Preek van deze Week

Preek van ds. David van Veen in de Oecumenische viering met als Thema: Recht voor ogen.
Jozefkerk Gouda, 20 januari 2019

Vandaag wil ik het hebben over wat voor een soort land we gaan worden. Want samen, als één team, één volk, één familie kunnen we alles. Zo begon vorig jaar president Trump zijn State of Union, zeg maar de troonrede van Amerika. Aanstaande 30 januari zou zijn volgende zijn, maar het is nog maar de vraag of die er gaat komen, want zo’n gebeuren moet enorm beveiligd worden en door de Shut Down zijn er momenteel gewoon te weinig beveiligers omdat die niet betaald kunnen worden. Ongetwijfeld zou Trump die State of Union geheel willen wijden aan de muur die hij wil bouwen en waar hij geld nodig voor heeft. Want Trump spreekt wel over één volk en één familie, maar inmiddels weten we maar al te goed dat de eenheid die hij beoogt er wel een is op zijn voorwaarden. Hij wil letterlijk mensen buitensluiten. En ben je het daar niet mee eens, hoe hoog je ook op de maatschappelijke of politieke ladder bent geklommen, dan lig je er zonder pardon uit. Hij is zelfs bereid om er een heel land voor plat te leggen om zijn zin maar te krijgen. En voor heel veel bevolkingsgroepen is al lang duidelijk dat zij in ieder geval niet tot dat ene team, volk of familie behoren. Het lijkt inclusieve taal maar feitelijk sluit Trump vooral mensen uit met zijn woorden.

Vanmorgen horen we op een totale andere manier Jezus in Nazareth zijn ‘state of union’ uitspreken. Het begin van zijn missie hier op aarde. En in het programma van Jezus staat dat hij armen het goede nieuws wil brengen, gevangen bevrijding, blinden het gezicht wil teruggeven, onderdrukten hun vrijheid. Hij roept een genadejaar van de Heer uit. We horen hier van een andere taal spreken, een echte inclusieve taal want Jezus sluit al die verschillende groepen mensen niet uit, maar juist in. Ook jullie horen erbij is zijn boodschap. En Jezus krijgt hierin bijval. In de eerste verzen hoorden we al dat het nieuws over hem de ronde deed en dat hij door allen werd geprezen. Maar niet iedereen zit op die Jezus te wachten. Dat blijkt ook uit ons gedeelte. Jezus, dat is toch die zoon van die timmerman?? Wie denkt hij wel niet dat hij is? En ach, eerlijk gezegd kunnen we ons dat ook wel een beetje voorstellen. Jezus heeft niet de status van de president van Amerika, maar is een gewone jongen. Stelt u zich eens voor hoe dat hier zou gaan? Als dat hier in ons midden zou zijn gebeurd?

 Een man werkt op de markt in Gouda in de winkel van zijn vader. Al jarenlang zit hij op zijn vaste plek met zijn ouders hier in de kerk. Een jongeman nog, begin dertig. Vandaag stond hij plotseling op om de lezing te doen. Een oud Joods gebruik waarop iedere man recht had. Maar daarna was hij niet gaan zitten op zijn plek, maar had hij gesproken. Ongekend. Wat ik zojuist gelezen heb, zei hij, dat is vandaag begonnen! Hij durfde wel om zich zo die oude woorden van onze profeet Jesaja toe te eigenen. Zouden wij hem geloofd hebben, als het hier gebeurd zou zijn, als zomaar een zoon van een winkelier uit Gouda deze woorden had gesproken, deze woorden zich zo had toegeëigend? Jezus had alle teksten kunnen lezen, want in het gebruik was dat een vrije keuze, maar Jezus leest deze tekst niet voor niets. Het wordt dan ook wel het Nazareth-manifest genoemd, zeg maar: de state of union van Jezus. Jezus doet dat door de profeet Jesaja te citeren en Jezus citeert Jesaja zo dat het begint met Kurio en eindigt met Kurio. Kurio betekent de Heer, een mens door God gezonden, een mens die zich laat inspireren door Gods geest. Veel is er over dit citaat te zeggen, maar ik zoom met u even in op het eerste en wellicht het belangrijkste, want voorop in dit citaat gaat: hij heeft mij gezonden om aan armen het goede nieuws te brengen. Het goede nieuws in het Grieks staat daar: het eu-av-gelion, het evangelie. Jezus is dus gekomen om aan armen het goede nieuws te brengen.

 Maar wie zijn die armen nu eigenlijk? Dat lijkt nogal logisch op het eerste gezicht, want iedereen weet toch wie de armen zijn? Toch lag dit in de samenleving van Jezus net even anders dan bij die van ons. Bij ons wordt namelijk iemands status vooral gemeten aan de hand van iemands economische positie, maar in Jezus’ tijd speelden meer elementen een rol: het ging ook om je geslacht, familie, religieuze toewijding, opleiding, beroep en bezittingen. In de antieke oosterse samenleving draaide alles om eer en schande. En als je dus laag op de ladder van die eer stond, was je arm. Arm was dus zo eigenlijk een verzamelnaam voor een buitenstaander, een ‘ outsider, die niet volop sociaal en religieus mee kon doen met het volk. Dat waren inderdaad armen, maar ook de weduwen, de buitenlanders, de mensen die onrein waren verklaard, de Samaritanen en ook de vrouwen an sich. En inderdaad later zullen we zien dat het precies deze mensen zijn waar Jezus mee om gaat en het heil aan toegezegd. Als Jezus hier dus programmatisch zegt: dat het evangelie voor deze armen is bedoeld dan is dat dus geen oproep naar ons om liefdadigheid alleen, die bovendien vrijblijvend zou kunnen zijn, nee, hier worden maatschappelijke en politiek-religieuze grenzen doorbroken. De structuren van de samenleving worden aangetast. Hij doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt. Jezus wil onze wereld omgekeerd en heeft het recht voor ogen.

 Ik denk dat dit echt een eyeopener kan zijn. Ook voor onze liefdadigheid. Ook voor onze ontwikkelingshulp. Het gaat dus verder dan het geven van geld voor armen die vooral dáár en ver weg zijn, nee, het gaat fundamenteel om een wereld waarin geen muren worden opgetrokken maar juist grenzen worden doorbroken en het koninkrijk er voor alle mensen wil zijn. Daartoe worden ook wij opgeroepen hoe wij barmhartig kunnen zijn, hoe wij gerechtigheid kunnen leven. Ook Paulus in de brief aan de Romeinen concretiseert dat. Ook hij roept op om te ontdekken hoe jij dat evangelie leven kan. Ieder met zijn eigen gave. De een geeft bijstand, de ander onderwijst. Er zijn mensen die troosten, die iets weggeven, die leiding geven, gastvrij zijn of barmhartigheid leven. Mensen die net als Jezus zelf het recht voor ogen hebben, Zijn koninkrijk geloven voor alle mensen. Er is echter nog een andere manier om naar die ‘ armen’ te kijken die Jezus hier noemt in zijn mission-statement. In overdrachtelijk zin werd dit arm-zijn namelijk ook wel spiritueel uitgelegd. Armen zijn dan zij die zich aangewezen weten op Gods hulp. Dit arm-zijn staat dan voor een gelovige houding. Arm betekent dan: openstaan voor Gods zorg en voor de nood van de naaste. Dat is inderdaad deze wereld omgekeerd, want dan gaat er niet om hoe hoog je op de economische laddert staat, gaat het niet om wat je hebt, maar het gaat om wie je bent, of je ‘ arm ‘ durft te zijn d.w.z. durft open te staan voor Gods zorg en een open oog hebt voor je nood van je naaste. We willen er niet alleen voor de armen zijn, maar durven zelf ook arm te worden. Hoe zou onze wereld er uitzien als we onszelf zo zouden gaan waarderen?

Zoals sommigen van u weten, ben ik als oblaat verbonden aan de St Willibrordsabdij in Doetinchem. Een dominee in een klooster dus. Hoe oecumenisch wilt u het hebben? Een van de meditatievormen bij de Benedictijnen is de zogenaamde lectio divina. Dat je ook wel kunt vertalen met ‘ geestelijke lezing’. Eigenlijk gaat het om een meditatieve vorm van bijbellezen die vanuit de vroege kerk verder ontwikkeld is in het kloosterwezen. In plaats van dat ik een bijbeltekst lees, wil de tekst mij lezen. De tekst wil mij iets zeggen, vandaag. Na de woorden van Jesaja geciteerd te hebben, is dat eigenlijk precies wat Jezus doet. Ook Jezus volgt als het ware die lectio divina door die woorden van Jesaja op zijn eigen leven te betrekken, ze tot zijn werkelijkheid te maken. Er voor open te staan dat die bijbelwoorden van toen ook vandaag, nu, iets te zeggen hebben. Zo neemt Jezus die oude woorden van Jesaja in de mond, eigent ze zich toe en zegt: vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan. Dat genadejaar is niets anders dan mijn Koninkrijk, een koninkrijk dat nabij is. Het visioen van Jesaja wordt door Jezus tot werkelijkheid uitgeroepen. Het is het motto van zijn missie die vandaag begint..

De vraag is of ook wij zijn woorden zó horen. Horen op dezelfde manier zoals Jezus die woorden van Jesaja in de mond durfde te nemen. Durven wij dat? Zijn woorden op ons leven betrekken, tot onze werkelijkheid te maken? En wat zou dat betekenen voor onze wereld, voor onze economie waarin toch alleen vaak geld lijkt te tellen? Voor onze wereld waarin mensen met een andere kleur, sexe of geaardheid aan de kant worden gezet? Want wie zijn bij ons de armen, de mensen die soms naar de rand worden geduwd? Wie zijn de mensen die gevangen zitten of waarbij het uitzicht ontbreekt? Wie zijn de onderdrukten in onze wereld? Hoe zouden wij een genadejaar kunnen uitroepen? Is onze kerk een plek waar mensen thuis mogen komen die elders in de maatschappij en soms ook in kerken zelf tot outsiders worden gemaakt? Wie mogen bij ons sociaal en religieus niet volop meedoen?

 De mensen zijn onder de indruk van deze Jezus. Vol verwondering en als in een roes kijken ze hem aan. Maar dan komt het eerste barstje in het scherm: dat is toch die zoon van Jozef? En Jezus leest hun gedachten: voor een mooi wonder zouden ze nog wel in zijn, een beetje spektakel doet het goed, maar echt iets met zijn woorden gaan doen? Nee, een profeet is meestal niet welkom in zijn vaderstad. En inderdaad: zo gaat het. Eerst krijgt Jezus nog bewondering, maar zodra de mensen voelen dat ook hij schudt aan hun fundamenten, schieten zijn woorden in het verkeerde keelgat. En plotseling slaat het om en breekt de hel los. Jezus wordt buiten het dorp gegooid maar vlak voordat ze hem in de afgrond gooien, staat er dat wonderlijke zinnetje: Maar hij liep midden tussen hen door en vertrok. Wat een kracht gaat daarvan uit. Lucas schildert hier de onaantastbare Jezus, een profeet met gezag. De dramatische ironie van dit verhaal schuilt er natuurlijk juist in dat Jezus verworpen werd omdat hij een profeet is. Juist omdat hij door zijn vaderstad wordt verworpen, wordt bevestigd dat hij een profeet is en wordt zijn manifest, zijn state of union juist onderstreept. Het roer moet om, zegt Jezus. En vandaag hebben ook wij zijn woorden gehoord en is het de vraag of wij net als Hij deze woorden ook op ons leven en onze kerken durven toe te passen? Gaan zijn woorden ook bij ons in vervulling? Welke werk van barmhartigheid, van gerechtigheid durven wij te leven? Maak ons hart onrustig God!

 Lezen wij daarom nog eenmaal die woorden. En zoals die lectio divina zegt: betrek die woorden eens op uzelf. Alsof ze over jou gaan, vandaag, hier en nu:
De Geest van de Heer rust op mij,
want hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft hij mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht. 
Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’

Amen