Preek van deze Week

Preek van ds. David van Veen over Genesis 11: 1 – 9 en Handelingen 2: 1 - 24
De Veste Gouda, 20 mei 2018

U ziet hier mijn kinderen, Isaac en Samuel, hoog in de bergen. Al jarenlang hadden wij het plan om eens van Zwitserland naar Italië te lopen. Twee jaar geleden was het zo ver. Het waren pittige wandelingen maar de jongens deden het uitstekend. ’s Nachts overnachtten we in een berghut om de dag daarna vroeg in de ochtend de hoge pas over te steken en Italië binnen te gaan. De foto die u hier ziet, is het moment dat we dat net gedaan hebben en langs een sneeuwvlakte naar beneden zijn geklauterd. Op de foto ligt Italië, daar diep beneden aan onze voeten. Ik moet u zeggen dat geeft een magisch en machtig gevoel om zo een land binnen te komen. En dat machtige gevoel wordt nog eens versterkt doordat je zo hoog bent en als het ware het hele land kan overzien. Die hoogte, dat uitzicht, dat doet wat met je. Misschien wel een van de redenen waarom mensen ook altijd weer hogere torens moeten bouwen.
 
Een oud voorbeeld daarvan vinden we in het beroemdste dorp van Toscane in Italië: San Gimignano. Toeristisch dat wel, maar toch absoluut de moeite waard om eens te bezoeken. Middeleeuwse stadjes in een wonderschoon Toscaans landschap. Alles lijkt de sfeer van weleer te herademen. San Gimignano wordt ook wel het Manhattan van Toscane genoemd vanwege de skyline van vele torens die het heeft. Nu zijn het er nog 14, maar in de 14e eeuw waren het er 42. Hoe rijker en machtiger de familie was hoe hoger moest de toren van hun huis zijn… Een strijd die we tegenwoordig nog steeds tegenkomen, maar dan wereldwijd. Wie heeft de hoogste toren ter wereld? Momenteel staat die in Dubai. Ik zeg ‘momenteel’ want het wisselt dus nogal eens. Het kan en moet namelijk altijd weer hoger. Deze toren van Dubai is 828 meter hoog en dat is dus bijna 8 x de Domtoren van Utrecht. Ook in kerkenland is er in het verleden tussen menig dorp en stad een felle concurrentiestrijd gaande geweest over wie wel niet de hoogste toren had. Een paar jaar geleden nog was er paniek in Putten. De PKN-kerk ter plekke was bang dat de hersteld hervormden die uit de kerk gestapt waren en een nieuwe kerk aan het bouwen waren, een hogere toren zouden hebben dan zijzelf. Na onderzoek bleek dat de eigen kerktoren 42 meter hoog was, gelukkig, nog 9 meter hoger dan die van de hersteld hervormden. Je vraagt je weleens af of ook in deze kerken ‘het verhaal van de Toren van Babel ‘weleens op het preekrooster staat??? Het is wel duidelijk dat het bij deze torens er niet omgaat, dat men zo dicht mogelijk bij God in de hemel wil komen, want ze weten al lang dat God niet daarboven woont. Nee, de mensen willen vooral met deze torens naam maken. Kijk eens, wat wij kunnen? Torens zijn zo het symbool van superioriteit, van macht, van wat mensen samen kunnen maken. De aanslag op de Twin Towers raakte Amerika letterlijk, maar daarnaast dus ook vooral figuurlijk midden in het hart.
 
Ook in Babel werd er een toren gebouwd. Een toren die tot in de hemel reikt. Babel dat vanuit het Akkadisch komt en ‘poort van God’ betekent. Het verhaal begint als een film. Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken. En je zou zeggen dat is toch fantastisch. Wat is er heerlijker als mensen elkaar verstaan? Weten wat de ander bedoelt? Maar God kijkt verder en zegt: één volk, één taal, dit is nog maar het begin. Nu zal niets hun onmogelijk zijn, deze manier van elkaar verstaan wordt uiteindelijk fataal. Want eenheid die ‘eenheid maakt macht wordt’ eindigt in hemelschreiend machtsvertoon.  De dictatuur van één naam in onze taal, één volk, één idee dat alles bepaald. We hoeven maar een geschiedenisboek door te bladeren om te zien waar dat toe leidt en misschien is zelfs de krant van vandaag wel genoeg….. Het eigenlijke probleem is dus niet dat de mensen een toren bouwen tot in de hemel, is dus niet hun hoogmoed zoals we vaak hebben uitgelegd gekregen. Nee, het gaat om een steeds verdergaande concentratie op het ‘ons’, op het ‘wij’. Laten wij voor ons bouwen, laten wij voor ons een naam maken. Het probleem is dus vooral het streven naar eenheid. Net als in onze tijd is een toren dus vooral een bouwwerk dat heel hard lijkt te schreeuwen: Kijk ons! Kijk ons eens! Wij zijn geweldig! Kom erbij, doe als wij, want wij weten hoe het hoort, hoe het gaat, hoe het moet… Dat kan niet goed gaan, zegt God. En dan volgt er een stukje Joodse humor…Want God kijkt vanuit zijn hemel en zoekt dat torentje dat de mensen aan het bouwen zijn. God moet zelfs afdalen om het überhaupt te zien. Kom, we dalen af, zegt God, en we verwarren hun taal, zodat ze niet verstaan…. Verwarren, nu komen we op de Hebreeuwse uitleg van het woord Babel, want ‘verwarren’ is in het Hebreeuws zoiets als verbabelen. En ook dat is humor. Want iedereen wist dat Babel – de poort van God betekende, maar de Joden weigerden dat erin te horen en zeiden: Babel? Niks poort van God. Babel is een warwinkel. Toen roerde God die gruwelijke eenheid door elkaar tot een warboel. Niemand verstaat elkaar meer. Dat is de straf van God. Althans zo wordt het door ons vaak uitgelegd, want spraakverwarring raakt ons diep. Hoe vaak gebeurt het niet dat je de ander niet begrijpt? We hebben inmiddels niet alleen maar een tale Kanaäns maar ook een tale van de bureaucratie, van loket naar loket, van sprekende computers die je meenemen in een diep donker bos waar niemand de weg lijkt te weten. Een tale van politici, een tale van de media, die vaak meer wil scoren op kijkcijfers dan daadwerkelijk op inhoud. De tale van het internet: op elke vraag is een antwoord, dat wel, maar evenveel sites voor als tegen krijg je op het scherm, verwarring dus alom.
 
Maar ook in ons eigen kleine leven weten we maar al te goed hoe mensen langs elkaar heen kunnen praten, hoe een man en een vrouw elkaar niet meer begrijpen, hoe een ouder en een kind uit elkaar zijn gegroeid, hoe de roddel van de een het leven van een ander kan verwoesten en dan hebben we het nog niet over onze multiculturele samenleving waarin ‘elkaar begrijpen; soms welhaast onmogelijk lijkt. Nee, we weten maar al te goed hoe spraakverwarring een straf kan zijn….. Toch is het de vraag of het daar in dit verhaal omgaat? Ik heb dat eigenlijk altijd gedacht. De spraakverwarring is een straf van God, maar dan zie je maar weer hoe we soms gedicteerd worden door een kinderbijbel van weleer, want misschien is die spraakverwarring wel juist een bevrijdende daad van God? God doorbreekt toch hier in Babel de dictatuur van één naam in onze taal, één idee dat alles bepaald. Hij doorbreekt dat mensen vervangbaar zijn, te reduceren tot een nummer, een dossier. Juist doordat iedereen een eigen taal spreekt, staat God borg voor onze verscheidenheid, onze uniekheid. Juist doordat we een andere taal spreken en anders zijn, worden we gedwongen om ook te leren luisteren….. Niet we zeggen allemaal hetzelfde, maar wat zegt die ander nu werkelijk? En wat vind ik daarvan?
 
Misschien is het einde van het verhaal van de Toren van Babel niet onze straf, maar juist onze redding! Het is een pleidooi voor diversiteit en veelvormigheid. Gooi de mensheid niet op een grote hoop met een toren er op. Maar wees jezelf, spreek je eigen taal, verschil mag er zijn. Gods Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt. Dat dát waar mag worden, ook vandaag!!! Maar dat is maar het halve verhaal, want de mensen wilden zich een naam maken omdat zij niet verspreid wilden worden over de aarde. En dat laatste is nu juist wat God wel wilde en wat hij Adam en Eva mee had gegeven als opdracht. Kort hiervoor is dat na de zondvloed nog herhaalt: Wees vruchtbaar en talrijk, bevolk de hele aarde.” De mens is er namelijk niet voor zichzelf alleen, maar de mens is er voor de aarde. Daar ligt haar opdracht. En juist die opdracht staat onder druk. De wereld lijkt eerder te gaan voor: Make America great again dan dat er gekozen wordt voor het klimaat en de toekomst van alle mensen op deze aarde. Vandaag worden er nog steeds hoge torens gebouwd waar vaak de taal van éen man mag klinken met alle gevolgen van dien. Maar bijbels gesproken is dat nu juist niet de bedoeling. Wij moeten ons niet terugtrekken in onze eigen fort met een uitkijktoren erop, maar het is Gods bedoeling dat wij verspreid over de aarde voor zijn schepping zorg zouden dragen. Daarom verwart God hun taal en stuurt hij de mensen vanuit Babel met die opdracht weer de wereld weer in.
 
Vandaag is het Pinksteren en weer horen we van vele talen. En het wonder van Pinksteren is, dat iedereen van God hoort in zijn eigen taal. Ook bij het Pinksterfeest blijft dus de diversiteit en veelvormigheid overeind. God is niet opgesloten in één denkwijze, in één godsdienst van één volk of groep, nee, de geest waait waarheen hij wil. En ook hier met Pinksteren stuurt God de mensen de wereld weer in. De vraag is alleen of mensen ook vandaag hun ivoren torens durven te verlaten. Die torens van doen wat iedereen doet, die torens van erbij horen, die torens van het vestigen van onze naam in geld, in macht, in aanzien tot in de hemel. Maar als mensen het aandurven, niet met het hoofd in de wolken, maar met de voeten op de grond; als mensen het aandurven om net als de discipelen de ramen en deuren open te zetten, dan zal ook daar de Geest gaan waaien. Verstaan mensen elkaar terwijl ze verschillend zijn en spreken. Gaan ze wereld in om op hun manier te vertellen hoe God van betekenis wil zijn. Als je zo bezield raakt. Begeesterd. Geïnspireerd. Dan zul je ontdekken dat Pinksteren het feest is dat wie je ook bent en waar je ook vandaan komt, dat Gods Geest ook aan jouw leven raken wil. Dat God ook in jouw taal woord van betekenis wil zijn. Zo mogen wij allemaal God leren verstaan in onze eigen taal. Of we nu jong zijn of al wat ouder. Daarvoor hoeven we niet geleerd te hebben. Daarvoor hoeven we geen Hebreeuws of Grieks te kennen. Nee, Pinksteren betekent dat ook wij, u en ik, God mogen leren verstaan in ons leven, in ons eigen taal, hier in Gouda, hier in deze Veste.
 
Want:
 
Niet in tot steen gestolde woorden,
niet in wat tot voorbij behoorde,
spreekt God het hart aansprekend aan.
 
Zijn stem laat zich vernieuwd herhalen,
om als een vuur in alle talen
met ons de toekomst aan te gaan.
 
Niet als geheim, of hoog verheven,
niet als een spraak boven dit leven,
maar als een woord van alledag.
 
Zo wil Hij klinken in verhalen
als stem, die instemt te vertalen
wat ieder van ons worden mag.
 
Amen