Preek van ds. David van Veen over Sefanja 2: 3; 3: 9-13 en Mattheüs 5: 1 –12
De Veste Gouda, 22 januari 2023

Het gedeelte van vandaag komt uit een stuk dat de Bergrede is gaan heten en dat wereldberoemd is geworden. In de boekenkast van de wereldliteratuur mag het zeker niet ontbreken en heeft dan ook de groten van deze aarde steeds weer opnieuw geïnspireerd. Namen als Franciscus van Assisi, Martin Luther King, Tolstoi, maar ook Ghandi met zijn leer van geweldloosheid lieten zich door de bergrede inspireren. Ook veel kloostertradities hanteren de bergrede als hun leidraad. De bergrede zou je dan ook wel de blauwdruk kunnen noemen van de boodschap van Jezus. Wel is het de vraag of de bergrede zo door Jezus is uitgesproken of dat Mattheüs de bergrede zo bewust heeft geredigeerd. Waarschijnlijk is het laatste het geval. Mattheüs vat namelijk de woorden van Jezus in zijn evangelie samen in 5 grote leerreden die verspreid door zijn evangelie staan en waarvan de verzen van vandaag het begin vormen. Voor Mattheüs is niet alleen de inhoud verkondiging, maar ook de vorm waarin hij de woorden van Jezus heeft opgetekend. Dit laatste hoop ik u uit te leggen.

De afgelopen weken vertelde ik u al eens dat Mattheüs met name schreef voor mensen met een Joodse achtergrond, zij die de Wet en de Profeten kenden. Jezus zegt dan ook zeer vaak in het evangelie van Mattheüs: “ Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te breken. Ik ben niet gekomen om af te breken, maar om te vervullen.” Mattheüs wil laten zien dat Jezus in eerste instantie een Jood is die niet breekt met zijn traditie, maar daar juist op door wil gaan. Hoe doet Mattheüs dat dan? Door te beginnen met ons eerste vers op te schrijven: “ Toen hij de mensenmassa zag ging hij de berg op ”. En nu moet u weten dat de berg waarop Jezus mogelijk zijn woorden heeft gesproken waarschijnlijk niet veel meer is geweest dan een heuvel. Dat geeft dan ook onmiddellijk aan dat als wij zo letterlijk met onze westerse oren luisteren, wij de boodschap missen van dit vers. Want iedere Jood namelijk zal bij de woorden ‘ en hij ging de berg op’ onmiddellijk denken aan Mozes die de berg op ging om daar de Wet van God te ontvangen. Mattheüs schildert Jezus hier dus af als een tweede Mozes die op een nieuwe manier Gods woord zal openbaren. Daarom vat Mattheüs Jezus’ woorden in 5 leerreden samen die zo een parallel vormen met de Thora, de 5 boeken van Mozes. Mattheüs maakt het zowel in de vorm als in de inhoud van zijn evangelie ons duidelijk: Jezus sluit aan bij zijn Joodse traditie. Mattheüs zet Jezus hier neer als de Leraar, als een rabbi, die op de berg neer zit en zijn leer begint te verkondigen. Toch is het bij die verkondiging van zijn leer juist het hart van Jezus dat ons daarin zo treft. Het eerste antwoord van Jezus op wat hij ziet, de ellende van mensen, zijn geen geboden en geen verboden. De eerste woorden die hij spreekt zijn geen woorden van leerstelligheid en geloofssystemen. Niet dat Jezus daar niets over te zeggen zou hebben, want dat heeft hij wel degelijk als we kijken naar de discussies die hij later voert met de wetgeleerden. Maar toch is dat niet het eerste. Het eerste zijn deze woorden van Jezus die recht uit zijn hart lijken te komen en die we de zaligsprekingen zijn gaan noemen. Het is het hart van Jezus dat de mensen wil bemoedigen zodat zij zich gesterkt voelen, zodat zij weten dat zij gezien zijn. Dat is de toon die deze muziek van de zaligsprekingen maakt. Nu we die toon te pakken hebben, moeten we toch maar eens kijken naar dat woord ‘ zalig’. Het is een mooi, zacht, maar ook een wat gedateerd woord. De laatste keer dat ik het hoorde – is echt al heel lang geleden- en was in een stukje cabaret van Wim Sonneveld die een katholieke pater nadeed uit het begin van de vorige eeuw. Onze Bijbelvertaling vertaalt dan ook niet meer met ‘zalig’, maar met ‘ gelukkig’. Dat klinkt wat platter en iets minder spiritueel, maar het zegt de moderne mens wellicht meer zullen de Bijbelvertalers gedacht hebben…

Maar dan nog: gelukkig de armen, gelukkig degene die treurt? Paradoxaler kan het toch niet klinken. Want: die mensen zijn toch niet gelukkig? Nee, zeiden vaak de uitleggers. Jezus bedoelde dat zij eens gelukkig zouden zijn. Het woordje ‘ eens’ wordt dan toegevoegd en jarenlang was dit dan ook de gangbare uitleg. Maar het woordje ‘eens’ staat er niet en als je nu met één woordje de hele boodschap van Jezus onderuit zou willen halen dan is het wel hier met het woordje ‘eens’. Niks geen ‘eens’, maar nu zegt Jezus! Nu? Zijn de armen en de treurenden dan nu gelukkig? Ja, zegt Jezus, want het koninkrijk van God is aangebroken. Jezus doet hier aan reframing, aan paradoxale therapie. Hij keert onze werkelijkheid ondersteboven en laat ons kijken met de ogen van het koninkrijk van de hemel dat nu op deze aarde is aangebroken en waarin mensen voorop gaan die in onze wereld achter zijn gebleven. Zalig of gelukkig is dus niet ‘straks in de hemel’, maar betekent gelukkig hij of zij die arm is want voor hem of haar is het koninkrijk van de hemel. En dat is dus niet daar ‘boven’! Dat is geen hiernamaals. Maar dat is een hiernumaals. De theoloog Ter Schegget zegt hierover: “ De hemelen zijn de beloften van God zoals die voor mens en wereld bestemd zijn. Wij gaan niet naar de hemel, maar de hemel komt naar ons toe.” Het koninkrijk van de hemel wordt hier op deze aarde uitgevoerd en het koninkrijk is gekomen als gerechtigheid op aarde heerst. Een van de redenen waarom uitleggers dat koninkrijk als de hemel zijn gaan beschouwen is omdat er in ons laatste vers tegen de vervolgenden wordt gezegd:  je zult rijkelijk beloond worden in de hemel. Je zou zeggen: hier klinkt ‘in de hemel’ toch weldegelijk als het hiernamaals? Ik denk echter dat Jezus hier vooral bedoeld: de hemel heeft uiteindelijk het laatste woord. God heeft het laatste woord. En dit wordt juist gezegd tegen hen waar Jezus het even later ook tegen zou zeggen: Wie zijn kruis niet aanneemt en mij daarmee mij navolgt, is mij niet waard. De vervolgden delen dus in het lot van Jezus en moet u zich voorstellen dat de lezers van het evangelie van Mattheüs inderdaad zelf inmiddels als christenen vervolgd werden en beschimpt. Maar net zoals bij de Gekruisigde zal de hemel het laatste woord hebben. Dat is uiteindelijk de werkelijkheid waarin wij leven ook al lijkt het in dit aardse bestaan precies omgedraaid te zijn.

Als we deze zaligsprekingen bekijken dan blijven velen gelijk al verbaasd en verwonderd haken bij de eerste. Zalig de armen van geest zegt de oude vertaling, maar nu zegt de nieuwe vertaling: Gelukkig wie nederig van hart zijn. Wat staat er nu eigenlijk? De evangelist Lucas zegt eenvoudigweg: zalig de armen. En dat is dan ook precies wat hij bedoelt. Maar bedoelt Mattheüs dat dan ook met ‘armen van geest’? Ja en nee. Wat is hier geval? Vanuit het Hebreeuws klinkt hier het woord anawim ‘armen’ mee. Dat is ook het woord dat voorkomt als de profeet Jesaja over hen spreekt en dat Jezus op zichzelf betrekt: Om aan armen de goede boodschap te brengen heeft Hij mij gezonden. Nu heeft dat anawim twee betekenissen. De eerste betekenis van het woord arm, is degene die zwak, kwetsbaar en hulpbehoevend is. Hier gaat dus letterlijk om een arme. Het woord kan echter in een tweede betekenis meer gaan inhouden dan alleen die concrete armoede. Het gaat dan meer om een religieuze houding. Dan wordt vooral de nadruk gelegd op de nederigheid van iemand, op zijn zachtmoedigheid, iemand die het van God verwacht en dus zoals de nieuwe bijbelvertaling het zegt: wie nederig van hart zijn. De vertaling klopt dus, maar tegelijkertijd zullen we niet uit het oog moeten verliezen dat in de grondbetekenis ook bij Mattheüs de echte armen – in materiële zin – worden bedoeld. Dan een tweede zaligspreking; gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land beërven. Nu was dit land tijde van de bergrede bezet door de Romeinen en velen – ook religieus geïnspireerde groepen zoals de Zeloten – wilden de Romeinen daarom met geweld het land uitzetten zodat zij zelf weer het land zouden beërven. Jezus keert zich met deze zaligspreking daarvan af als hij zegt: gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land beërven. Dus niet de geweldenaars, maar juist de zachtmoedigen. Zij zullen het land niet veroveren, maar zullen het beërven. Ik denk dat het vooral dit vers is geweest dat Ghandi mede geïnspireerd heeft voor zijn leer van geweldloos verzet waarmee hij duizenden op de been kreeg. Zij zullen het land niet veroveren, maar beërven. De laatste zaligspreking die ik vanochtend naar voren wil halen is ‘zalig de treurenden, want zij zullen worden getroost. ‘ En om daarin weer terug te keren naar het hart van Jezus die hier een nieuwe werkelijkheid verkondigt, vertel ik u het volgende verhaal om te laten zien hoe dat hart klopt in deze zaligsprekingen. Een vrouw die bijna alles was verloren kwam op een ochtend naar een kerk die zij willekeurig betrad. In de kerk werden op dat moment door het koor de zaligsprekingen gezongen. Het koor kende deze zaligsprekingen inmiddels uit het hoofd, want ze hadden het al zo vaak gezongen en de mensen in de kerk hadden er als zo vaak naar geluisterd. Maar voor de vrouw die langzaam naar voren schoof, klonken deze woorden als nieuw ‘zalig de treurenden,  want zij zullen worden getroost’. Dat gaat ook over mij, dacht de vrouw. Ik word hier genoemd. Ik mag hier bestaan en ze knielde in de bank om tot God te bidden. Zo was het dat deze vrouw ontdekte hoe het hart van Jezus klopt in deze zaligsprekingen. 

En inderdaad: Jezus kijkt niet weg, maar ziet de mensen. Hij wil mensen bemoedigen. En door deze bemoediging houden mensen het vol die slachtoffer zijn en lijden. En als wij kijken, zoals hij kijkt, dan blijven mensen tevens gemotiveerd om voor hen op te komen ook als anderen zeggen dat het maar gloeiende druppels op een plaat zijn. Zo houden mensen het vol die beschimpt, bespot en vervolgd worden omdat ze blijven geloven dat deze God het zal winnen in deze wereld. Voor hen allen zijn de zaligsprekingen een bemoediging en een opdracht tegelijkertijd. En die bemoediging hebben we nodig, ook in onze tijd. Want soms zijn wij zelf die armen van geest, de treurenden, soms zijn het anderen. En we proberen het om barmhartig te zijn, vrede te brengen, zuiver van hart te zijn en het vol te houden als mensen ons geloof uit elkaar proberen te trekken. Ook wij hebben dus die bemoediging van onze leraar, deze Jezus, hard nodig.

…Opdat het koninkrijk van de hemel op aarde wordt uitgevoerd en wij zien dat het koninkrijk is gekomen als er gerechtigheid op aarde heerst.  Dat zijn grote woorden, maar daar gaan we voor, daar blijven we voor gaan of zoals een andere rabbi het zei: “ We hoeven het werk niet af te maken, als wij er maar niet mee ophouden”.             

Amen

Na de overweging zongen wij van lied 996

Slottekst

Ook de van origine protestantse communiteit van Grandchamp in Zwitserland waar ik nog al eens geweest ben, hanteert de Zaligsprekingen als inspiratie voor hun levensregel. Net als de broeders van Taizé. Voordat ze met het werk beginnen, lezen ze ieder ochtend die levensregel, die ook een regel voor die dag kan zijn, die ook een levensregel voor deze dag zou kunnen zijn. Zo zeggen zij dan:
Bid en werk
opdat Zijn Rijk kome
Laat iedere dag het Woord van God
je werk en je rust bezielen
Bewaar in alles de innerlijke stilte
om in Christus te blijven
Laat de Geest van zaligsprekingen diep in je doordringen
Vreugde, eenvoud, barmhartigheid