Preek van vorige Week

Preek van ds. David van Veen over Johannes 11: 1 - 45
De Veste Gouda, 12 mei 2019

Lieve mensen,
 
Een oeroude vraag die Jezus in het evangelie zelf aan ons stelt luidt: “Wie zeggen de mensen dat ik ben?” Ook in onze dagen horen wij veel antwoorden om ons heen klinken. Soms zijn die antwoorden interessant, passievol, maar soms ook stuitend of afwijzend. Ook op straat horen we maar al te vaak mensen het woord ‘Jezus’ in de mond nemen, maar meestal is dit niet een uiting van eer of respect. In het evangelie wordt de vraag naar Jezus al snel persoonlijker gemaakt. Want zegt Jezus dan: “En jij? Wie zeg jij dat ik ben?” Het evangelie nodigt ons uit om zelf op zoek te gaan naar Jezus. Niet alleen een traditie na te spreken of juist van een traditie je af te zetten, maar echt zelf op zoek te gaan naar wie Jezus voor jou is. Een weg die ook de evangelist Johannes is gegaan en op geheel eigen wijze geeft hij aan ons door wie Jezus voor hem was. Bij de evangelist Johannes laat Jezus zich kennen door 7 zogenaamde Ik-Ben uitspraken.
‘Ik ben het brood des levens’
‘Ik ben het licht van de wereld’
‘Ik ben de deur der schapen’
‘Ik ben de goede herder’
‘Ik ben de opstanding en het leven’
‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’
‘Ik ben de ware wijnstok’
Naast deze Ik-ben woorden doet Jezus wonderen, zoals ook de andere evangelisten wel vermelden, maar Johannes noemt die wonderen veelal ‘tekenen’. Het wonder is als het ware een plaatje bij de tekst, bij zo’n Ik-ben woord. Het gaat Johannes dus niet zo zeer om het wonder an sich, maar om wat het wonder betekent, wat het wil duidelijk maken.
 
Zo vertelt hij ook over het verhaal van de opwekking van Lazarus uit de dood. Ook dat wonder wil ons vooral iets laten zien, wil ons iets duidelijk maken wat Jezus voor ons betekenen kan. Wil een plaatje zijn bij zo’n ‘Ik-ben woord’ en wat dat ook voor ons betekenen wil. Kortom: Het gaat dus niet alleen om Lazarus, maar het gaat in Lazarus om ons allemaal…. Om u en mij. En ook in dit gedeelte over Lazarus vinden we dat zogenaamde Ik-ben woord terug.  We vinden het in vers 25 waar Jezus zegt: “Ik ben de opstanding en het leven”. En natuurlijk is dat de climax in het verhaal, want niet alleen voor Lazarus maar ook voor ons wil Jezus de opstanding en het leven zijn. Toch denk ik dat in dit verhaal van Lazarus nog een ander Ik-Ben woord in dit verhaal van belang is. Een woord dat we tegen komen in hoofdstuk 8 waar het evangelie van Johannes schrijft: ‘Gods licht zal overwinnen in ons leven. Want Jezus heeft zelf gezegd: Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft” (Johannes 8: 12). In het evangelie van Johannes zien we inderdaad die beweging voortdurend terugkomen. Vanuit het donker naar het licht. Of zoals Johannes het al in zijn eerste hoofdstuk zegt: “Daardoor is er leven, en dat leven is het licht der mensen; en het licht schijnt in de duisternis. Vanuit het donker naar het licht komen we dus zo uit bij dat andere Ik-Ben woord, dat ook voor het verstaan van het verhaal van Lazarus van belang is. Het is het woord dat Jezus zegt: “Ik ben het licht der wereld.” 

Het is deze ets van Rembrandt die Van Gogh vervolgens weer als uitgangspunt heeft genomen voor zijn eigen schilderij. U ziet hier eigenlijk hetzelfde tafereel, maar dan als het ware ingezoomd. Het schilderij van Van Gogh is niet heel groot: 50 x 65 cm. De overheersende kleur is geel. En ook hier begint Lazarus links overeind te komen. De figuren zijn verder zo gegroepeerd dat we tegenover één van de zusters zitten, ze is in het knalgroen gekleed, die met heftige gebaren op de bewegingen bij haar broer reageert. Rechtsvoor zien we de andere zuster, met wie we voor een deel meekijken naar wat er gebeurt. Ook zij heeft groene kleding aan, in een wat donkerder tint. Achter de eerste zuster kijken we als tussen twee coulissen door een kaal landschap in, waarboven een gele lucht met een gele zon met oranje rand. Dat geel lijkt het gehele schilderij wel te doordringen. Opvallend is natuurlijk dat Van Gogh de figuur van Jezus uit zijn schilderij heeft weglaten, terwijl het bij Rembrandt en natuurlijk ook in het verhaal juist om Jezus draait. Maar Van Gogh heeft weliswaar Jezus als figuur weggelaten, maar daarvoor in de plaats is er wel iets anders teruggekomen en wel: die grote gele stralende zon die alles lijkt te doordringen. Alsof ook van Gogh zo dat Ik-Ben woord van Jezus vertolkt waarin Jezus zegt: Ik ben het licht van de wereld. En zo zou je ook dat wellicht vreemde woord van Jezus uit het verhaal kunnen verstaan als de leerlingen zeggen: zou u nu wel teruggaan naar Judea? Straks stenigen ze u nog. Jezus zegt dan: “Telt een dag niet twaalf uren? Wie overdag loopt, struikelt niet, want hij ziet het licht van deze wereld.” Jezus is dat licht der wereld, Jezus is dus als de zon. Is dat ook niet wat van Gogh gezien heeft? Want als we nu nog eens naar het schilderij van Van Gogh kijken en ons realiseren hoe de zonnestralen letterlijk in het gehele schilderij terug te zien zijn, komt dan eigenlijk zo ook niet de vraag op ons af: in hoeverre ben ik zelf al door dit licht wakker aan het worden? Of als we die vraag verbreden naar de kerk dan kunnen ook wij het zingen met dat lied uit het liedboek:

Zonne der gerechtigheid,
ga ons op in deze tijd,
opdat al wat leeft de dag
in uw kerk aanschouwen mag.
 
Wek de dode christenheid
uit haar zelfverzekerdheid;
zend uw stralen overal,
dat de aarde U loven zal.
 
Jezus is als de zon die ook ons wil wekken. Jezus is het licht der wereld die ook in onze duisternis wil schijnen. En ook dat sluit aan bij die eerste woorden uit het Johannesevangelie waarin gesproken wordt over Jezus als het waarachtige licht, dat iedere mens wil verlichten. Het gaat dus niet alleen om Lazarus die wordt opgewekt. Nee, in Lazarus gaat het om ons allen die opgewekt mogen worden door dit licht. Ik denk dat van Gogh dat geheim heeft begrepen. Want als je goed kijkt, zie je dat Lazarus de trekken van Van Gogh zelf heeft: in de kleur is het karakteristieke rode baartje herkenbaar. Het gaat niet alleen om Lazarus, maar in Lazarus om ons allen. Dus ook om mij, zo lijkt ook Van Gogh ervaren te hebben. En dan moet u ook nog weten dat hij dit werk twee maanden voor zijn dood in 1890 geschilderd heeft. Laten we met die ogen nog eens inzoomen op dit verhaal waarin we zoveel emotie zien van Jezus om Lazarus. Jezus huilt. En niet zomaar, het woord dat hier gebruikt wordt betekent dat hij de tranen uit zijn lijf huilde. En ook Jezus ergerde zich. Wij volgen dus geen Messias die boven het leven zweeft, maar wij volgen hem die intens geraakt wordt door het leven zelf. Die handelt vanuit zijn liefde voor Lazarus. Jezus is solidair in het verdriet, Jezus aanvaardt het sterven, aanvaardt zijn eigen sterven, maar hij capituleert er niet voor. Hij staat op tegen de dood. Haal weg die steen! Lazarus, kom naar buiten. Jezus noemt Lazarus bij zijn naam. Lazarus betekent ‘God helpt’. En zo zien we in Lazarus dat liefde sterker is dan de dood. Want het is die liefde die Jezus hier voelt, waarom hij huilt, waarom hij in opstand komt. Het is die liefde van God die zegt dat wij niet dieper zullen vallen dan in zijn handen. Hier wordt waar wat ook Paulus later zeggen zal: Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.
 
Nu kan ik vandaag niet alles van dit verhaal belichten, maar één belangrijke stap wil ik nog wel maken. Het gaat mij om het gedeelte waarin Jezus zegt: ‘Je broer zal uit de dood opstaan’. Ja, zei Martha, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ Martha geloofde dus al in de opstanding uit de doden. Dat deden overigens vele Joden al in die tijd, maar dat is niet wat Jezus bedoelde. Jezus bedoelde dat Lazarus nu al zou opstaan uit de dood. Nu is dat iets dat ook wij graag zou willen. Hoeveel namen zouden wij niet kunnen roepen van hen die we zo graag veel langer bij ons gehad zouden hebben gehad? Maar hoe oprecht ook ons verlangen en onze liefde daaruit spreekt, we moeten ons dan toch ook weer realiseren dat het wonder van deze opwekking hier vooral een teken is. Bij Johannes draait niet om het wonder an sich, maar om de betekenis daarvan. Nu waren we die betekenis al op het spoor door ons te realiseren dat wij als Lazarus zijn, dat ook over ons Zijn licht schijnen wil, dat ook wij niet dieper zullen vallen dan in de handen van God en dat zijn liefde sterker is dan de dood. Ja, dat ook, maar hier betekent het vooral ook dat wij NU AL in dat licht mogen gaan leven. Geloven in Hem die zegt: ik ben de opstanding en het leven betekent niet alleen opstanding en leven straks, als een leven na de dood, maar betekent vooral ook nu al iets. Wij leven immers na Pasen! Ook vandaag al mogen wij gewekt worden door zijn licht, mogen wij ontwaken uit al wat ons gevangen houdt, wat onze geest verduisterd. Alsof in Lazarus Hij het ook ons zegt: Ik hou van jou, ik ben om jou beroerd, om jou ben woedend, om jou barst ik in tranen: jij mag er zijn, opnieuw, als nieuw. Ook jij mag nu al een kind van God zijn. Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft. Het is die weg die wij in het spoor van Pasen steeds meer mogen gaan. Vanuit het donker naar het licht. Hij wil ons wakker roepen. Hij wil ons verlichten als de zon. Dat had Van Gogh goed begrepen.
 
Amen