Preek van deze Week

Preek van ds. David van Veen over Zacharia 9: 9-10 en Lucas 19: 29-41
De Veste Gouda, 14 april 2019
 
Gemeente van Christus, lieve mensen,
 
Je zou maar moeten huilen op je eigen feestje. Dat is toch een beetje de paradox waar het verhaal van Palmpasen vandaag mee komt. Toch gebeurt dat vaker dan wij denken. Denkt u maar eens aan al die sporters die soms jaren hebben getraind, zich soms veel ontzegd hebben en dan eindelijk dat ultieme doel bereiken. En als ze dan worden gehuldigd, het Wilhelmus klinkt en de vlag gehesen wordt, komen de tranen. En vaak niet alleen bij hen, maar ook bij ons. Hoeveel hele grote stoere mannen vallen elkaar niet huilend in de armen als hun voetbalploeg uiteindelijk dan toch kampioen wordt. Ergens valt er wel een vergelijking te maken met Jezus. In Lucas horen we van zijn grote doel, zijn grote reis op weg naar Jeruzalem. Heel zijn leven is erop gericht geweest om hier in deze stad van vrede aan te komen, want dat is wat Jeruzalem letterlijk betekent. Echter er is een groot verschil met die sporters. Jezus huilt niet van ontroering, maar zijn tranen zijn tranen van verdriet. Op het moment dat Hij daar de gouden stad, de stad van vrede, ziet liggen, is er diepe pijn in zijn hart: daar ligt de stad van vrede die de vrede niet kent.
 
Dat is de eerste paradox van dit verhaal: huilen op je eigen feestje, omdat de stad, die ‘stad van vrede’ heet geen stad van vrede is. Ook vandaag de dag kunnen we die tranen met hem meevoelen, want het is een prachtig, ontroerend gezicht als je daar op de Olijfberg staat en de stad aan je voeten ziet liggen. Ik kan het iedereen aanraden en tegelijkertijd voel je verscheurdheid van een verdeelde stad die zo vaak geen vrede kent. Een tweede paradox in dit verhaal is dat Jezus hier als een Messiaanse koning de stad binnenrijdt en zijn leerlingen staan de jubelen langs de kant van de weg, maar anderzijds wordt Jezus afgewezen en wordt hij om die leerlingen berispt. Hij, de Messias wordt door velen niet herkend. Als laatste is er de paradox van Jezus als die Messiaanse Koning zelf. Want ja, hij is die Messiaanse koning, maar nee, hij is het op zo’n andere manier dan de mensen verwachten en dachten. Het is geen triomftocht van de koning die met macht en geweld de stad binnenrijdt, nee, het is de opmaat naar een weg die een weg van lijden en vernedering zal zijn. Maar hier is de laatste paradox een dubbele paradox, want die weg van lijden en vernedering - anders dan gedacht en verwacht -  leidt juist tot zijn verheerlijking bij God. Of zoals ook Jozef in Genesis het aan het einde van zijn leven zei: “Jullie hebben wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht.” Jezus gaat hier de weg van de lijdende rechtvaardige. In het geloof dat het toch niet zo zou kunnen zijn dat God een lijdende rechtvaardige los zou laten in de dood. Nee, het is juist andersom: God houdt een lijdende rechtvaardige vast door de dood heen en juist zo onderstreept God die rechtvaardigheid, is het waarheid en liefde die overwinnen en is het lijden niet zinloos geweest. Ook wij mogen in dat spoor gaan en geloven, namelijk dat in het spoor van deze Jezus, uiteindelijk ook onze levensweg bij God voltooid zal zijn.
 
We keren terug naar het verhaal. Jezus is vanuit de vallei van de Jordaan onderweg naar Jeruzalem. Een klim van zo’n 1000 meter op weg naar de Olijfberg. Nu, die Olijfberg speelt een grote rol in de verwachting van de komst van de Messias. De profeet Zacharias vertelt erover als hij zegt dat op de dag dat de volken ten strijde trekken tegen Jeruzalem God zal ingrijpen. “Zijn voeten zullen ten dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde.” Zo naderde Jezus die Olijfberg. Hij naderde Jeruzalem. Hier gaat wat gebeuren. Het einddoel is in zicht. Jezus zal zijn intocht houden en Gods beloften vervullen. De verwachtingen zijn hoog gespannen, want het was toch zo dat de Romeinen, dat volk kon zijn waar Zacharias over geprofeteerd had. Men verlangde intens naar die zoon van David, die Messiaanse koning, die hen zou bevrijden van deze bezetter. En de timing had niet beter kunnen zijn, want het was bijna het feest van Pesach. En was dat nu juist net niet hét feest van de bevrijding? De bevrijding uit de slavernij uit Egypte waar ze geleefd hadden onder de dictatuur van die andere bezetter, de farao? Zo’n intocht in een stad was een groots gebeuren. Triomfantelijke intochten van onderscheiden personen waren in de antieke wereld een normaal en alom bekend verschijnsel. Al naar gelang het doel van het bezoek, de belangrijkheid van de bezoeker en de relaties met de stad, bestond er een vast protocol en ceremonieel. Het moet nota bene even voor deze intocht van Jezus geweest zijn dat Pilatus zijn intocht in de stad had gehouden, juist met het oog op het aanstaande paasfeest waarbij vele joden naar de stad kwamen en de openbare orde soms streng moest worden gehandhaafd. Juist met Pasen was de kans op opstanden het grootst. Hoog gezeten op een paard was Pilatus de stad binnengetrokken met 1000 soldaten als gevolg. Een imposant gebeuren. En natuurlijk, zo’n man hoog gezeten op een paard is ook imposant. Het is niet voor niks dat vele keizers zich juist op een paard gezeten lieten vereeuwigen in menig standbeeld. Zelfs de kleine Napoleon liet zich schilderen terwijl hij zat op een steigerend paard. Tegenwoordig zijn het niet de paarden, maar de paardenkrachten die onze aandacht trekken. Mijn jongens zijn altijd diep onder de indruk als er een Ferrari of Porsche voorbijkomt. Dan wordt er toch met een bepaald ontzag naar de bestuurder gekeken. Enfin, u kunt zich voorstellen dat met de verwachtingen die men had van de Messias als de Messiaanse koning en de ervaringen van hoe zo’n intocht normaliter verliep zoals recentelijk nog met Pilatus hoog gezeten op zijn paard, de verwachtingen rondom Jezus hooggespannen waren. Zeker nu ze eindelijk na jaren hun doel Jeruzalem bereikten. Hij, die al jaren dat Koninkrijk van God verkondigde, zou het dan vandaag gebeuren gaan?
 
Het verhaal zet ons echter onmiddellijk op een ander spoor. Geen paard moet er worden gezocht, maar een ezel. Dat is toch een beetje alsof onze koning Willem-Alexander en koningin Maxima naar de inauguratie op de fiets gekomen zouden zijn. Lucas zegt het ons hier eigenlijk onmiddellijk: deze koning is een andere koning dan je denkt. Maar denk ook niet dat het geen koning is, want dat is hij wel degelijk, alleen anders dan je misschien dacht. Het gaat namelijk om een ezeltje waar nog nooit iemand op gezeten heeft. En dat laatste, dat staat voor puurheid en zuiverheid en dat onderstreept wel zijn koninklijke waardigheid. In allerlei verhalen komt dat voor. Zo wordt hier mogelijk de associatie opgeroepen met het verhaal van terugkeer van de Ark van het verbond uit gebied van de Filistijnen. De ark moest vervoerd worden op een wagen waarvoor runderen gespannen waren die nog nooit een juk gedragen hadden. Het ezeltje verwijst eigenlijk naar Jezus zelf zou je kunnen zeggen. Het rijdier symboliseert zijn berijder. Geen pracht en praal, geen macht en kracht, maar een nederige koning wiens kracht in zwakheid woont. Hij die niet roept en niet schreeuwt, zijn stem niet laten horen op straat. Hij die het geknakte riet niet zal breken en de kwijnende vlaspit niet zal doven. Niet door kracht en geweld, maar door mijn Geest, zegt de Here. Als Jezus zo Jeruzalem tegemoet rijdt, zijn het zijn leerlingen die de woorden van engelen van het kerstverhaal herhalen. Ere zij God in de hoge en zoals het in de hemel is, zal het ook voor de aarde zijn. Jezus wordt verwelkomd met de zegengroet uit Psalm 118, de zegengroet die pelgrims van de priesters ontvingen wanneer zij het heiligdom van Jeruzalem binnentraden. Een psalm die mogelijk ook werd gezongen bij het jaarlijkse troonbestijgingsritueel. Het is dé psalm die volgens Joodse traditie op de Messias sloeg en ook in de christelijke traditie die interpretatie altijd heeft gekend. Juist om die reden wordt in veel kloosters nog steeds juist op zondag gezongen van deze psalm. En klonken hier de woorden van die psalm: Gezegend Hij die komt, in de naam van de Heer. Het waren de leerlingen die deze woorden in de mond namen, maar zou Jeruzalem hen volgen? Het antwoord weten wij al. En er klinken woorden van kritiek. Jezus, hou die leerlingen eens in bedwang. Dit kan toch niet wat ze hier zeggen. Bestraf hen. Maar Jezus dient hen van repliek: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het hier uitroepen.
 
En op dit punt had die intocht in de gedachten van velen misschien groots moeten gaan worden. Hadden de leerlingen misschien naar wapens en stenen moeten grijpen? Hadden de mensen van Jeruzalem hem misschien als koning moeten binnenhalen om samen een opstand te beginnen, met geweld zich een weg moeten vechten naar een nieuwe bevrijding van de farao van hun dagen? Maar de mensen zijn blind. Zijn verstrikt in hun eigen verwachtingen. En er waren er velen die het zwaard hadden willen opnemen. Misschien ook wel een aantal van zijn eigen leerlingen, maar moet je nou toch kijken: deze koning op een ezel, dat is toch een aanfluiting? Wat kan je daar nou van verwachten? Het is of Jezus ze hoort denken en dan? Op het hoogtepunt van dit lange reisverhaal, net na de huldiging van die jubelende leerlingen, ziet Jezus vervolgens de stad liggen. En terwijl sommigen vol verwachting deze koning aankeken, en anderen alleen maar spot en verachting in de ogen hadden voor deze koning op een ezel, begint Jezus te huilen. Hij huilt om de mensen die blind zijn. Hij huilt om de stad van vrede, die geen stad van vrede is. Het moet voor de leerlingen en omstanders een moment van ongeloof zijn geweest. Deceptie voor hen die in hem die Messiaanse koning zagen, bevestiging voor hen die dachten: wat moet je beginnen met een koning op een ezel? Jezus huilt. Nog steeds staat er een kerkje op de Olijfberg dat zo heet. Dominus Flevit. De Heer heeft geweend. De kerk heeft de vorm van een traan. Jezus huilt. Het is de enige keer bij de evangelisten Mattheus, Marcus en Lucas dat ze dit schrijven. Alleen Johannes vertelt nog dat Jezus huilt om de dood van Lazarus. Jezus huilt bij het zien van de stad. Jezus ziet wat er met de stad zal gebeuren. En ook de eerste lezers van dit evangelie van Lucas leven al in die werkelijkheid die Jezus ziet, namelijk de verwoesting van de tempel en Jeruzalem 70 jaar na Christus. Een diep traumatische ervaring voor Joden en Christenen. Het hart van hun geloof, het huis van God, met de grond gelijk gemaakt en ontzield achter gelaten. Jezus: koning op een ezel, huilend om Jeruzalem. Zo ontzettend kwetsbaar, zo vol met ontferming bewogen en zo waarachtig! Het is zoals Karel Eijkman dichtte:
 
Er zou een koning moeten komen
die je geen koning meer noemen kan
eerder een rechtvaardig goed mens.
Dan zou daar een leider van komen
die geen hardhandige leider meer is
eerder een vriendelijke herder.
 
Dan dalen wolken vrede over het land
zoals regen ruist over de weiden.
Dan bloeien trouw en oprechtheid in de stad
zoals de dauw strijkt langs het veld in de morgen.
 
Er zou een koning moeten komen
die erkent wie miskend zijn
die helpt wie geen hulp heeft.
Dan zou daar een raadsman van komen
die vrijspreekt wie vastzit
en vrede een plaats geeft.
 
Dan komt overeind wie onderligt
de laagstbetaalde wordt uit de armoede getild.
Wie geen leven meer heeft krijgt weer kans van leven
zoals rijp graan over de heuvels golft.
 
Dat is mooi gedicht. Ja, zo was ie, zouden mensen over Jezus kunnen zeggen. Ze praten al in de verleden tijd over hem want aan de horizon wordt zijn kruis al opgericht. Heden Hosanna, morgen kruisig hem. Maar is dat het dan? Of is dit misschien de enige weg die deze koning op een ezel kon gaan? Zou hij misschien aan die woorden van Jozef hebben gedacht: “Jullie hebben wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht?” Niet door kracht en geweld, maar door mijn Geest, zegt de Here. Is dat we hier zien gebeuren? Deze Jezus die leefde in die Geest? Die trouw wilde blijven aan God dwars door lijden en dood heen, omdat wij wist dat ook God hem trouw zou blijven dwars door lijden en dood heen.
 
Zoals ook wij het iedere zondag weer herhalen:
 
Onze hulp is in de naam van die God
Die hemel en aarde gemaakt heeft
Die trouw blijft voor altijd
En niet loslaat wat zijn handen begonnen zijn.
 
Amen