echt je eigen weg in het leven te gaan. Zou het daarom zijn dat Jezus zegt dat ze slaapt? Opvallend is in ieder geval dat hij niet doet wat Jairus hem nadrukkelijk vraagt. Hij had Jezus namelijk gevraagd zijn dochter de handen op te leggen. Maar Jezus legt niets op. Nee, Jezus vat haar bij de hand, alsof hij zegt: Sta maar op eigen benen. Je kunt het. Opstaan. Het is de hoogste tijd.
 
Nico ter Linden schrijft dan: “Daar gaat ze. De dochter van Jairus zet de eerste schreden in een eigen leven. Ze stapt de wereld in. Jairus en zijn vrouw lachen en huilen van geluk: Het ga je goed. Vaarwel. Hier is nog wat eten voor onderweg. Goed, eten hoor. “Ja, dat weet ik nou wel’ zou ze kunnen antwoorden. Ouders. Altijd maar bezorgd en ongerust. Toch ook lief van ze. Dag. Jullie zien me wel een keer verschijnen. Nee, wanneer precies kan ik niet zeggen. Ik zie wel. Niet bang zijn, ik red me wel. A Dieu.” Marcus vertelt wonderlijke verhalen. Vandaag van twee vrouwen, de lente en de herfst. Ze mogen er beiden zijn. Voluit in Gods ogen. Vol vertrouwen mogen zij hun weg door het leven vervolgen. Het zijn wonderlijke verhalen die Marcus vertelt.

Amen