Preek van vorige Week

Men zegt wel eens: tussen het boek Deuteronomium en het volgende boek Jozua stroomt de rivier de Jordaan. In het boek Deuteronomium staan we namelijk nog aan de woestijnkant en zodat we het niet vergeten, begint dit boek dan ook met de zin: “Dit is de rede die Mozes aan de overzijde van de Jordaankant voor heel Israël heeft gehouden.” En die overzijde is de kant van de woestijn, daar waar het volk vandaan komt, daar waar het de 10 geboden gekregen heeft. Pas in het volgende boek zal het volk de Jordaan overtrekken en het beloofde land innemen aan de andere kant van Jordaan onder leiding van Mozes’ opvolger Jozua. Deuteronomium behoort nog tot wat we wel de Thora noemen, de 5 boeken van Mozes. Maar met het volgende boek Jozua beginnen, volgens Joodse traditie, de profeten. Daarom wordt er ook wel gezegd: tussen de Thora en de Profeten stroomt de Jordaan. En in dat boek Deuteronomium wordt eigenlijk een pas op de plaats gemaakt, wordt nog één keer omgekeken naar de woestijn waar ze 40 lange jaren door heen zijn getrokken. Voordat ze de Jordaan oversteken, wordt het volk van God herinnerd aan de daden en woorden van God de Bevrijder en het verbond dat Hij met ons heeft gesloten. Voordat ze Jordaan oversteken kijken ze nog eenmaal om…. 

Soms heb je dat nodig om je even terug te trekken voordat je aan iets nieuws gaat beginnen. Waar kom ik vandaan? Wat heeft mij gevormd? Welke weg moet ik inslaan? Welke stroming moet ik door? En je kiest langere of korte momenten om op adem te komen. Een paar dagen weg, een lange wandeling langs de plassen, een weekendje naar een klooster of zoals nu: een zondagse kerkdienst. Je stapt even buiten de tijd om bij de kern van je bestaan bepaald te worden. Zo doe je dat. Zo doet ook het volk Israël. Bepaald bij de woorden van God, gegeven in de woestijn, durven ze het straks in het volgende boek aan om de Jordaan over te steken. En zo doet ook Jezus. Na zijn doop blijft ook hij aan de overkant van de Jordaan, in de woestijn, 40 dagen lang om daarna de Jordaan weer over te steken, de boeken der profeten te openen en te zeggen: vandaag is dit schriftwoord in vervulling gegaan. Weer dus het getal 40, weer de woestijn, weer de overkant van de Jordaan, weer die oude woorden van God voordat we de profeten kunnen openen. En ook bij Jezus zullen we zien dat het de woorden van Deuteronomium het zijn die hem tot kracht en steun zijn in de woestijn.

Jezus vast in de woestijn. Zoals velen dit nog steeds doen in onze 40-dagentijd en zoals we afgelopen Aswoensdag in de Ontmoetingskerk hebben gevierd en met een askruisje op ons voorhoofd hebben gemarkeerd. Door te vasten laat je iets staan en daardoor creëer je momenten van bezinning. En in de woestijn valt alles letterlijk en figuurlijk weg en wordt je overgeleverd aan jezelf en alles wat in je huist aan vragen, aan verlangens, aan hopen en geloven. De woestijn is zo een plek waar je kunt vallen, maar ook kunt opstaan, waar je jezelf kan verliezen, maar ook weer kan vinden, waar je geloof opdroogt of waar het leert groeien als nooit te voren. Woestijnen zijn overal en iedereen kent wel eens veertig dagen van crisis, maar bijbels gesproken is iedere crisis een kans op verandering, van doortocht en intocht. Daarom wordt de woestijn soms juist een plek waar God kan spreken en Jezus weet dat, want Hij kent de schriften en ook Hij staat in het verbond dat God met zijn volk sloot. 

Maar Jezus kreeg honger en kwetsbaarder kun je niet zijn. En als mensen honger krijgen naar meer en kwetsbaar zijn als naakte mensen in een tuin dan komt daar altijd de Verdraaier, hij die spreekt met een dubbele tong, hij die in de war brengt en hoe moet je dan nog kiezen? En hoe verleidelijk is het vaak niet om de dingen iets te verdraaien, plotseling argumenten aangereikt te krijgen om je er vanaf te maken of je hoofd weg te draaien van wat er speelt in het leven, ver weg en dichtbij? Je bent in gesprek met jezelf. Vreemd als je erover nadenkt - in gesprek met jezelf… - , maar toch herkenbaar, want ook ons eigen ik is vaak gespleten en spreekt met een dubbele tong. Die stem wordt hier in de Verdraaier uitvergroot als het kwade dat de mens trekt als een appeltje voor de dorst. En de Verdraaier houdt het Jezus voor:  “Als u de zoon van God bent, zeg dan tegen deze steen dat hij een brood moet worden. “ Maar Jezus antwoordde Hem: “Niet van brood alleen zal de mens leven.” Er is meer dan brood alleen in het leven en dan hoe het op de plank komt. Jezus citeert hier Deuteronomium. Jezus houdt zich hier vast aan de oude woorden van het verbond en wil blijkbaar in die traditie staan. Brood is in de Bijbel niet los verkrijgbaar, maar onlosmakelijk verbonden met Gods woord van gerechtigheid. Brood is er om te delen. Dat was toen in de woestijn de basisgedachte van het manna, het brood uit de hemel, dat is ook de basisgedachte van het avondmaal waarin wij het gebroken brood gedenken en delen. Brood is er niet voor jezelf alleen. Brood is er om te delen. 

En de Verdraaier neemt Jezus mee en laat Hem in een flits alle koninkrijken van de wereld zien. Alles is voor Jezus. Hij hoeft alleen maar de Verdraaier te aanbidden. Maar wat gebeurt er als mensen de Verdraaier aanbidden en om moeten gaan met macht? En wat gebeurt er in onze wereld als machthebbers spreken met dubbele tongen, het doel de middelen gaat heiligen en de waarheid per nieuwsuitzending weer anders is? Macht lijkt zo makkelijk en verleidelijk, maar wat gebeurt er met je als je die ring om je vinger schuift? En Jezus antwoordt hem: “ Er staat geschreven: “ De Heer uw God zult u aanbidden en Hem alleen dienen.” Jezus citeert hier opnieuw uit Deuteronomium. En wie is die God van wie wij daar horen? “Ik ben de Heer uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heeft geleid.” Onze God is een God die bevrijdt en die zijn leefregels geeft, zodat wij geen slaven worden van al die machten die ons willen regeren. En de Verdraaier bracht Jezus vervolgens naar Jeruzalem. Natuurlijk naar Jeruzalem, want daar naartoe is Jezus volgens de evangelist Lucas op weg. Maar de Verdraaier brengt Hem er nu al en zet Hem op de rand van de tempel. “Als U de zoon van God bent, werpt u dan naar beneden.” En de Verdraaier neemt nu zelfs Gods woorden in de mond. Blijkbaar zijn zelfs de woorden van God voor verdraaiers niet veilig. De Verdraaier citeert uit Psalm 91, waar ook wij vandaag van gezongen hebben. Hij zegt: “ Er staat geschreven: ‘Aan zijn engelen zal Hij bevelen U te beschermen’ en: ‘Op hun handen zullen ze U dragen, zodat U aan geen steen uw voet zult stoten.’ En ook in onze tradities is het gebeurd dat met de uitroep “Er staat geschreven” mensen aan de kant werden gezet en God een weerzinwekkend gezicht werd gegeven? Nee, die Verdraaier weet wel hoe te citeren. Maar Jezus wil niet de schrift misbruiken en antwoordt hem, weer met Deuteronomium: “Er staat geschreven: ‘U zult de Heer uw God niet op de proef stellen’. Het is niet aan de mensen God te dwingen in te grijpen in het bestaan, op welke manier dan ook. Het is aan mensen om Gods wegen te gaan, zo goed als zij kunnen. Dat is de weg die Jezus wil gaan. En gaan met God betekent iets anders dan je blind te storten in de armen van de Eeuwige. 

Gaan met God vraagt ook iets van jou en de weg naar Jeruzalem is niet altijd even makkelijk. Maar Jezus wil die weg gaan. Ja, hij zal in Jeruzalem aankomen, maar niet nu al, op dit moment van de Verdraaier. Eerst moet hij een weg gaan die ook een lijdensweg zal blijken. Pas als Jezus die weg is gegaan, kan hij zich laten vallen in de armen van de engelen van de levende God. Pas als alles is volbracht kan Hij zeggen: “Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest.” Toen ging de Verdraaier van Hem weg voor een bepaalde tijd. In het boek Deuteronomium keek het volk nog één keer om naar de woestijn en werd zij bepaald bij de woorden van de thora die zij op hun 40jaarlange reis ontvingen. Pas daarna staken zij de Jordaan over en trokken zij met Jozua, Jeshua het beloofde land in. De Jordaan stroomt tussen de Wet en de Profeten. Jezus ging diezelfde woestijn in, 40 dagen lang om de kracht van die oude woorden van Deuteronomium te ontdekken. Pas daarna stak ook Hij de Jordaan over en in de kracht van de Geest keerde hij terug naar Galilea om daar als de nieuwe Jeshua de profeten te openen.

 Vandaag begint ook onze tocht.
40 dagen lang
door woestijnen die overal wel te vinden zijn
om Hem te gedenken in woord en gebaar
om Hem de ruimte te geven
om ons te bezinnen op wie wij zijn?
Waar we vandaan komen?
Wat onze weg is in het leven?
Welke keuzes wij maken?

Maar straks zullen ook wij
Na 40 dagen in de paasnacht
de doodsJordaan weer doortrekken
om aan de andere kant op te staan
om in het spoor van Jeshua een nieuw leven te leiden.

Maar vandaag zijn we nog hier, hier in deze woestijn en beginnen wij onze tocht 40 dagen lang om de kracht te ontdekken van de woorden van die oude verhalen die ook van betekenis willen zijn voor ons leven vandaag.

Amen