Preek van deze Week

Preek van ds. David van Veen over Mattheus 11: 25 - 30
De Veste Gouda, 5 juli 2020

Voor u ziet u een icoon. Velen van u inmiddels bekend omdat de icoon dagelijks te zien is in de avondgebeden die ik sinds Corona ben begonnen. Inmiddels heb ik er meer dan 100 gemaakt. En misschien goed om gelijk even te zeggen dat die avondgebeden tot 1 augustus in ieder geval doorgaan. U vindt de gebeden o.a. via davidvanveen.nl en dan op het youtube-icoontje klikken. Maar goed, terug naar deze icoon. Het is een echte. Gekregen van een groep waarmee ik op kloosterreis was naar de St. Andriesabdij in België. Het is geschilderd door broeder Marc, die toen al ziek was en waarschijnlijk is dit één van zijn laatste iconen geweest. Om de kunst te leren is hij er een aantal jaren voor in de leer geweest in een orthodox klooster in Rusland. Het contact met broeder Marc was bijzonder. Met zijn Belgische tongval en een hoop humor nam hij ons als groep mee het klooster in voor onverwachte doorkijkjes, waarbij hij grapjes afwisselde met kloosterwijsheden. Er was echt een klik tussen hem en ons. Ontroerend daarom dat hij op de achterkant van dit icoon de tekst schreef: “ De Heer moge u zegenen en we blijven één in gebed.” Een zin die profetisch was, want juist in onze dagen merken we hoe we o.a. door die dagelijkse avondgebeden rondom dit icoon die eenheid in het gebed mogen ervaren. Toch is dat niet de enige tekst van het icoon. Voorop ziet u dat Christus ook een boek openhoudt waarop een tekst geschreven staat. Het boek moet de bijbel wel zijn, want het zijn de woorden van die tekst uit Mattheus die wij ook zojuist gelezen hebben: “Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn en Ik zal u rust geven.” Een prachtige tekst om je aan toe te vertrouwen als je voor dit icoon zit en in de stilte voor het aangezicht van God verkeert. Een tekst die ook aansluit bij wat mensen zoeken in een klooster. Velen zijn op zoek naar die rust. Rust omdat zij zich zo gehaast voelen in dit leven. Rust omdat er zoveel gebeurd is in hun leven. Ook vanuit de Veste zijn we dit jaar in het klooster geweest en ook in het nieuwe jaar hopen we weer een bezoek te brengen aan de St Willibrordsabdij bij Doetinchem. Daar is het de stilte, zijn het vieringen en is het vooral de regelmaat van het Benedictijnse leven die je tot rust doen komen. Je wordt afgeremd.  
 
Aan een monnik, die teruggetrokken in een klooster leefde, werd eens gevraagd: ‘ Wat is de zin van een leven in stilte en in eenzaamheid?’ De monnik was juist bezig een emmer water te putten. Daarom vroeg hij zijn bezoekers dichterbij te komen. “Kijk eens in de put. Wat ziet u daar?” De bezoekers keken de diepte in, maar zagen helemaal niets. Korte tijd later vroeg de monnik: “Kijk nu nog eens naar beneden.” Opnieuw bogen de bezoekers zich over de rand van de put. “Wat ziet u nu?” vroeg hij. “Nu zien we onszelf”, was het antwoord. Daarop vervolgde de monnik: “Toen ik zojuist water uit de put haalde, was het oppervlak onrustig. Maar nu is het rustig geworden. Dat is de ervaring van stilte: je ziet jezelf. En als je in jezelf tot rust gekomen bent, ziet je niet alleen de hele wereld met heel andere ogen, maar ook God.” Een prachtig verhaal van waarom mensen de stilte zoeken, ook vandaag de dag nog. En ook wij willen ons in het nieuwe seizoen laten inspireren door de spiritualiteit zoals we die in kloosters vinden. Hoe kunnen we die spiritualiteit ook vertalen naar ons eigen leven? Kloosters zijn plekken waar mensen de stilte zoeken en op adem komen. Plaatsen waar eenvoud, stilte en gastvrijheid geleefd wordt. Plaatsen die uitnodigen om te luisteren, om te vertragen en bewust om te gaan met je tijd. Het zijn oefenscholen voor het geloof, omdat de mensvisie is dat we kunnen blijven groeien. Ons nieuwe jaarthema heet dan ook: ‘aandachtig leven’ en als we naar deze icoon kijken en als we de schrift van vandaag horen dan is het Jezus zelf die ons als het ware tot dit nieuwe jaarthema uitnodigt: “Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn en Ik zal u rust geven. Neem mijn juk op en leer van mij, omdat ik zachtmoedig ben en nederig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” 
 
Toch heeft de tekst van vandaag ook nog veel te maken met het jaarthema van de laatste 2 jaar. Ook daarvan zou het een samenvatting kunnen zijn. Jezus ziet hier de mensen die afgemat en belast zijn. Ze mogen bij hem thuis komen. Dat geldt zeker ook voor de hongerigen, de dorstigen, de vreemdelingen, de naakten, de zieken en de gevangenen waarbij wij de afgelopen twee jaar stil stonden. Jezus vereenzelvigt zich met hen. In hen kun je Mij tegenkomen, zegt hij. Mensen van de rand plaatst hij in het midden. In het licht van ons jaarthema nodigt hij juist ook hen uit als hij zegt: “Kom tot Mij die afgemat en belast zijn en Ik zal u rust geven.” Deze tekst van Jezus is zo misschien wel een van zijn ontroerendste uitspraken waarin veel samenkomt in wie Hij voor ons en voor al die andere mensen wil zijn. Tegelijk kan ik me ook voorstellen dat deze tekst mensen een dubbel gevoel geeft. Misschien wel iets van irritatie. Zeker als we denken aan de kerk van vroeger. Want dat juk van Jezus, de zachtmoedige, die het goede met ons voorheeft, bleek in de praktijk soms stukken zwaarder. Op zondag was het binnenblijven en niet met je vriendjes buiten spelen, was het gebukt gaan onder vragen van zonde en schuld. Was je wel gered? Mocht je eigenlijk wel aan het avondmaal? En hoe kreeg je die zekerheid? Aan de ene kant had je het gevoel dat je aan alles moest voldoen en aan de andere kant had je het gevoel dat je niks was en niks kon, want alles was toch voorbestemd? Nee, dat juk van het Christendom was helemaal niet zo licht en nog steeds voelen mensen die zware last op hun schouders drukken. Dat zachte juk van het Christendom ervoeren mensen juist als een keurslijf. En velen hebben dat keurslijf, dat juk ver weggeworpen.  
 
Naast dat juk noemt Jezus zich ook nog zachtmoedig en nederig van hart. Met dat eerste woord ‘zachtmoedig’ daar kunnen we misschien nog wel wat mee. Jezus heeft de moed om zacht te zijn. Maar wat moeten we met die tweede omschrijving: nederig van hart? Juist die nederigheid in de christelijke traditie resulteerde toch maar al te vaak in het zichzelf volledig wegcijferen en werd de christelijke godsdienst daardoor niet de legitimatie om vooral slachtoffer te blijven, om je neer te leggen bij een gegroeid rollenpatroon? Het is vanuit de kloosterspiritualiteit dat ik die nederigheid anders ben gaan leren verstaan. Benedictus zegt dat het er vooral om gaat dat je niet je eigen ego voorop laat gaan, maar dat je echt en waarachtig probeert te zijn. In het Latijn is nederigheid ‘humilitas’ en daarin zit het woord ‘humus’ in. Nederigheid betekent dus dat je met beide benen op de grond staat. In de humus, dat je realistisch, eerlijk en oprecht bent. Juist als je je eigen humus onder ogen durft te komen, zul je ook meer begrip, ruimte en aandacht hebben voor de ander. Ik denk dat deze zienswijze in onze dagen van groot belang is. Juist in onze tijd, die je dus zou kunnen typeren als ‘de religie van het zelf’, waarin het allemaal draait om onszelf en hoe we onszelf kunnen ontwikkelen. De paradox is namelijk dat door de nadruk op dat ‘zelf’ we dit vaak alleen maar opblazen en proberen te perfectioneren. We voeren de druk op onszelf vaak op met als gevolg dat we onszelf soms alleen maar meer kwijt raken. Terwijl als je met je voeten in de humus gaat staan, niet altijd je eigen ego voorop laat gaan, dat je dan juist echter en waarachtiger wordt en jezelf misschien wel veel meer onder ogen kunt komen dan ooit te voren zoals dat water in die emmer dat tot rust kwam en tot een spiegel werd. 
 
Kom ik tenslotte nog terug op dat juk. Mijn juk is zacht en mijn last is licht. Hoe zacht en licht ook. Het blijft toch een juk en een last. En zijn er niet velen geweest, zoals ik al zei, die met hun stappen uit de kerk het gevoel hadden eindelijk bevrijd te zijn van dat juk en van die last? De spanning die in deze uitspraak van Jezus ligt, is de spanning tussen vrijheid en gebondenheid. Want als we het juk opnemen, al is het nog zo zacht, dan stellen we ons toch afhankelijk op, dan worden we toch onderworpen? Misschien is het juist daarom wel dat de evangelist Mattheüs na deze uitspraak van Jezus een verhaal vertelt. Een verhaal dat helpt een antwoord te vinden op onze vragen. Ik lees het u even voor:  
 
Mattheus 12: 1 – 8 
In die tijd liep Jezus op een sabbat door de korenvelden. Zijn leerlingen hadden honger en begonnen aren te plukken en ervan te eten. Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen hem: ‘Kijk, uw leerlingen doen iets dat op sabbat niet mag.’ Hij antwoordde: ‘Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, hoe hij het huis van God binnenging en er met hen van de toonbroden at, terwijl noch hij noch zijn mannen daarvan mochten eten, alleen de priesters? En hebt u niet in de wet gelezen dat de priesters die op sabbat in de tempel dienstdoen en zo de sabbat ontwijden, onschuldig zijn? Ik zeg u: hier gaat het om meer dan de tempel! Als u begrepen had wat bedoeld wordt met: “Barmhartigheid wil ik, geen offers,” dan zou u geen onschuldigen hebben veroordeeld. Want de Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’ 
 
Je krijgt hier het gevoel iets te herkennen van de keurslijven, van dat juk zoals onze eigen traditie die kende en kent. Je hebt aan de ene kant het gevoel dat je er geen speld tussen kan krijgen en aan de andere kant druist het voor je gevoel tegen alles in. De zondag als keurslijf, de sjabbat als keurslijf, als een dag waarop je iets niet mag. Is dit niet de last, dat juk, waar we juist vanaf willen? Maar Jezus draait dat om. Hij zegt: “Heeft u niet gelezen wat David deed toen hij honger had? Hij ging notabene de tempel in om van de offerbroden te eten.” In het evangelie van Lucas voegt hij daar nog aan toe: “De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat.” Het gaat dus niet om de vraag: wat mag je niet, maar het gaat om de vraag wat mag je wel! De sabbat, de zondag, geeft ons juist de vrijheid om te genieten. Zo mag de zondag een dag zijn om uit te rusten. Een dag om vrij te zijn om God te eren en tijd voor jezelf, je vrienden en je gezin te hebben. Het gaat dus niet om de vraag: wat mag je niet, maar het gaat om de vraag wat mag je wel! Zo is het ook met het juk van Jezus. Aanvankelijk roept het een dubbelheid op. Je legt iets op je schouders. Je wordt door iets bepaald en bij iets bepaald, maar niet als een keurslijf dat je de adem beneemt, maar als een ruimte waarin je de tijd krijgt om van dingen te genieten, het goede van het leven te proeven, zoals de sabbat. Zoals de structuur en de regelmaat van het klooster je ogen kunnen openen voor zoveel. Jezus vraagt of wij zijn juk willen opnemen, niet als een keurslijf, maar als een levensregel waaraan wij ons vast kunnen houden, zodat wij bakens hebben die ons door dit leven loodsen. Op de sabbat, op de zondag, mogen wij het juk afwerpen van de wereld waarin wij leven, wordt de tijd geheiligd, vieren wij het koninkrijk dat komt en proberen wij het goede leven te genieten in Gods naam. Want zijn juk is inderdaad zachter dan het juk dat we onszelf vaak opleggen. Daarom kijkt vandaag ook Christus ons aan en zegt hij het: “ Komt allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven.” Dat gold voor al die mensen waarvan wij hoorden in die werken van barmhartigheid, maar dat geldt zeker ook voor u en voor mij vandaag. Wij die soms bezorgd zijn en leven met angsten, wij die soms afgemat zijn van al die maanden Corona-tijd. Wij die soms moe en belast zijn, waardoor we soms ons geduld verliezen, korte lontjes hebben en onze broeder of zuster uit het oog dreigen te verliezen. “Komt allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven.” Komt allen, zonder uitzondering, in al uw kwetsbaarheid, Hij ziet u aan zoals u bent, neem zijn juk op en geniet deze wonderlijke vrijheid.  
 
Amen