Preek van deze Week

Preek van ds. David van Veen over Handelingen 16: 16 - 34
De Veste Gouda, 19 mei 2019

Vandaag zijn we in Filippi. Een belangrijke plaats in Macedonië, staat er. Je kunt er met TUI naar toevliegen. Al heet het in onze dagen Kavala. Vandaag bezocht voor zon en strand, toen bezocht door Paulus en Silas. En kijk, er was een jonge slavin die bezeten was van een geest die de toekomst kon voorspellen. De vrouw is bezet door deze geest en bezet door de geest van haar heren die haar uitbuiten. Dubbel geketend dus. Maar de geest van het meisje kan toch niet anders dan te roepen: Deze mensen zijn dienaren van de allerhoogste God en verkondigen u hoe u gered kunt worden. En zo geschiedt, het meisje wordt zelf gered en de geest ging uit haar weg. Haar ketenen vielen open. Dat alles in de naam van Jezus Christus. Jezus wiens naam zelf al betekent ‘God die redt’. Maar deze daden van bevrijding, deze woorden van redding worden niet op prijs gesteld. Paulus en Silas worden nu zelf in de gevangenis gegooid, nadat hun kleren van het lijf waren gescheurd en ze met stokslagen waren gestraft. De apostelen gaan dus wel heel letterlijk de weg van Jezus, want overkwam hem niet hetzelfde? Ook zijn daden van bevrijding, zijn woorden van redding, werden niet gevolgd en op prijs gesteld. En de gevangenbewaker sluit vervolgens hun voeten in het blok, staat er. In het Grieks staat hier eigenlijk ‘in het hout’. Eis to xulon. Op alle andere plaatsen in het boek Handelingen verwijst dat hout naar het kruis en misschien is dat hier ook wel zo. Misschien wil Lucas ons door het verhaal van Paulus en Silas zo te vertellen ook op het spoor zetten van het verhaal van Jezus. Met hun voeten in het hout, zoals Jezus in het hout was. En net als Jezus in het graf, zitten ook hier de apostelen in de binnenste kerker. En wat dan?
 
Ja wat dan? Je hebt een dood punt bereikt, je zit op de bodem. Geen uitzicht en donker om je heen. Verder lijk je niet te kunnen zinken. Soms gebeurt het dan dat woorden op borrelen, flarden van gebeden die altijd op de lippen van je moeder waren, borrelen om hoog. Ooit geleerde psalmverzen zingen zichzelf in je naar boven en slaan zich als armen van troost om je heen. Zo ook voor Paulus en Silas. En om middernacht waren zij aan het bidden en zongen lofliederen in de nacht. Het donker kan verbleken door psalmen in de nacht. Muren kunnen vallen, dus zing uit alle macht. Paulus en Silas zingen, omdat ze weten dat de dood en duisternis allang overwonnen zijn. Het licht van de Opgestane Heer schijnt ook hier in hun duisternis zo geloven en belijden zij. En ook daarin volgen ze het spoor van Jezus zelf, want ook Jezus nam de woorden van de psalmen in de mond toen hij aan het hout was. Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten? Zo citeert Jezus het eerste vers van psalm 22. Wij horen dat vers altijd op zichzelf, maar als een Jood de eerste regel van een psalm zegt dan bedoelt hij de hele psalm. Zoals wij met een titel van een lied, eigenlijk het lied zelf bedoelen. En als je psalm 22 verder leest dan kom je alles tegen: de smaad, de dorst, de doorboorde handen en voeten, het verdelen van de kleren. Maar hoe eindigt de psalm? Psalm 22 eindigt als een lofzang. Psalm 22 eindigt met te vertellen dat de Heer zijn koningschap zal vestigen en dat alle volken voor hem zullen buigen. En dan: een nieuw geslacht zal hem dienen en aan de kinderen vertellen van de Heer; aan het volk dat nog geboren moet worden zal het van zijn gerechtigheid verhalen: hij is een god van daden.
 
Jezus roept met deze psalm aan het hout niet alleen zijn Godverlatenheid uit, maar roept ook de lofzang wakker waarvan het opstandingslicht zijn stralen reeds vooruitwerpt. Een nieuw geslacht zal Hem dienen en aan iedereen zal van deze Heer verteld worden. En dat nieuwe geslacht dat van hem vertelt, zit nu hier in Fillipi in de gevangenis met hun voeten in het hout en ook zij houden de lofzang gaande en ook hier werpt het opstandingslicht haar stralen reeds vooruit. En plotseling doet zich een hevige aardschok voor, de grondvesten trillen, alle deuren springen open en van allen vallen de boeien los. Het is dezelfde aardbeving die we zowel bij Jezus’ sterven als opstanding tegenkomen. En zomaar, in het binnenste van de gevangenis, in het donker van de nacht, kan het Pasen worden. Maar de gevangenenbewaarder heeft zijn zwaard al getrokken om zelfmoord te plegen, want dit kan hij niet meer uitleggen, die gevangenen zijn natuurlijk allemaal gevlucht, maar Paulus roept: “Doe u zelf niets aan. We zijn er nog.” De bewaker die beseft dat er meer aan de hand is en vraagt om een fakkel en zoals in de paasnacht brengt hij zo het licht de duisternis binnen en valt op zijn knieën. Wat moet ik doen om gered te worden? Geloof in de Heer Jezus en u zal gered worden, zegt Paulus. En net als in de paasnacht staan we stil bij de doop en wordt de man gedoopt in de naam van de Vader, de zoon en de heilige geest. Voor hem wordt het letterlijk Pasen. Hij staat op om een nieuw leven te gaan leiden, net zoals dat meisje op mocht staan om een nieuw leven in te gaan. Net zoals Paulus en Silas weer op mochten staan om aan de kinderen te vertellen van de Heer; aan het volk dat nog geboren moet worden om het van zijn gerechtigheid te verhalen.
 
Het is ergens in 1943 als ook iemand in de gevangenis wordt gesmeten. Het is Dietrich Bonhoeffer. Vooraanstaand kerkleider en tegenstander van het nazi’s. Na een mislukte aanslag op Hitler wordt hij opgepakt. Vanuit de gevangenis schrijft hij zijn brieven en gedichten die later zo bekend geworden zijn.
 
Uitgestrekt lig ik op mijn brits
te staren naar de grijze wand.
Buiten trekt een zomeravond
die mij niet kent
zingend door het land.
Zacht ebben de vloedgolven van de dag
op het eeuwige strand.
Ga even slapen!
Win kracht voor lichaam en ziel, hoofd en hand!
Buiten staan volken, huizen, hoofden en harten in brand.
Houd stand,
tot na een bloedrode nacht
jouw dag aanbreekt!
 
Nacht, stilte.
Ik luister.
Alleen stappen en een roep van bewakers.
In de verte lacht heimelijk een verliefd stel.
Slaapkop, hoor je niets anders?
 
Ik hoor het beven en twijfelen van mijn eigen ziel.
Niets anders?
Ik hoor, ik hoor
iets als stemmen, roepen,
schreeuwen als om reddingssloepen
het zijn onuitgesproken nachtelijke gedachten
van lotgenoten, die dromen of waken
ik hoor bedden onrustig kraken
ik hoor ketenen.
 
Ik hoor hoe ze slapeloos keren en woelen,
het verlangen naar vrijheid en daden voelen.
Als de slaap hen overmant in het morgengrauw
mompelen ze dromend van kind en vrouw.
Ik hoor gelukkige klanken van halfwassen zonen,
die zich laven aan kinderlijke dromen.
Ik hoor ze trekken aan hun deken
tot de nachtmerrie is geweken.
 
Ik hoor het zuchtend ademen van mannen oud en grijs
die zich stil voorbereiden voor de grote reis.
Ze zagen recht en onrecht gaan en komen
nu zullen ze in onvergankelijke eeuwigheid wonen.
 
Nacht. Stilte.
Alleen stappen en een roep van bewakers.
Hoor je het beven, barsten en kraken
in dit zwijgende huis,
Nu honderden gloeiende harten ontwaken?
 
Geen stem heeft het koor
maar ik neig mijn oor:
‘Wij vaders en zonen
waar wij ook wonen,
wij zwakken en sterken
waar wij ook werken,
wij armen en rijken
in ongeluk gelijken,
wij slechten en besten
uit alle gewesten,
wij mannen met wonden
getuigen van wie de dood vonden,
weerspannigen en belaagden,
onschuldigen en aangeklaagden,
door eenzaamheid geplaagden.
Broeder, wij zoeken, wij roepen je,
broeder hoor je mij?
 
Bonhoeffer kent dus het duister van de gevangenis, ook hij ervaart het hout aan den lijve. Mijn God, mijn God waarom hebt u mij verlaten? Maar net als Silas en Paulus zingt ook Bonhoeffer in de nacht. Het is een lied dat ook in ons liedboek terecht is gekomen. We zingen het straks. Hij heeft het geschreven op 28 december 1944 voor zijn moeder en zijn verloofde. Het bezingt het duister, het hout, de bittere beker, maar ook Bonhoeffer gelooft en vertrouwt in het opstandingslicht dat haar stralen vooruitwerpt. De bevrijding echter kwam voor Bonhoeffer te laat. Hij werd drie weken daarvoor door persoonlijk toedoen van Hitler opgehangen. Dus toch geen bevrijding, geen opstanding, geen redding voor hem? Of begon ook toen daar de aarde te trillen? Zijn laatste woorden waren: “Dit is het einde, voor mij het begin van het leven."
 
Amen