Preek van deze Week

Preek van zondag 13 september 2020

Lezingen:
Johannes 1:1-18
Marcus: 7: 31-37   

Spreken leer je door te luisteren. Kinderen leren mama, papa zeggen doordat zij hun ouders nadoen. Spreken leer je dus door allereerst te luisteren. Met God is het eigenlijk net zo. Gods woord is ons als eerste gegeven. De evangelist Johannes zegt zelfs dat dit vanaf de beginne al zo is. Sinds het begin is er het spreken, vertaalt de Goudse Vertaling prachtig. Gods spreken gaat dus alles vooraf. En als wij daar niet naar luisteren hoe zouden wij dan ooit van Hem kunnen spreken? Dan zijn wij als doofstommen.

Dat niet luisteren naar Gods spreken, naar dat woord vanaf de beginne, is iets waar de profeten van het Oude Israël al voortdurend op wijzen. Iedere keer moeten zij het volk weer terugwijzen naar Gods stem. Maar de mens is ongehoorzaam.

Vaak horen wij dat ongehoorzaam zijn aan God in een sfeer van zonden en straf. Vanuit de benedictijnse spiritualiteit heb ik geleerd dat je gehoorzamen eigenlijk beter een aandachtige manier van luisteren kan noemen om vandaaruit van harte en daadwerkelijk respons, antwoord te geven.

Onlangs vertelde ik dat al hier: je stemt je af op een ander zoals een dokter aandachtig met zijn stethoscoop luistert. En ongehoorzaamheid is dan veel meer een houding van geen respons geven, er niet bij zijn, signalen missen, kansen laten liggen. Niet afgestemd zijn.

Dat begint eigenlijk al in het paradijs. Daar is de zonde niet dat Adam en Eva van die appel eten – overigens wordt het woord ‘ appel’ daar nergens genoemd- , maar is de eigenlijke misstap dat ze denken net als God te kunnen worden, het zonder hem te kunnen stellen. Ze stemmen af op hun eigen ik in plaats van op het spreken van God. Mens, waar ben je toch? is dan de vraag die God dan stelt. De vraag die God nog steeds stelt: Mens, waar ben je toch?

Maar als je doof wordt voor Gods woord, dan sterft ook het spreken over God, het spreken tot God. Ook in onze dagen.. want hoe kunnen ook wij Gods spreken nog verstaan?

Stemmen wij ons leven nog af op Gods woord? Of gaat zijn zoeken, zijn vraag: Mens, waar ben je toch? verloren in de ruis en herrie zoals we ook in dat filmpje zagen. Onze wereld die zo vaak Gods stille stem overstemt met een voortdurende stroom van likes, pushberichten, van hypes en actualiteiten, van bliepjes en prikkels die roepen: richt je aandacht op ons, nee, op ons, op ons…

Een bestaan dat paradoxaal tegelijkertijd zo vol en zo leeg kan voelen. Een bestaan dat bezeten is van het hebben, terwijl er zo weinig ruimte is voor het zijn. Een tijd van een complexe wereld met zoveel verschillende talen en stemmen terwijl tegelijkertijd presidenten genoeg zeggen te hebben aan 140 Twittertekens om mee te communiceren waardoor de aarde platter lijkt dan ooit.

Nee, broeder Kefas van de St Willibrodsabdij heeft gelijk als hij zegt: al die ruis, is als gruis en dat gruis moet eerst naar de bodem zakken. Dan pas wordt het water weer helder, dan pas kun je opnieuw afstemmen op die zachte stem die nog altijd vraagt: Mens, waar ben je toch?

Maar zolang wij overstemd worden, zolang wij Gods spreken niet meer verstaan, zijn wij bijbels gesproken doofstom geworden. En daarover gaat ten diepste het verhaal van vandaag.

Gods spreken was er dus vanaf de beginne vertelt Johannes maar vertelt hij even later dit spreken van God is vlees-en-bloed geworden. Gods spreken kwam ons nabij in een mens.

En deze mens, Jezus, een man uit Nazareth, trekt hier dwars door het gebied van Dekapolis zo staat er. En dekapolis betekent ‘ de tien steden’. Het waren tien niet-Joodse steden. Heidens gebied dus. En een zoon van Israël had daar dus niets te zoeken, zou je zeggen. Maar juist dus wel: Gods liefde laat zich niet opsluiten. Deze Jezus doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt.

In dit land wordt hem een doofstomme gebracht. Iemand die niet kan horen, niet kan spreken. Niet horen of slecht horen: het zou je maar overkomen! En ondanks alle handige en kleine gehoorapparaten is het een kruis dat veel mensen dragen moeten. Niet echt meer mee kunnen doen aan gesprekken op

verjaardagsfeestjes, de hoge tonen missen van je favoriete muziek en soms zelfs moeten verkeren op de grenzen van een isolement.

En deze mens hier in Dekapolis is zelfs doofstom. Alle communicatie is hier gestopt. Maar toch: dit verhaal moet we niet te letterlijk nemen alleen. Het is namelijk vooral opgeschreven omdat het een diepere betekenis heeft. Namelijk: het gaat er hier vooral om dat deze doofstomme staat voor de mens die niets meer opvangt van Gods woord. Niet luisteren naar God zorgt er voor dat je ook niet meer van Hem en over Hem kunt spreken.

En dat herkennen we denk ik ook. Ik zei al er is zoveel dat ook in onze dagen dat ons luisteren overstemt, laat staan het luisteren naar die stille stem van God. Soms overvalt je dan de vraag: is dat evangelie gewoon niet een grote vergissing? Zou het nu allemaal echt waar zijn? Het geloof voelt dan hol en leeg, het vuur gedoofd. Dan is er teveel waardoor ook onze woorden op zijn geraakt in dit leven…..

Het is deze mens die bij Jezus wordt gebracht. En ze smeekten hem de handen op te leggen. Ze smeekten hem aan te raken, zoals ook wij soms het verlangen hebben ‘aangeraakt te worden’ in ons leven. Zeker in onze dagen. Een teken, een woord, een ervaring dat God er is, ook in ons leven. Een aanraking zodat we verder kunnen… weer geloven gaan… stamelend nieuwe woorden vinden….

Het zijn de omstanders die vertrouwen hebben in deze Jezus. En in dat vertrouwen klinkt misschien wel de profetie van Jesaja door, waarin God een belofte doet: “ God zal jullie bevrijden. En dan? Dan worden bij blinden de ogen geopend, de oren van doven ontsloten. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen. “ Zo kijken ze uit naar Jezus als ze deze man tot Hem brengen.

En deze Jezus, dit spreken van God dichtbij, Hij die gekomen is om de dialoog tussen God en mens te herstellen, Hij raakt de man aan. Hij steekt zijn vingers in zijn oren en raakt met zijn speeksel zijn tong aan. Ziet u het voor u? Misschien een beetje raar als je er een plaatje van maakt in uw hoofd is toch een beetje merkwaardig, vindt

u niet? Vingers in zijn oren, speeksel op zijn tong. Ook weinig corona-proof zouden we zeggen.

Toch was het in die dagen wel gebruikelijk om het zo te doen. Aan speeksel kenden men een geneeskrachtige werking toe. Wat overigens een gedachte was, die klopt, want speeksel brengt bijvoorbeeld razendsnel de bloedstolling op gang, ontdekten onderzoekers. Dat is ook de letterlijke reden dat dieren hun wonden likken…

Maar goed, Jezus raakt dus deze man aan. Enerzijds wat merkwaardig voor ons, maar anderzijds getuigt de handeling van een enorme betrokkenheid, fijngevoeligheid en grote zorgvuldigheid. En dan spreekt Jezus het verlossende woord: Effata. Ga open!

Effata dat als een Aramees woord in onze tekst is blijven staan. Alsof het daardoor nog eens onderstreept; hier gebeurt het! Hier gaat het om. Als één groot uitroepteken in de tekst. Ga open! ….. Ook dat is misschien wel wat merkwaardig: iets zeggen tegen iemand die niet kan horen….

Maar ook hier resoneert misschien wel dat verhaal van de beginne. Alsof het hier gaat om een scheppingsdaad op de Adem van de Eeuwige. Misschien staat er daarom wel nadrukkelijk: Jezus sloeg zijn blik op naar de hemel, zuchtte en zei tegen hem: Effata. En even later zeggen de mensen over deze Jezus: alles wat Hij doet, is goed alsof we ook daar die oude woorden achter horen: En zie, God zag dat het goed was….

Hoe dan ook, Jezus zegt: Effata. Ga open. Dat staat er in het enkelvoud. Als Jezus het had gesproken tot de oren en de mond van man dat had er in de grondtaal meervoud gestaan. Maar hier staat het in het enkelvoud. Ga open. Hier wordt de man in zijn geheel aangesproken. Om open te gaan, zich open te stellen.

En dat is misschien wel de kracht van Jezus. Hij bevrijdt mensen, zodat er een opening ontstaat om uit te breken uit wat je benauwt, wat je kleineert. Om het vertrouwen te vinden om je opnieuw open

te stellen voor God. Om opnieuw ‘ aandachtig te gaan luisteren’, ‘ aandachtig te gaan leven’.

Effata. Ga open. Dat woord mag vandaag ook aan u, aan ons geschieden. In onze levens ervaren wij God vaak als ver weg. Omdat we God niet kunnen rijmen met wat ons overkomt zodat alle woorden stukslaan…. Maar veel vaker nog omdat we alleen onszelf nog horen, ingekapseld zijn in onze eigen gedachten. Onze antenne is op alles gericht, behalve op de eeuwige. Sterker nog: onze antenne is vaak op hol geslagen en draait maar rondjes omdat er steeds weer wat anders is dat onze aandacht eist… We luisteren niet meer, laat staan dat wij over Hem zouden spreken…

Daarom is het goed dat we hier vandaag zijn; in de kerk en thuis online verbonden. Hier rondom zijn geopende woord. En een kerkdienst heette vroeger niet voor niets een godsdienstoefening. En misschien is dat in onze dagen nog wel meer waar en nodig, want het kost ons oefening om onze aandacht los te maken want wat ons doordeweeks zo vaak vervuld, om hier en thuis onze aandacht, onze antenne, te richten op dat eeuwenoude woord.

Want hier is het toch dat wij weten van die woorden van God? Zo vieren wij toch zijn aanwezigheid tastbaar als het woord dat Hij ook tot ons spreekt? Hier wordt toch God de lof toegezongen? En al mogen we nog niet zingen, wordt ten diepste niet waar wat dat lied zingt: Al is mijn stem gebroken, mijn adem zonder kracht, het lied op and're lippen, draagt mij dan door de nacht.

Zo’n plaats, zo’n gemeenschap, zo’n kerk is nodig, meer dan ooit en daarom kunnen ook wij het vandaag horen: Effata. Ga open. Open je leven voor mijn woord. Luister aandachtig en stem je leven op Mij af. Iedere dag opnieuw. Want: Mens, waar ben je toch?

Tenslotte nog een detail. Klein maar veel betekenend. De genezing van deze man vindt niet plaats te midden van menigte. Nee er staat: “ Jezus nam de man apart, weg van de menigte.”

Zeker, andere mensen zijn belangrijk, in het verhaal, in – en buiten de kerk. Anderen kunnen ons bij God brengen, maar de uiteindelijke genezing vindt plaats in de intimiteit, gebeurt in de stilte van ons

hart. Het is dáár dat de eerste woorden opwellen, die eerste woorden die ons pappa, Abba Vader, doen zeggen, waardoor ook wij kinderen van God moge worden…

Amen