Preek van deze Week

Preek van ds. David van Veen over Psalm 107: 1 - 32 en Marcus 4: 35 - 41
De Veste Gouda, 17 juni 2018

Lieve mensen,

Als kind was ik vaak bang in het donker. Een periode lang moet dat zelfs bijna iedere nacht zo geweest zijn. Ik riep dan vanuit het donker: Help, ik ben bang.’  Niet veel later kwam mijn vader dan naar mijn kamer en las mij voor van Jezus in de storm. U kent die serie wel. Op deze afbeelding is het moment te zien dat Jezus zegt: Wees niet bevreesd. Ik ben er toch! Het schijnt dat ik altijd na dit moment tevreden mijn duim weer in mijn mond stak en vredig ging slapen. Want natuurlijk was dat zo dat als Hij er was, ik nergens bang voor hoefde te zijn. Hoe vaak verlangen wij er niet naar dat het leven zo mooi en eenvoudig was als toen wij kinderen waren, ook ik. God een vanzelfsprekende realiteit in ons leven. God zorgt voor ons. Hoewel we dit geloof nog steeds onderschrijven kunnen, kwamen later ook de vragen. De grote vragen naar het waarom van dit leven? God, waarom heeft u niet….
 
De wonderverhalen van Jezus die golven en wind bestraft kunnen we ons dat nog wel werkelijk denken? We zijn die kinderlijke naïviteit ontgroeid, lijkt het. We hoeven maar te denken aan de watersnoodrampen van hier en overal ter wereld, van de tsunami’s die werelden wegspoelden om ons te beseffen dat er geen stem klonk die de golven en wind bestrafte. God, waarom slaapt u? Waarom bent u toen ook niet wakker geworden? Het brengt bij ons niet alleen de vraag te boven: wie is Hij toch? Maar ook: Is Hij er eigenlijk wel? Goed daarom, om dit mooie wonderlijke verhaal van vandaag dichter onder onze aandacht te brengen. Jezus is begonnen te vertellen over het Koninkrijk van God. Hij doet dat in gelijkenissen, omdat de mensen hem anders niet begrijpen, zegt Marcus. Jezus is populair en veel mensen volgen hem. Om wat rust te hebben, onderwijst hij vanuit een boot. En aan het einde van de dag stelt hij voor om het meer van Galilea over te steken. Eigenlijk staat er ‘doorsteken’. Daar komt ik straks op terug.

Dat meer ligt heel diep, meer dan 200 meter onder de zeespiegel en wordt omringd door hoge bergflanken. Het meer ligt er normaal gesproken rustig en stil bij. Maar na warme dagen kunnen er onverwachte valwinden in het lagedrukgebied schieten, die zich loodrecht op het water storten. Het kan dus heel plotseling gaan spoken. Dat is ook precies wat er gebeurt. Nu zijn die discipelen natuurlijk van oorsprong vissers. Die zijn wel wat gewend zou je zeggen. Maar aan hun zeemanskunsten hebben ze dit keer weinig, want staat er letterlijk ‘de golven storten zich op de boot, zodat de boot gelijk al vol liep’. Er is dus geen houden aan. En misschien was hun zeemanskunst in die zin wel een nadeel, want ze zullen onmiddellijk door hebben gehad hoe ernstig de situatie was. Ze worden letterlijk door de dood bedreigd. Ondertussen slaapt Jezus. Dat is nu precies wat we niet begrijpen. Hoe kun je nu in zo’n situatie slapen? Of zoals psalm 44 het God wel voor de voeten werpt: “Wordt wakker, Heer, waarom slaapt u? Ontwaak. Verstoot ons niet voor eeuwig. Waarom verbergt u uw gelaat, waarom vergeet u onze ellende, onze nood?” En zoals wij in ons Kyrie doen, roepen ook de leerlingen hun heer, om ontferming. Meester, doet het u niets dat wij vergaan? In het Grieks staat hier ‘apollumetha’ dat eigenlijk nog krachtiger is, namelijk ‘te gronde gericht worden.’ Meester, doet het u niets dat wij ten gronde worden gericht. Het is een zaak van leven of dood.

Toch is het tijd dat we nu ook de grondlagen van dit verhaal erbij gaan betrekken, want verhalen in de bijbel staan er niet zomaar en staan zeker niet of zichzelf. Ik citeerde net al psalm 44 die voor een goed Joods verstaander meeklinkt in de achtergrond van dit verhaal, maar er is veel meer, want dit verhaal van Jezus in de storm is ingebed in die oer Joodse novelle, dat verhaal van de profeet Jona. De lezers van het evangelie van Marcus zullen onmiddellijk aan deze profeet hebben moeten denken. Ook hij komt in een schip in een storm terecht en belangrijk: ook hij ligt te slapen en moet gewekt worden. Pas als hij als een soort zoenoffer over boord wordt gegooid, komt de storm tot rust. Het is dit oerverhaal van Jona dat ook ons verhaal kleur en diepte geeft. Toch zijn er ook verschillen. Jona en Jezus zijn beiden op weg naar de overkant, naar het land der heidenen, maar waar Jona vergelding predikt, verkondigt Jezus zijn boodschap van Gods barmhartigheid. Waar in het verhaal van Jona God het is die én Jona redt én de storm tot bedaren brengt, is het in ons verhaal Jezus zelf die redding brengt en boven de natuurmachten lijkt te staan. Zo wordt onderstreept dat Jezus niet alleen een profeet is, maar uit God is.

Toch denk ik dat er meer is. Daarvoor moeten we nog een laag dieper graven in dit verhaal. In de bijbel is de zee het symbool voor de dood zelf. En dit verhaal is dat zelfs letterlijk zo. Nu is er ook nog dat grote verhaal van het volk Israël dat ook over de zee gaat en de redding daaruit. Ieder jaar met Pasen wordt juist dat verhaal herdacht. De doortocht door de Rode Zee. De dood die hen als de Egyptenaren achter na zat, de dood die hen als muren van water omringden, maar waar God hen door heen trok, naar de overkant waar een nieuw leven beginnen kon. Ook dat is een oerverhaal. Een verwijzing daarna kun je zien in het feit dat Jezus niet zegt: Laten wij het meer oversteken, zoals de NBV vertaald, maar dat er letterlijk staat: Laten wij het meer doorsteken. Of te wel: ook deze overtocht zal ten diepste een doortocht zijn. Door het water van de dood heen. In dit verhaal van Jezus in de storm gaat ook over uittocht, doortocht, over leven en dood, maar wellicht ook al over dood en opstanding? Want de parallel met Jona is misschien nog wel verder door te trekken. Jezus doet dat in ieder geval zelf wel. Hij heeft het dan over ‘het teken van Jona’. Ook zegt Hij: “Zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven.” Zou dit verhaal van Jezus in de storm met daaronder de grondlagen van het verhaal van de Uittocht, het verhaal van de profeet Jona, ten diepste niet al kunnen gaan over de weg die ook Jezus zal moeten gaan, een weg door de dood heen, een weg die God en mensen weer bij elkaar moet brengen, een weg waarop een offer wordt gebracht. Daarna zal ook Jezus drie dagen in de schoot van de aarde zijn, zoals Jona drie dagen in de buik van die grote vis was. En Jezus zal opstaan. Het leven loopt niet dood in de dood. Nee, hij staat boven de dood, boven de zee, boven de storm en de golven die ons naar beneden willen trekken. Het is dit verhaal dat het ons al vertelt: Jezus heeft de dood overwonnen.

Als we dan terugkeren naar ons verhaal zelf zegt Jezus tegen zijn leerlingen als de golven en de wind tot rust zijn gekomen: “Waarom hebben jullie zo weinig moed? Waarom zijn jullie zo bang?  Geloven jullie nog steeds niet?” Is dat nou helemaal fair zo je kunnen zeggen…Natuurlijk waren die leerlingen bang en was de moed hen in de schoenen gezakt. Is dit een verwijt van Jezus? We trekken het ons aan want ook in onze eigen leven slaan de golven soms over ons heen. Angst is toch ook een natuurlijk reactie. Als wij geconfronteerd worden met ziekte, met dood, met rampen dan roepen wij toch eerder, net als die discipelen, ons kyrie. Heer, wordt toch wakker, ziet u dan niet dat wij ten gronde gaan? Is het mogelijk als de golven over je heen slaan, niet overgeleverd te zijn aan die doodsangst, maar geloof te hebben? Is dat vrome, goedkope praat of een realiteit die geschapen kan worden? De theoloog en psycholoog Drewermann zegt daarover naar aanleiding van dit gedeelte: “Je hebt op de gevaren die het leven van buitenaf binnenvallen meestal weinig of geen invloed. Zoals hier bij de storm op het meer. Maar wat in onszelf gebeurt en hoe wij hierin staan tegenover God, daarin valt de beslissing voor heel ons leven.” Of te wel tegenover de angst, die soms zelfs doodsangst is, mogen we het geloof stellen. Dat is waar Jezus de leerlingen naar vraagt. Maar nu komt het er wel op aan dat we nauw luisteren, want dat woord ‘geloven’ dat interpreteren wij meestal als dat we ergens in geloven. Geloven is vaak geloofsleer geworden. ‘Ik geloof in Jezus’ betekent dat we iets vinden en in onze kerken is dat vaak een rationele uitspraak geworden.

Dat is echter niet het soort geloof dat we tegenover die angst mogen stellen, daar op de woeste zee. Dan wordt het inderdaad vaak vrome, goedkope praat. Ik denk dat we van dat woord ‘geloven’ af moeten, want paradoxaal genoeg ontneemt dat ons juist het zicht. Het is meer dan geloven… Nee, het einde van het verhaal is toch dat dat kind dat niet slapen kon, het veel beter verstond dan die dominee later, want geloven kun je vanuit het Grieks ook vertalen met ‘vertrouwen’. De uitspraak: “Ik vertrouw op Jezus”  klinkt gelijk al heel anders. En om dat vertrouwen gaat het hier ten diepste. Wij mogen leven in Gods hand, zelfs in en door de dood heen. Dat is niet iets van het hoofd alleen, maar dat is iets van het hart, van onze ziel.

Zoals nog een andere psalm, psalm 107, het zingt en ook in dit verhaal meeklinkt:

Ze riepen in hun angst tot de HEER –
hij leidde hen weg uit vele gevaren,
hij bracht de storm tot zwijgen,
de golven gingen liggen.
Het verheugde hen dat de zee tot rust kwam,
hij bracht hen naar een veilige haven.
Laten zij de HEER loven om zijn trouw.

Laten zij de Heer loven om zijn trouw. Dat sluit aan bij het eerste vers van die psalm: Loof de Heer, want Hij is goed.  Eeuwig duurt zijn trouw. Tegenover de angsten van het leven mogen wij leren vertrouwen op een God die trouw is, die niet loslaat wat zijn handen begonnen zijn en als wij vallen, dan vallen wij niet dieper dan in zijn handen. Dan eindigt ons verhaal. En staat er: En de leerlingen werden bevangen door een grote vrees en zeiden tegen elkaar: Wie is hij toch? Maar wat gebeurt er nu? Dit is niet het einde dat wij verwachten. Zijn ze niet meer bang voor de storm, worden ze dan nu bang voor Hem? Bevangen door een grote vrees… Wisselen ze nu de ene angst uit voor de andere? Maar godsdienst en angst kan toch nooit een goede combinatie zijn? Dan klopt er toch altijd iets niet. Nee, en weer luistert het nauw. ‘Vrees hebben voor betekent bijbels gesproken niet ‘bang zijn voor’, ook niet ‘door een grote schrik bevangen’ zoals de nieuwe Bijbelvertaling dat zegt. Nee, ‘vrees hebben voor’, betekent bijbel gesproken ‘Ontzag hebben voor’. Een diep respect. De schoenen van je voeten doen, omdat je beseft, dit is groot, dit is heilig, dit is van God.” Daarom vrezen wij Hem, hebben wij ontzag voor deze Heer, daarom loven wij Hem want Hij is goed. Eeuwig duurt zijn trouw. En als we dat ten diepste durven vertrouwen, ja, dan kunnen ook wij rustig slapen, zoals Jezus in de boot, zoals dat jongetje van weleer die zonder woorden die woorden erstond: Vrees niet. Ik ben er toch!

Amen