Preek van deze Week

Preek van ds. David van Veen over Exodus 11: 1 - 10 en Mattheus 21: 1 - 11
De Veste Gouda, 5 april 2020

Het blijft maar een moeilijk verhaal als we het zo horen. Kikkers, muggen, water dat in bloed verandert, daar kunnen we misschien nog mee leven, maar deze 10e plaag waarin de eerstgeborenen van de Egyptenaren sterven moeten valt ons zwaarder op de maag. Alleen de Joden gaat de Engel des doods voorbij omdat zij het bloed van een lam op hun deurposten zullen smeren. Het is en blijft een moeilijk verhaal. En natuurlijk, ook wij weten maar al te goed dat in een oorlog doden kunnen vallen. Over een maand gedenken we op 5 mei weer de bevrijding die heel wat levens heeft gekost. En ook deze Corona-crisis is een oorlogssituatie waarin onschuldige slachtoffers vallen. Zo’n verhaal als van vandaag klinkt dan moeilijk en zwaar. Het is daarom goed om ons te beseffen dat het in Exodus gaat om een bijna mythische strijd. God heeft tot 10 geteld en de maat is nu vol. Daarnaast gaat het in dit verhaal vooral ook om de betekenis, het verhaal wil ons iets duidelijk maken. Maar daar moeten we wel goed naar gaan zoeken, want het is en blijft een moeilijk verhaal en ook dat bloed op de deurposten komt ons maar archaïsch voor als iets uit primitiever tijden dan de onze. Nu hebben we het natuurlijk ook over verhalen die duizenden geleden teruggaan en een heel ander referentiekader veronderstellen dan dat van ons. 
 
Daarom neem ik u eerst mee terug naar ons kerstverhaal. Als Jezus is geboren en op de 8e dag is besneden, nemen Jozef en Maria hem mee naar de tempel om hem daar aan te bieden zoals voorgeschreven is in de Wet: “Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd. Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven en twee jonge gewone duiven. Wat is hier het geval? Nu, Joden zijn gewend om al het eerste te offeren aan God. Zo worden de eerstelingen van de oogst en van het vee geofferd aan God als teken van dankbaarheid voor die oogst, voor die uitbreiding van de kudde. Dankbaarheid omdat men zich realiseert dat het allemaal van God is, Hem toekomt en met zo’n offer van de eersteling kopen ze de oogst en de kudde als het ware los. Nu dat gold ook voor de eerstgeborene van de mensen. Niet letterlijk, want kindoffers waren in Israël niet aan de orde en worden ten strengste veroordeeld, want bij naburige volken kwam dat wel voor. Nee, in Israël ga je dan naar de tempel en “koop je” met een offer van twee tortelduiven je eerstgeborene los. Je toont God je dankbaarheid voor dat eerste nieuw ontvangen leven en je offert dan twee tortelduiven. 
 
Nu gaat het bij het feest van de uittocht uit Egypte, het Joodse Paasfeest, ook om eerstelingen. Het Joods Paasfeest is ook een oogstfeest. De eerstelingen van de gerstoogst worden God dan dus op dit feest geofferd. Ook in het verhaal van vandaag en ook al eerder in Exodus horen we steeds over die eersteling, die eerstgeborene. Het gaat dan om het volk Israël dat de eerstgeborene van God wordt genoemd. God heeft het jammeren van zijn volk in slavernij gehoord. Hij wil het vrijmaken. God koopt hier als het ware zijn eerstgeborene los en dat gaat ten koste van de eerstgeborene van de Farao. En in die eerstgeborene gaat het dan ook om de toekomst, want de eerstgeborene stond voor de toekomst van het volk. Met de eerstgeborene gaat die toekomst verder. En in ons verhaal waarin het gaat om een bijna mythische strijd tussen goed en kwaad, tussen de Eeuwige en Farao die God denkt te zijn, komt het nu dus tot een climax. Waar ligt de toekomst? En net als met de schepping maakt God hier scheiding. Met aan de ene kant Israël, zijn eerstgeborene, en aan de andere kant Angstland Egypte met de eerstgeborene van de Farao. God maakt hier een scheiding om Israël te bevrijden, om het toekomst te geven. God draait hier de rollen om. En daarom zegt Mozes tegen de Farao: “U doet alsof u god bent en noemt uzelf een kind, een zoon van de goden. Ik zal u vertellen wat voor kind de God van de Hebreeën wil: zijn kind is geen god, maar een slavenvolk. Een volk dat u de dood injaagt. Maar onze God zal vannacht de rollen omdraaien. U kunt kiezen: leven of dood.”  
 
Nu, het is en blijft een moeilijk verhaal uit inderdaad vroeger tijden, maar ik hoop dat u begrijpt dat het hier niet zomaar om de oudste zonen gaat, maar dat met de term eerstgeborene een hele wereld aan betekenis wordt wakker geroepen. Het gaat om toekomst, om scheiding, om wat bij God hoort en wat niet. Het gaat om Israël zelf, zoals ook later dit alles mee klinken kan als ook Jezus Gods eniggeboren zoon genoemd wordt die zijn leven geeft als losprijs voor velen. Iets vergelijkbaars is er met dat bloed op die deurposten aan de hand. Voor ons is bloed toch vooral iets lugubers. Het doet denken aan dood en geweld. Geen vreemde associatie en ook in de bijbel heeft het zeker die betekenisklank. Als Jezus bij het laatste avondmaal de beker wijn omhoog houdt en zegt: deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed dan verwijst dat natuurlijk ook naar zijn gewelddadige sterven dat op handen is, ja, maar niet alleen. In de bijbel heeft bloed ook de betekenis van leven. Men geloofde dat het leven van mens en dier in het bloed zetelde. Daarom eten Joden ook geen bloed. Daarnaast werd bloed ook vaak geassocieerd met wijn vanwege de rode kleur. En ook die betekenissen kun je in die beker van het avondmaal terug horen. Niet als nagedachtenis aan zijn gewelddadig sterven alleen, maar ook het samen delen van zijn leven, het mogen delen van wie hij was, wie hij is zoals we ook wel zeggen dat wij als broeders en zusters samen het lichaam van Christus mogen zijn. Tenslotte heeft bloed in de bijbel ook een – met een moeilijk woord – apotropische betekenis. Dat wil zeggen: het beschermt tegen onheil. Een aantal weken geleden hadden we hier dat verhaal van de besnijdenis van de zoon van Mozes waar dat bloed op die manier ook een rol speelde. Het beschermde hen toen tegen de dood en deed een beroep op het verbond dat God met hen gesloten had.  
 
Ook straks in de woestijn als God een verbond sluit met zijn volk zal Mozes bloed gebruiken om zowel het altaar als het volk mee te besprenkelen als teken van het verbond tussen God en mensen. Een ritueel dat voor ons niet meer te denken is, maar in de context van toen van betekenis was. En niet voor niets zegt Jezus bij die beker wijn: deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Dus ook daar komt in dat bloed tot uitdrukking dat er een verbond is tussen God en mensen. En daarom is er straks in die laatste nacht voor de Uittocht het bloed aan de deurposten. Niet als een of andere magische handeling, maar vooral ook als een teken van dat verbond tussen God en mensen, als teken dat deze God kiest voor zijn volk, zijn eerstgeborene. God heeft zijn volk in de verdrukking gehoord. Daarom is het dat hij Israël als Zijn zoon aanneemt. Overigens komen we daar ook iets op het spoor van wie God is. God is een God die kiest voor de verdrukte. Daar ligt zijn ontferming. En ook Jezus gaat in dat spoor.  
 
Het is wat we keer op keer bij Jezus zien. Keer op keer toont hij zijn trouwe liefde voor die mensen. Hij toont het als hij een melaatse aanraakt of de onreine vrouw of de lijk op de baar. Telkens doorbreekt hij de grenzen die door mensen zijn gemaakt, om dichtbij te komen. En zegt hij: er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. Zo trouw is Jezus dat hij vasthield aan zijn boodschap van trouw en liefde, zijn boodschap van het koninkrijk van God, Gods verbond met alle mensen, dat hij er aan vasthield tot in de dood. Jezus was als geen ander gericht op God zelf. Zo diep en intiem dat hij hem Vader noemde. En in het spoor van Israël die door God zijn eerstgeborene genoemd wordt, heeft ook Jezus zich verstaan als zoon. En wie de Zoon heeft gezien, zegt hij, heeft de Vader gezien. Ik en de Vader zijn een. God is een God die bevrijd en niet voor niets betekent de naam van Jezus, Hij die redt, Hij die bevrijdt. En ook deze zoon gaat een exodus omdat hij tot in de dood solidair is met de verdrukten. Ook hij wil vasthouden aan zijn boodschap van het Koninkrijk van God, dat oude verbond dat God zo graag met al zijn mensen wil. En ook hier is de dood niet het einde, heeft de duisternis niet het laatste woord, maar is er door het water van de dood een nieuw begin mogelijk. Een nieuw begin van een nieuw volk dat de wereld overgaat om zoals Jezus in de geest van zijn Vader leefde, nu in de geest van Jezus te leven, om zijn Koninkrijk handen en voeten te geven waarin mensen weer zonen en dochters van God mogen zijn. 
 
Naar dat nieuwe begin kijken wij in onze dagen ook zo uit. Want zoveel liever was ik hier straks met de kinderen vrolijk en zingend binnen gekomen. Palmpasen is altijd een dubbele zondag, maar het op deze Palmpasenzondag zijn we ons meer dan eens bewust van het lijden van Jezus, het lijden van mensen waarbij wij in deze dagen stil staan. Waar ook ter wereld. Het kruis is al opgericht. Maar laten we daarin niet vergeten dat de Eeuwige ook met ons solidair wil zijn. Dat Hij ook ons vasthoudt. Hij daal af naar zijn volk Israël omdat Hij hun gekerm hoorden. En ook in gelaat van zijn Eniggeboren zoon Jezus, mogen wij Gods ontferming voor ons zien oplichten. Ook vandaag is de dood niet het einde, heeft de duisternis niet het laatste woord. En kijken wij uit naar het grote feest van Pasen, het feest van de bevrijding, het feest waar wij vieren dat het leven sterker is dan de dood, waarop wij vieren dat God ons in Christus wil bevrijden van al die machten die ook ons leven knechten, zodat ook wij onze roeping weer gaan verstaan om werkelijk beelddragers van God te zijn, een heilig volk van priesters opgenomen in het grote verbond van liefde en trouw. 
 
Amen