Preek van deze Week

Preek van ds. David van Veen over Jesaja 64: 1 - 10 en Marcus 13: 24 - 37
De Veste Gouda, 29 november 2020

Wat een teksten hebben wij zojuist gelezen. Is dat nou iets voor Advent? We moeten toch langzaam een beetje in de kerstsfeer geraken? En dan beginnen we dat vandaag met een tekst die verhaalt over het einde van de wereld! Dat is toch weinig opbeurend in deze dagen van corona. En inderdaad, we leven in een tijd die we nog nooit eerder hebben meegemaakt. En natuurlijk, ook wij vragen ons wel eens af waar moet het heen met deze wereld als we de president van Amerika horen en zien, als we een soap zich zien ontwikkelen rondom het vertrek van Baudet, als we leven in een tijd die in rep en roer is om een virus waardoor velen zeggen: Het zal nooit meer hetzelfde worden in deze wereld. Maar toch, correspondeert dat nu met dit soort teksten waarvan wij hoorden waarin de zon is verduisterd, sterren die uit de hemel vallen: dat lijkt toch nog eerder het scenario voor de nieuwste rampenfilm van Hollywood over het einde der tijden. Nee, het onderwerp intrigeert iedereen wel, maar of het nu ook iets is voor de zondag van eerste Advent? Toch is dat een beetje ons probleem, want in de loop van de jaren heeft Advent zich vooral gericht op het komen van dat kindeke teer met de kerst. Advent is dan de voorbereiding daarop. Het is een liefelijk zacht licht dat ons tegemoet straalt. Maar vanouds is Advent meer dan dat kind alleen. Met Advent gaat het om het komen van Christus in onze wereld. En natuurlijk we kijken dan om naar kerst, naar toen, maar Advent was vanouds vooral ook vooruitkijken, want eigenlijk is het ons hele jaar een periode van Advent. We kijken namelijk iedere dag opnieuw uit naar Hem die komen zal in onze wereld. Komen zal met de wolken, zoals onze tekst zegt. Wij zijn nog steeds in afwachting van de komst, van de terugkomst, van Christus in onze wereld. Als dat geen advent is? De tekst van vandaag past dus eigenlijk heel goed.  
 
Natuurlijk zijn het zware beelden en je hoeft maar te googelen op internet of je weet hoe mensen door kunnen slaan in het spreken over het einde van de wereld. Ook nu weer zijn er allerlei mensen die vanuit complottheorieën over corona het einde nabij weten. Toch is het hier bij Jezus vooral ook een stijlfiguur. In een tijd dat er geen TV was, niet iedereen kon lezen of schrijven, moest dat wat jij zei helder zijn en soms scherp aangezet, zodat mensen het niet vergaten en voelden en hoorden dat het menens was. Zo praat Jezus ook in deze tekst. En nou moet u nog weten dat deze tekst is opgeschreven na 70 na Christus, dus nadat de tempel van de Joden verwoest was. De plek waar alles samenkwam, waar de ark van het verbond stond en God aanwezig was, die plaats was tot de grond gelijk gemaakt. Geen steen was op de andere gebleven. Deze catastrofe heeft diep in gegrepen en men voelde toen dan ook daadwerkelijk alsof de eindtijd was aangebroken. Een periode die aan deze woorden van Jezus waarschijnlijk nog extra kleur heeft gegeven. Maar ook al gaat deze wereld naar een einde toe, en voelen we dat soms aan den lijve - ook als onze eigen wereld lijkt te vergaan, omdat wij verliezen aan het leven, aan de dood - het zijn niet de laatste woorden die klinken. Dan zal men de Mensenzoon zien komen op de wolken, bekleed met grote macht en luister. Eigenlijk staat hier komende in de wolken of met de wolken. Dat is veel dynamischer dan op de wolken. Eigenlijk zou je het inderdaad hier filmisch voor je moeten zien. De zon verduisterd, de maan die niet meer schijnt, sterren die uit de hemel vallen. Een slagveld, waaruit wolken als dampen opstijgen, dampen uit dit massagraf van de levenden, uit de brandende puinhopen van de aarde. In en met die wolken laat de Mensenzoon zich zien, dus als één die ontkomen is aan het graf en aan de verschrikkingen. Niet voor niks horen van diezelfde natuurelementen als Jezus straks aan het kruis zal sterven, maar ook daar is het niet bij gebleven. Je zou kunnen zeggen: in de dood van Jezus gaat alles ten onder, zelfs deze wereld, maar in de wolken en dampen van dat gebeuren komt Hij toch tevoorschijn als overwinnaar en breekt er iets nieuws aan. 
 
En plotseling verschijnt er een vijgenboom in het beeld. Een vijgenboom waarvan de takken in het voorjaar in hoog tempo uitlopen en je weet: de zomer komt eraan. Opeens beginnen de vogels weer te zingen en ruik je geur van de lente in de lucht. Er breekt een nieuwe tijd aan. Dus misschien moeten we niet van het einde der tijden spreken, maar eerder van een drempel, met alle drempelvrees die daarbij hoort. We staan op de drempel van een nieuwe tijd. Dat is wat zal gaan gebeuren zegt Jezus, maar tegelijkertijd houdt hij zijn spreken daarover stevig binnen een strakke paradox. Hij zegt: die dag komt zeker ‘dit geslacht gaat niet voorbij voordat alles is gebeurd’, maar zegt hij ook: maar niemand kan dit uur voorspellen, zelfs de engelen en de Zoon weten het niet. Dus: volstrekte zekerheid en absolute onvoorspelbaarheid. Weten en niet-weten. Middenin tussen die twee beweringen staat de zin: ‘Hemel en aarde zullen voorbijgaan. Mijn woorden zullen niet voorbijgaan.’ Het denken en het spreken over het einde gaat dus boven ons denken uit, boven ruimte en tijd, boven kosmos en geschiedenis. En daarboven staat het woord van God, vast en onwrikbaar. Vanuit die blikrichting kijken wij dus. Pas op, zegt Jezus dan, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. Nee, dat is wel helder en zo staan wij dus op de drempel tussen de tijden in.  Eigenlijk zijn wij als gelovigen: drempelmensen, zoals een deurwachter die de wacht houdt. En dat is best lastig. Om uit te zien naar hoe Jezus komen wil in onze wereld. Om dat vast te houden. Om niet moe te worden en de ogen te sluiten zoals straks de discipelen zullen doen in de tuin van Getsemane. Het is veel makkelijker om de drempel te verlaten en naar binnen te gaan. Je te warmen aan het behaaglijke vuur, de kerstboom alvast neer te zetten en door het raam naar buiten te kijken hoe koud het vooral dáár is. Nee, het is veel makkelijker om je deur te sluiten en naar binnen te gaan. Niet voor niks roept Jezus ons zo duidelijk op om waakzaam te zijn omdat hij weet hoe lastig het kan zijn. Hoe snel je de ogen sluit, vergeet en denkt dat je de tijd van je leven hebt. Wees waakzaam: blijf Mij verwachten, maar…. Hij verwacht meer van ons, dan dat we alleen Hem verwachten. Hier klinkt een andere toon dan: Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw. Het is als met een man die op reis ging, zegt Jezus: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen. Of te wel: wij verwachten dus niet alleen de Heer, maar de Heer verwacht ook iets van ons. Dat we waakzaam zijn en hem verwachten, ja, maar ook dat we aan die voltooiing meewerken. Hij heeft ons het beheer gegeven, het rentmeesterschap, ook wij mogen werken en leven in de tuin van deze aarde.  
 
En misschien is dat juist in deze dagen weer te meer een opdracht van de kerk. Ik zal niet zeggen dat het einde der tijden is aangebroken, maar ook onze maatschappij ontdekt dat er een grens is aan groei, aan maakbaarheid en dat vanzelfsprekendheden van vandaag morgen verdwenen kunnen zijn. De maatschappij ontdekt misschien weer voor het eerst dat de dingen voorbijgaan. Dat we leven in vergankelijkheid. De kerk kan daarin present zijn en laten zien welke kostbaarheden we in huis hebben die niet liggen in het materiele, of in het hebben. Laten we hopen en bidden dat we met de dag gevoeliger woorden voor juist de immateriële waarden in het leven: bezieling, verbondenheid en solidariteit. Enerzijds heeft de kerk een schatkist in huis aan rituelen, symbolen en verhalen die zin en betekenis geven aan ons leven. Anderzijds moet de kerk juist in die wereld ook present zijn in hun navolging aan Christus en proberen we ons hier te bezinnen hoe we vanuit ons geloof verbondenheid en solidariteit met mensen leven kunnen. Vandaag is het de zondag van de eerste Advent en als we de tekst van vandaag op ons eigen persoonlijke leven betrekken dan worden ons eigenlijk twee vragen gesteld. Twee vragen die met je mee zouden kunnen trekken deze periode van Advent in. Waar ben jij mee bezig? luidt de eerste vraag. Alles immers wat je ziet gaat voorbij, is slechts tijdelijk, verdampt, alles loopt uiteindelijk uit op de enige zekerheid van ons leven: dat ook wij zullen sterven. Je hebt de tijd van je leven niet, dus waar ben jij mee bezig? De tweede vraag is: waar is God mee bezig? Hoe krijgt dat wat niet voorbijgaat, hoe krijgt dat woord dat nooit zal vergaan, een plek in jouw leven? Als we vanuit dat perspectief van God gaan leven, stroomt zijn tijd, zijn woord, zijn leven vandaag al door ons heen. En de adventsperiode roept ons op om bij deze twee vragen stil te staan. Om waakzaam te zijn, om op de drempel te gaan staan, de deur open te houden, om te leven vanuit de verwachting dat Hij komen wil in onze wereld.  
 
Ze bezochten de enige villa op het schiereiland. Alleen de tuinman woonde er. Hij leidde ook de bezoekers rond. ‘Hoelang bent u hier al?’ ‘Vierentwintig jaar’. “Wanneer was hij hier voor het laatst?’ ‘Twaalf jaar geleden’, zei de tuinman. ‘Ik ben meestal alleen. Zeer zelden komt er bezoek.’ ‘Maar u heeft de tuin zo goed onderhouden, zo mooi verzorgd, alsof uw meester morgen thuiskomt’. De tuinman lachte; ‘vandaag, meneer, vandaag’. Amen.